De boze autist

Wetenschapsbijlage 06-03-10

Douwe Draaisma schreef het artikel ‘De boze autist’. Hij stelt daarin dat in de Engelstalige forensisch-psychiatrische literatuur wel, maar in de Nederlandse niet veel te vinden is over een mogelijk verband tussen autisme en crimineel gedrag en dat het delict zelf vaak als belangrijkste bewijs voor de diagnose geldt. Mensen met autisme zijn waarschijnlijk ondervertegenwoordigd in de misdaadstatistieken (al kunnen stoorniseigenschappen bij bepaalde delicten van invloed zijn). Sinds 2004 neemt het aantal veroordelingen toe waarbij autisme geacht wordt een rol te spelen in het tot stand komen van het delict. Dat lijkt hem onterecht. Autisten worden al slecht begrepen en vaak gepest. Nu komt daar het ‘verwijt’ van een verband met criminaliteit bij. Bovendien gaat autisme bij ernstige delicten vaak gepaard met andere stoornissen, wat het beeld compliceert. Ook worden autistische gedragskenmerken soms uitgelegd als gevolg van de opvoeding, wat apert onjuist is.Draaisma bekritiseert hiermee op onterechte gronden een wenselijke ontwikkeling: het onderkennen van autisme bij mensen met een ernstig delict en het mede op die stoornis baseren van een behandel- en resocialisatietraject. In Nederland is wél gepubliceerd over forensische diagnostiek en behandeling van mensen met een autisme: sinds 2004 in ten minste vier overzichten, o.a. in 2008 in het handboek Stoornis en delict. Diagnosticeren van een autismespectrumstoornis dient los van het gepleegde delict te geschieden volgens geldende standaarden. Het delict is geen stoorniskenmerk. Wel ziet men bepaalde delicten bij autisten vaker, maar dat hoort over de diagnose niets te zeggen.Autisme mede als gevolg zien van een verkeerde opvoeding wordt al meer dan tien jaar onjuist geacht. Het niet onderkennen van autisme bij mensen met een ernstig delict kan leiden tot een onwenselijke veroordeling tot gevangenisstraf of, in de forensische psychiatrie, tot een behandeltraject waarbij het autisme niet wordt gezien. Dit is bedenkelijk en leidt tot veel persoonlijke ellende, riskante situaties, afbreukrisico’s van behandelaars, vastlopende behandelingen, veelvuldige en langdurige separaties, en een behoorlijke kans op longstayplaatsingen. Dit gegeven leidde ertoe dat in het forensisch-psychiatrisch centrum Dr. S. van Mesdag in Groningen sinds 2001 een zorgprogramma voor patiënten met een autismespectrumstoornis bestaat. Dit voorziet zeer duidelijk in een behoefte. Gelukkig bieden ook enkele andere forensisch-psychiatrische centra zo’n programma. In de Van Mesdag bleek in recent onderzoek, waarover in 2010 gepubliceerd zal worden, dat 16 procent van de patiënten een autistische stoornis heeft (naast vaak andere stoornissen).

Arnold Bartels

Forensisch-psychiatrisch centrum

Dr. S. van Mesdag, Groningen