De boksschool

Zaterdagmorgen. De trainingszaal is voor de ene helft bezet door de kleinste judoka’s, te determineren aan de hand van gesteven pakjes en het hoog meerstemmig gekwetter. In de andere en gescheiden door de boksring trainen de wedstrijdboksers die er deze ochtend luidruchtig tegenaan gaan. De acht kilometer hardlopen door de nieuwer dan nieuwbouwwijken van Nieuwegein hebben de hevig zwetende en hijgende vrouw en negen mannen al achter de rug. De daarbij onmisbaar geworden iPods en oordopjes worden afgelegd, zweetdruppels weggeveegd, de schoenveters nog eens extra stevig aangetrokken. En verder gaat het met stoten zetten op de boksbal, sparren en grondoefeningen. Dat gaat gepaard met áááhhh en úúúhhh, met snuiven, slissen, vuurrode koppen, zweetdruppels en doorweekte T-shirts. Er klinken forse dreunen. Trainer Peter Zwezerijnen geeft aanwijzingen in onverstaanbaar Nieuwegeins: wisselle, stoppp, links kaok, rechts maog! Naar de betekenis wordt gegist en ten slotte gekeken naar wat de ander doet. In de ring wordt stevig gespard en Peter jut beiden op: nog één minuut, daon ben je er vanaof! Vanaf de wanden kijken vanuit ingelijste afbeeldingen vader Zwezerijnen en zoon Peter toe, vastgelegd in hun beste jaren. Naast hen hangt een zwart-wit foto van een nog jonge en uitdagend schreeuwende Muhammad Ali die zojuist Sonny Liston heeft neergehaald. Met daaronder in zwierige letters het dreigende ‘impossible is nothing!’

Dit is het derde deel in een serie over een boksschool.