David kon er niet meer tegen

Een jongen van vijftien, met schisis (lipspleet) en de bijbehorende gehoor-problemen, werd op school en op straat gepest. Vorige week pleegde hij zelfmoord.

David Isarin (15) kon niet meer tegen het pesten. Vorig weekend, in de nacht van zaterdag op zondag, pleegde hij zelfmoord in het Amsterdamse Bos. Gisteren werd David begraven op begraafplaats Zorgvlied.

Het overlijdensbericht, afgelopen dinsdag in deze krant, was heel opvallend. ‘David is dood’, stond er. En: ‘Zo lief gehad zo lief. Frontaal getekend, intern verdeeld. Nagekeken, afgewezen, uitgescholden’.

David was een geestige jongen, bleek uit de toespraken tijdens de begrafenis. Hij wist alles van het openbaar vervoer. Hij wilde buschauffeur worden.

Hij leed aan autisme, waardoor hij weinig sociale vaardigheden had en vaak eenzaam was. Hij had een hekel aan het strand en at graag „slappe broodjes zonder franje”. Hij dronk louter en alleen Roos Vicee.

Uit de afscheidsbrief aan zijn moeder, Jet Isarin, zijn zus (21) en vrienden, bleek dat hij niet meer kon leven met de pesterijen op straat en op school. Dat varieerde van nawijzen en uitschelden tot uitsluiting, bijvoorbeeld bij gym.

Zo’n 150 belangstellenden (vrienden, familie, leerlingen en leraren) luisterden gisteren naar Davids lievelingsmuziek: Coldplay en Radiohead. Omdat hij op een school zat voor dove en slechthorende kinderen, werden alle teksten in gebarentaal vertaald.

David werd in 1994 geboren met schisis: een lip- en gehemelte-en kaakspleet. Hij had, zo zei zijn moeder, zijn hele leven last van de blikken van kinderen en vreemden. Hij had op zijn vorige school „gruwelijke pesterijen” doorstaan en die school, zei zijn moeder, had hem niet beschermd. Zij heeft hem om die reden van die school afgehaald en naar het A.G. Bell College gestuurd. Zoals veel kinderen met een schisis had hij ook gehoor- en reukproblemen. Tot haar blijdschap ontwikkelde hij later een grote liefde voor muziek.

Zijn laatste school (A.G. Bell), waar hij een vmbo-opleiding volgde, steunde hem wel. Directeur Chris Tetteroo sprak op de begrafenis. „We vragen ons af of we je voldoende hebben laten blijken hoe we genoten van je grappen en je intelligente opmerkingen.” Hij beschreef hoe David als nieuwe leerling zijn draai had gevonden in de derde klas en daar werd geaccepteerd. De school wist dat David last had van zijn pestverleden en dat hij nu soms ook werd gepest. Hij had een vertrouwenspersoon, een leraar, met wie hij vaak praatte.

Maar David was ook gewoon aan het „puberen” en verheugde zich er al lang op dat hij zestien zou worden. Dan zou hij eindelijk zelf shag mogen kopen. En hij zou ook eindelijk een bootje kopen.

Er was meer gebeurd in zijn leven. David moest als kind vele hersteloperaties ondergaan die hem pijn bezorgden. De laatste operatie weigerde hij.

Zijn vader leerde David vijf jaar geleden pas kennen en vervolgens verbrak die na twee jaar weer het contact.

Nadat David van de school was gehaald waar hij zo werd gepest, mocht hij van de leerplicht een half jaar op een geitenboerderij werken met een persoons gebonden budget. Het was voor David de gelukkigste periode van zijn leven. De „enige gelukkige periode”, zei hij zelf.

David was grappig, eigengereid en kon ook lastig zijn. Hij wilde volgens een vriendin van zijn moeder altijd „aan het stuur zitten”. Zelf beslissen hoe zijn leven verliep. Dat ging moeilijk omdat de buitenwereld hem zo vaak verstootte. „Dat hij het leven zou verlaten, was zíjn keuze, zíjn regie”, zei zij gisteren. „Maar zijn keuze geeft heel veel verdriet.”

Davids grootmoeder memoreerde wat een lieve grote zus David had. Toen hij net geboren was, riep zij: „Oma, ik heb een broertje! Alleen zijn lipje is mislukt.”