Dankzij priesters kreeg ik alle kansen in mijn leven

Ik ben 62. Mijn vader was lasser. Van de jongens op mijn lagere school kregen de allerknapsten een Mulo-advies. Ik wilde priester worden en ging op mijn twaalfde als seminarist naar het Dominicus College in Nijmegen, waar ik vanaf 1960 tot 1966 heb gewoond. Mijn moeder had geen geld, dus betaalden onze parochie en het Dominicus College zelf de kosten. Toen ik als 17-jarige schoorvoetend en met groot schuldgevoel naar de directeur ging om aan te kondigen dat ik een toekomst als Dominicaan toch niet zag zitten, was het eerste wat hij zei: „Jongen, dat geeft niet; de kerk heeft ook goede leken nodig en zeg tegen je vader en moeder dat ze zich geen zorgen moeten maken over het geld: we hadden het graag voor je over.” Na mijn seminarietijd ben ik Engels gaan studeren aan de Universiteit van Nijmegen (daar moest je in die tijd nog gymnasium voor hebben) en alle vrienden die ik toen kreeg, bleken arbeiderskinderen of boerenzoons te zijn die hetzelfde traject hadden doorlopen als ik.

Ik ben nog steeds katholiek en ik vind het vreselijk dat er op seminaries klaarblijkelijk zoveel is misgegaan (iets waarvan ik overigens zelf niets, maar dan ook niets, heb gemerkt). Mijn hart bloedt voor al die jongens die met seksueel misbruik te maken hebben gehad. Maar in deze barre tijden wil ik graag eer betuigen aan al die priesters die zich niet aan jongens hebben vergrepen (de overgrote meerderheid, toch, neem ik aan) en die mij, en velen met mij, kansen hebben geboden die geen arbeidersjongetje uit enige generatie vóór ons ooit gehad had.

Dr Jos Blom

Nijmegen