Concurrenten Kramer kunnen niet winnen

Topfavoriet Sven Kramer leidt na de eerste dag van de WK allround. Na een zwaar seizoen haalde hij zijn beste niveau niet. Maar zijn tegenstanders deden zichzelf de das om.

Hoe vermoeid Sven Kramer ook over de finish kwam na zijn winnende 6.19,63 op de vijf kilometer, hij had een paar minuten later alweer een kwinkslag klaar om zijn tegenstanders te declasseren. „Ze hebben moeite met winnen”, zei hij voor de NOS-camera over de Rus Ivan Skobrev en de Noor Håvard Bøkko, de twee schaatsers die hij in de aanloop naar de wereldkampioenschappen allround in Heerenveen het meeste vreesde.

Twee weken na de Spelen van Vancouver – waar hij één gouden medaille won en er twee verloor - kon Kramer weer een beetje lachen. Vorige week moest hij door een infectie aan de luchtwegen de finale om de wereldbeker laten schieten, waardoor de eindzege voor de tweede keer in de laatste drie jaar naar Bøkko ging. Maar op de eerste dag van de WK zette hij gisteren in een vrijwel uitverkocht Thialf een stap op weg naar een vierde wereldtitel op rij. Na de 500 en 5.000 meter heeft Kramer vandaag op de 1.500 meter een voorsprong van 0,74 seconde op de verrassende Amerikaanse WK-debutant Jonathan Kuck (tweede) en 0,95 op nummer drie Bøkko.

Kramer imponeerde door wilskracht, maar haalde zijn topniveau bij lange na niet. Hij opende met 36,45 (na een tijdcorrectie in zijn voordeel van liefst 0,05) op de 500 meter. „Ik dacht dat het niet heel goed was”, sprak hij na de race bescheiden. Eind december kwam hij in Thialf nog tot een persoonlijke toptijd van 36,17.

Ook op de 5.000 meter bleef de olympisch kampioen ver verwijderd van de toprace waarmee hij vorig jaar in Hamar de basis legde voor de wereldtitel, of van de snelle tijden die hij in eerdere seizoenen in Thialf reed. Coach Gerard Kemkers toonde na 3.600 meter een eindtijd van 6.18 op zijn bordje. Met een slotronde van 31,1 deed Kramer er ruim anderhalve seconde langer over. Hij hield echter genoeg marge over op nummer twee Bøkko, die met een iets gelijkmatiger schema 6.21,08 reed.

De belangrijkste tegenstanders van Kramer deden zichzelf de das om. Bøkko boekte verlies in plaats van de verwachte winst op de 500 meter (negende in 36,62 na een behoorlijke opening van 10,09). De 23-jarige Noor tobt chronisch met een schouderblessure en lijkt angst te hebben voor snelle bochten. Vorig jaar vergooide hij zijn EK-kansen door een paar misslagen op de sprint. Dit jaar kwam hij bij het EK ten val en moest hij opgeven omdat zijn schouder opnieuw uit de kom raakte. In de training reeg de nummer twee van 2008 en 2009 afgelopen week de gave bochten wel weer aaneen, maar in de wedstrijd lukte het opnieuw niet. „Het leek wel alsof ik aan het rennen was in een zwembad”, sprak hij sip.

Zonder de Amerikanen Chad Hedrick (gestopt) en Shani Davis (oververmoeid), de Koreaan Lee Seung-hoon en de Italiaan Enrico Fabris (rugblessure) gold Skobrev naast Bøkko als de voornaamste belager van Kramer. Maar na een matige 500 meter schakelde de 27-jarige Rus – in Vancouver winnaar van zilver en brons – zichzelf uit voor de titel in de eerste rondjes van de 5.000 meter. Dit seizoen durfde hij onder de Italiaanse coach Maurizio Marchetto juist snel te starten, nu was zijn opening ouderwets voorzichtig. Zelfs met een knappe versnelling aan het eind kwam hij niet verder dan 6.23,88 (vijfde).

Skobrev kende geen ideale voorbereiding op de WK. „Na de finale om de wereldbeker moest ik deze week terug naar Rusland voor de olympische huldiging door de president. Ik was pas gisteren weer terug in Heerenveen. Het was een emotionele periode. We kregen als medaillewinnaars een auto en wat horloges. Een Audi A6 voor brons, Q5 voor zilver en een Q7 voor goud. Ik had graag een Q7 gehad, misschien valt daarover na dit WK nog te praten. Ik wil daarom graag op het podium eindigen. De kracht en de vorm zijn er, ik moet het alleen in mijn hoofd op een rij zien te krijgen”.

En hij moet afrekenen met de net 20-jarige Kuck, die met 36,31 en 6.23,47 halverwege zijn eerste WK tweede staat. Vooral op de 5.000 meter maakte de schaatser uit Urbana (Illinois) indruk met een versnelling in het tweede deel van de race. „Geweldig, fenomenaal”, stamelde de rookie, die in Milwaukee traint met generatiegenoten Brian Hansen (vorig week tweede bij de WK junioren) en Trevor Marsicano, die nu door privéproblemen een moeilijk seizoen doormaakt en na twee afstanden pas zevende staat.