Carlsen volgt Roel

In 1994 deed het bericht de ronde dat tijdens een kampioenschap voor kandidaat-meesters in Moskou een zekere Nikolai Titov zo diep had nagedacht dat zijn hoofd explodeerde, waardoor vier andere spelers en drie officials onder het bloed raakten.

Het bericht kwam van Weekly World News, een Amerikaans blad dat zich specialiseert in nieuwtjes die de media van het establishment niet durven te publiceren, zoals dat Bin Laden een dwerg is die zich bij laat staan door een kloon van Hitler en dat de sprookjesschrijver Hans Christiaan Andersen eigenlijk een kinderhater was die zich voedde met mensenvlees.

Ondanks de dubieuze bron komt het beeld van een exploderend hoofd vaak bij me op als een schaker na intensief nadenken iets volstrekt idioots doet.

In het Corustoernooi van 2004 dacht Peter Svidler lang na, waarna hij zijn partij tegen Vladimir Kramnik opgaf in een remisestelling. Het enige wat hij moest doen om remise te houden, was met zijn loper heen en weer gaan op de diagonaal waarop die al stond.

Een ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen, maar in het Ambertoernooi, dat deze weken in Nice wordt gespeeld, deed Svidler vrijwel hetzelfde. Wie het woord ezel oneerbiedig vindt, moet bedenken dat Svidler een bescheiden mens is die met harde zelfkritiek de vergelijking van hem met een ezel eerder een belediging voor de ezel zou vinden.

In de blindpartij tegen Magnus Carlsen uit de derde ronde gaf Svidler op toen de computers 0.00 aangaven, wat een volstrekt gelijke stelling betekent. Had Svidler alweer opgegeven in remisestelling? Strikt genomen niet, want bij nader inzien bleek dat er een mogelijkheid was voor Carlsen om voordeel te behouden. Toch was de capitulatie onzinnig geweest.

Svidler - Carlsen, blindpartij derde ronde.

In deze stelling, die er inderdaad hachelijk voor wit uitziet, gaf Svidler op. Met 26. Pd7, een zet die hij niet had overwogen, had hij zich misschien kunnen redden. Het beste voor zwart is dan 26...Ph3+ 27. Kg2 Dc6+ (met 27...Pf4+ kan hij remise maken, maar dat is niet nodig) 28. Ld5 Dxd7 29. Txd4 e6 30. Kxh3 Lxd4 31. Lc6 (na 30. Lxd4+ volgt 30...e5+) Da7 en hoewel wit er met twee stukken tegen toren en pion materieel goed voor staat, is zwart toch in het voordeel door de onveilige witte koning. Aan opgeven zou niemand hier natuurlijk denken.

Eerder in het toernooi had Carlsen zelf ook iets vreemds gedaan door zijn blindpartij tegen Vasili Ivantsjoek te beginnen met het miezerige zetje 1. a3, genoemd naar Adolf Andersen (1818-1879), die het zelf ook een idiote zet vond. Kasparov, Carlsens coach, of misschien moet ik zeggen voormalige coach, zou het een belediging van het schaakspel vinden.

Ik schreef er over op de website van de krant en kreeg een reactie van Peter Doggers, die in Nice van Carlsen had gehoord dat die niet zomaar achteloos met de muis op zijn randpionnetje had geklikt, maar zich wel degelijk van tevoren had beraden.

Na 1...d5 had hij 2. f4 willen spelen en na 1...c5 had hij 2. e4 gedaan. Overgang naar het Roel van Duijn gambiet, heb je het ooit zo zout gegeten!

Ivantsjoek deed 1...Pf6, veegde Carlsen van het bord en won daarna ook de rapidpartij.

Carlsen despereerde niet en scoorde in de dagen daarna 7 uit 8. In de blindpartij tegen de vervaarlijke Levon Aronian ging het als vanzelf.

Levon Aronian Magnus Carlsen, Amber Nice, blindpartij tweede ronde

1. Pf3 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. d4 0-0 6. Le2 e5 7. 0-0 Pc6 8. d5 Pe7 9. Pe1 Pd7 10. Pd3 f5 11. Ld2 Pf6 12. f3 Kh8 13. g4 Een zet waarmee wit veel hooi op zijn vork neemt. 13...c6 14. Kg2 Voorzichtiger is meteen 14. Pf2, zoals bijvoorbeeld in Donner - Ree, NK 1978. 14...b5 15. b3 Hans Kmoch, de schrijver van het boek Die Kunst der Bauernführung, zou verrukt zijn geweest van deze stelling. 15...a5 16. Pf2 b4 17. Pa4 Lb7 18. Tc1 Een zwaar onweer dat zich op de diagonaal a8-h1 zal ontladen hangt in de lucht, en daarom was 19. Kg1, weg van de diagonaal, beter. Ook dan zou zwart uitstekend staan. 18...fxe4 19. fxe4 cxd5 20. exd5 Pexd5 21. cxd5 Pxd5 Twee pionnen voor het stuk en de zware aanval tegen wits slecht beschermde koning; je kunt het nauwelijks een offer noemen. 22. Kg1 e4 Nu grijpt ook zwarts andere loper in. 23. Pxe4 Ld4+

24. Tf2 Na 24. Pf2 wint zwart snel met 24...Dh4 25. De1 Le5, maar met 24. Kg2 kon wit licht verzet bieden. Zwart kan dan zijn stuk terugwinnen met 24...Txf1 25. Dxf1 (of 25. Kxf1 Dh4) Pf6, maar nog sterker is 24...De7 25. Lf3 Txf3. 24...Txf2 25. Pxf2 De enige kans was 25. Lg5, maar na 25...Lf6 26. Pxf6 Tg2+ of 26. Lxf6+ Txf6 heeft zwart beslissend voordeel. 25...Dh4 26. De1 Na 26. Le1 zou 26...Le5 komen. 26...Tf8 27. Lf3 Hij geeft nog een paar stukken voor hij opgeeft. 27...Txf3 28. De4 Dxf2+ Wit geeft op.