Bij de voorplaat

Blinde schorpioenen leven tot op 920 meter diep in de kalksteengrotten van het Mexicaanse Huautla Plateau. Biologen daalden erin af om de schorpioenen (familie: Typhlochactidae) met een pincet te verzamelen. Voor een studie in het aprilnummer van Cladistics classificeerde Lorenzo Prendini de schorpioenen op basis van 195 uiterlijke kenmerken. Soorten die ondiep leven, onder stenen en bladeren dichtbij de ingang van grotten, hebben hun nauwste verwanten op grote diepte. De hier afgebeelde minischorpioen Typhlochactas mitchelli (9 mm) leeft op geringe diepte. Volgens Prendini toont zijn studie aan dat sommige aanpassingen aan de donkere diepten omkeerbaar zijn. Dieplevende schorpioenen ontwikkelden ooit een dunner exoskelet, dunnere poten en smallere voelsprieten. Toen hun ondiep levende verwanten uitstierven – misschien door een meteorietinslag 65 miljoen jaar geleden – keerden de diepe grotbewoners terug. Met een dikker pantser en steviger poten pasten ze zich aan het leven nabij het aardoppervlak aan. [MvN]