Alles is veldonderzoek: vriendschap, seks en werk

Arnon Grunberg reist van Istanbul naar Bagdad en doet verslag van zijn belevenissen. Voor hij Irak ingaat, wil hij een waarzegger bezoeken. Aflevering 13.

In het centrum van de oude stad van Diyarbakir bevindt zich een moskee die ooit kerk is geweest, daarvoor was het een tempel voor heidense goden.

Op het plein voor de moskee spreekt Ali Baykal me aan. Hij is 22 en studeert Turkse letterkunde. Samen met zijn vriend, Mehmet, staat hij hier om, zo beweert hij, vreemdelingen te helpen.

„Wat zoek je”, vraagt Ali

„Een waarzegger”, antwoord ik. Voordat ik de grens met Irak overga, wil ik een waarzegger spreken.

„Kom”, zegt Ali. „Ik ken een waarzegger in een kerk.”

Murat voegt zich bij ons, een zelfs voor Oost-Turkse begrippen haveloze man, die eerst beweert zakenman te zijn, dan student en vervolgens musicus. Volgens mijn vertaalster is Murat vermoedelijk een zakkenroller.

Met zijn allen gaan we naar de kerk.

Daar is geen waarzegger maar een Amerikaanse evangelist die perfect Turks spreekt en Jerry heet.

Jerry zegt: „Laat je niet wijsmaken dat Jezus de zoon van God is. God heeft geen kinderen. Dat moet je symbolisch zien.”

Daarna geeft Jerry boeken weg over Jezus in het Turks.

Ali Baykal beweert dat de waarzegger in de kerk tegenover de evangelische kerk woont. Daar bevindt zich een Assyrische kerk, maar hoe hard we ook op de deur bonzen, er wordt niet opengedaan.

Als dank neem ik Murat, Ali en Mehmet mee uit lunchen. Ook zakkenrollers hebben honger.

In de namiddag spreek ik met Özlem Örçen, projectleider van het Diyarbakir Kunstencentrum.

Het centrum bevindt zich in een ondergronds winkelcentrum naast een speelplaats voor peuters.

„De kunstenaars die hier exposeren, belichten soms de problematiek van de Koerden”, zegt Örçen. „Daarom komt vaak iemand van de overheid kijken. Ze laten ons volledig vrij, omdat we niet in een openbare ruimte exposeren, maar in een ondergronds winkelcentrum.”

„Hoe staat het ervoor met de vrijheid van meningsuiting in Turkije?” vraag ik.

„Prima”, zegt Örçen. „We doen hier geen illegale dingen.”

De dag eindigt met een gesprek met een Noorse studente antropologie, Mona-Maria. Ze is 24 en is naar Turkije gekomen om veldonderzoek te doen naar de Koerdische dans.

Mona-Maria is mooi door haar lelijkheid.

„Ik logeer bij een Koerdische familie”, zegt ze. „De grootmoeder zei: ‘Als je wilt trouwen kan ik dat arrangeren.’”

Alles is veldonderzoek: vriendschap, seks, liefde en werk.

Alleen als je schrijft, ontsnap je aan het veldonderzoek.

Ik kan niet wachten mijn veldonderzoek in Irak voort te zetten.

(wordt vervolgd)