Voorstel voor een code voor claimstichtingen

Consumentenbond en VEB bepleiten een code om consumenten beter te informeren over claimstichtingen. „Het is een soort Wilde Westen.”

Op 16 november zat DSB curator Rutger Schimmelpenninck aan tafel met vertegenwoordigers van liefst negen stichtingen en verenigingen. De negen spraken voor groepen gedupeerden van de failliete bank. Een lastige situatie. „Mijn hartewens zou zijn dat er één vertegenwoordiger was met wie ik kan onderhandelen”, zei Schimmelpenninck.

De curator was gisteren een van de sprekers tijdens het seminar over een claimcode in Den Haag. Aanwezige advocaten, vertegenwoordigers van financiële instellingen en belangenorganisaties als de Consumentenbond en de Vereniging van Effectenbezitters waren het erover eens: er moet een code komen die consumenten een handvat biedt in het oerwoud van claimstichtingen.

Die code zal Schimmelpenninck niet helpen bij zijn hartewens. Het is niet de bedoeling dat er door de code minder claimstichtingen komen. Wel moet het volgens initiatiefnemers Jurjen Lemstra (advocaat) en Rob Okhuijsen (communicatieadviseur) ervoor zorgen dat stichtingen professioneler worden waardoor – zo hopen zij – stichtingen die vooral voor het eigen belang zorgen minder kans maken.

„Er zijn steeds meer claimacties. Bij ieder financieel schandaal komen er meer stichtingen”, zei Lemstra, die als bestuurslid van Leaseverlies betrokken was bij een van de eerste grote claimacties die werd gevoerd tegen de woekerpolissen van Dexia. ‘Ervaringsdeskundige’ Ben Knüppe, topman van Dexia Nederland, zei dat „de belangenorganisaties als straaljagers, wespen en vliegen” op je af komen als er een affaire speelt.

Het faillissement van DSB is niet de reden waarom hij samen met Okhuijsen een concept-claimcode schreef. „Het was wel de katalysator. Er gaan miljoenen om in de claimmarkt en sommige stichtingen hebben het oogmerk om winst te maken en niet zozeer de belangenbehartiging van klanten.”

En dus moeten stichtingen een raad van toezicht hebben, moet het bestuur van een stichting uit drie personen bestaan van wie er één verstand heeft van juridische zaken, moet er een website zijn en moet er duidelijkheid zijn over de onkostenvergoeding van bestuurders.

De code die gisteren werd gepresenteerd is een concept. Lemstra en Okhuijsen willen dat er in april een commissie is gevormd met vertegenwoordigers uit bedrijfsleven, stichtingen en advocatuur die tot de zomervakantie met betrokkenen in de sector gaat praten om vervolgens een definitieve code op te stellen. „Vanuit de poldergedachte, zoals er ook bij de code-Tabaksblat gebeurde”, aldus Lemstra. „Als er dan in het najaar een nieuw kabinet is kunnen we hen een code presenteren.”

Dat kabinet zal dan, zo hopen een aantal aanwezigen, de code opnemen in de wet en sancties gaan opstellen als stichtingen de code niet volgen. Eén van hen is Bart Combée, directeur van de Consumentenbond. „Het moet geen zelfregulerende code worden. Dat is te vrijblijvend. Er moeten sancties zijn, een wettelijke verankering. Het toezicht op de naleving en de stichtingen zou gedaan kunnen worden door de Autoriteit Financiële Markten.” Combé vindt de code een goede stap. „Het is nu het Wilde Westen. Je kan er nu vaak niet op vertrouwen dat het belang van de stichting ook jouw belang is.”

Als de code wordt ingevoerd zullen veel stichtingen aan het werk moeten. Lemstra en Okhuijsen deden een steekproef bij zeventien stichtingen waaruit bleek dat slechts twee een raad van toezicht hebben.

De discussie over hoe de code eruit moet zien laaide gisteren al op. De Stichting Woekerpolis Claim liet weten dat de code inhoudelijk moet gaan over de beloningen van bestuurders van stichtingen en de transparantie daarover en niet zozeer over de vraag of er wel een raad van toezicht is.