Vlindernijd sneeuwvlokwens &

Baby’s worden altijd mensen. Nooit eens een vis of koalabeer. Nee, dan de kunst. Daar kan alles in alles veranderen. Je zou alle kunst animistisch kunnen noemen.

Metamorfoses zijn er niet veel in het dagelijks leven. Neem ons lichaam. Elke dag zijn er van sommige delen een en van andere twee en ze zijn nogal vorm- en honkvast. Twee armen zitten altijd aan de schouders vast. Mannen hebben wel een lichaamsdeel dat snel van vorm kan veranderen. Dat is iets. Maar heel veel is het niet. Een mixer met twee standen. Slap en stijf. Van slurfje tot stamper. Toch wel iets om jaloers op te zijn. Penisnijd is vlindernijd.

Andere metamorfoses zijn er wel, maar ze zijn te subtiel of ze duren te lang om ze in actie te kunnen zien. Het vormen van een onderkin duurt jaren. Soms kun je op een heel jong kind al zien waar later een rimpel zal verschijnen, maar dat is slechts een voorbode. Zelfs baby’s, die toch spectaculair snel groeien, groeien te langzaam om het echt te kunnen zien. Dankzij time-lapse fotografie kun je het proces soms volgen. Een plant ontkiemt en bloeit in luttele seconden. Hoe zou het zijn om van je eigen lichaam zo’n film te hebben? Op internet is het een kleine stroming. Mensen publiceren elke dag een foto van zichzelf in dezelfde houding voor dezelfde achtergrond. Dan kun je er een filmpje van maken. Maar zo spectaculair als die videoclip waarin Michael Jackson in allerlei andere mensen verandert, zal het nooit worden. De enige metamorfose is aftakeling.

De natuur een handje helpen levert weinig opzienbarende gedaanteverwisselingen op, zelfs bij Michael Jackson niet. Mensen willen altijd meer van hetzelfde en het mag wel een onsje meer of minder zijn, maar veel scheelt het niet. Het kubisme is niet populair onder plastisch chirurgen. Gelukkig hebben we haar; daar kan, tot nu toe in ieder geval, meer mee dan met huid. Maar ook bij haar is saaiheid troef. Niet veel afwijkingen. Het probleem van perfectie is de voorspelbaarheid ervan.

Baby’s worden altijd mensen. Nooit eens een vis of een koalabeer, altijd mensen. Bij wilde kinderen lijkt het soms een beetje zo. Kala en Mala, die meisjes uit India die door wolven zouden zijn opgevoed, als echte Mowgli’s , leken door hun haar en huid niet op mensen, maar ze bewogen zich ook niet als mensen. Ze sliepen zelfs niet als mensen, maar als hondjes in een mandje, alsof het ze niet uitmaakte van wie welk lichaamsdeel was. Daar is gelukkig een foto van.

Ook in de rest van onze omgeving zijn metamorfoses schaars. Als je je meubels wilt zien veranderen, zul je nieuwe moeten kopen. Kopen is de kapitalistische oplossing voor het gebrek aan metamorfose. Want de meeste meubels overleven hun eigenaren. Ze kunnen zelfs antiek worden. Er zijn nog stoelen waarop Lodewijk de Veertiende heeft gezeten, al zijn zijn billen al lang van zijn botten gerot. Hoe lang duurt het tot ook een stoel stof is geworden?

Voedsel geeft meer kans op verandering. Maar de interessante metamorfoses van ons voedsel spelen zich weer buiten beeld af, in onze maag of in de vuilnisbak. Alleen slordigheid en vergeetachtigheid levert hier per ongeluk wel eens mooie resultaten op. Wit zowel als bruin brood kan dankzij schimmels gifgroen worden, de kleur in contrast met de vorm, schuchter als het eerste dons op een jongenswang.

Nee, dan de kunst. Daar kan alles in alles veranderen. Verf en linnen worden lucht en water of oog en neus, het meisje van Vermeer en de kraaien van Van Gogh. Vieze oude stukjes linnen nemen de plaats in van Gods eigen werken, zoals de Britse schilder John Constable het twee eeuwen geleden nogal negatief formuleerde. En figuurlijk. Alles verandert in alles. Zeus in een stier en Clark Kent in Superman. Als er één constante in de menselijke cultuur is aan te wijzen dan is het de metamorfose. Wolven, laurierbomen, het schuim der zee, alles is inspiratie, alles is mensen is dieren is dingen. Cultuur is natuur.

In de literatuur gaat het het makkelijkst. Daarin kun je gewoon zeggen dat het gebeurt, zoals dat in mythes gaat. Aan Zeus’ stierzijn worden niet zoveel woorden vuil gemaakt, het gebeurt gewoon, huup huup barbatruc. Bepaalde rituelen van de katholieke kerk, zeker het sacrament van de transsubstantiatie, vallen wat dit betreft eerder onder de literatuur dan de beeldende kunst. Ze zeggen gewoon dat dat stukje brood het lichaam van Christus wordt. Zien kun je het niet; proeven evenmin. De hostie is meer papier dan brood. Inderdaad, literatuur.

Pas veel later wordt er over de gewenning aan een nieuw lichaam geschreven. „Eerst wilde hij met het onderste deel van zijn lichaam uit bed komen, maar dit onderste deel, dat hij overigens nog niet had gezien, en waar hij zich ook geen juiste voorstelling van kon maken, bleek moeilijk te bewegen; het ging zo langzaam; en toen hij zich eindelijk, bijna wild, met al zijn kracht roekeloos naar voren gooide, had hij de richting verkeerd genomen, stootte hard tegen het voeteneind van het bed en de brandende pijn die hij voelde, deed hem inzien, dat juist het onderste deel van zijn lichaam nu het gevoeligste was”, schreef Kafka in Die Verwandlung, een moderne metamorfose in de literatuur. Misschien koos Kafka zo’n onappetijtelijk dier uit voor zijn held omdat de mooie en interessante dieren al vergeven waren. Gregor Samsa staat duidelijk in een traditie die niet met hem begonnen is. Kliekjes. Daar doet het feit dat vampiers en weerwolven nu populair zijn, niets aan af. Herkauwen.

Soms laat ook de beeldende kunstzien hoe moeilijk het is om een verandering te bewerkstelligen. Geen sprezzatura maar wanhoop. Of humor. De Bulgaarse kunstenaar Nedko Solakov wilde een sneeuwvlok worden. In een gedicht is dat makkelijk. In het echt niet. Solakov is een nogal grote, dikke man, en verkleed als sneeuwvlok mist hij zelfs overdrachtelijk de kwaliteiten om dat te verbeelden: een sneeuwvlokje is toch eerder een ballerina dan een bouwvakker.

Het tegenovergestelde van Solakovs This is me, too, dat te zien was op de expositie Niet normaal in de Amsterdamse Beurs van Berlage, is de tekenfilm. Daar is de metamorfose de hoogste versnelling in geschakeld. Alles kan alles worden, soms omdat er een zekere gelijkenis in vorm bestaat. Ik herinner me bijvoorbeeld de boterhamvlinders uit de Disney-versie van Alice in Wonderland. Soms is er zelfs geen vormverwantschap, alleen anarchie. De metamorfose is in ieder geval de motor van de animatiefilm. Ooit een aflevering van Tom en Jerry gezien waarin de kat niet van vorm veranderde?

In Antwerpen is nu een tentoonstelling te zien over metamorfosen. Het is eigenlijk een tentoonstelling over animisme, maar die begrippen liggen zo in elkaars verlengde dat hij ook Metamorfose had kunnen heten. Animisme is een grote tentoonstelling, een die na Antwerpen nog in Bern, Wenen en Berlijn te zien zal zijn. Een animist is iemand die gelooft dat niet alleen mensen een ziel hebben en zo iemand kijkt meestal niet op van een gedaanteverwisseling meer of minder. De term animisme werd eind negentiende eeuw bedacht door de Britse antropoloog Sir Edward Tylor, als verzamelnaam voor de religies van mensen die ze toen primitief noemden. De bedenker van de tentoonstelling, Anselm Franke, gebruikt de term iets politieker: hij heeft het over de kloof die de mens van zijn omgeving scheidt. Vervreemding, die term maakt ook weer eens zijn opwachting.

Animisme is geen tentoonstelling van kunst of rituele voorwerpen van nog overgebleven jagers/verzamelaars. Het Antwerps Museum voor hedendaagse kunst is niet opeens een Tropenmuseum geworden. Geen maskers, geen voodoobeeldjes. Wel versteende worsten en wolken. Van de Amerikaanse kunstenaar Jimmie Durham. In een vitrine liggen stenen die inderdaad verdraaid veel op salami, spek of wolk lijken. Aan een muur hangt van dezelfde kunstenaar een werk met een aantal kleinere stenen die allemaal een naam hebben gekregen, en inderdaad, met namen als Jan, Carlos en Philippa verliezen de stenen hun inwisselbaarheid. Allemaal individuutjes.

Animisme is een tentoonstelling van moderne, meest hedendaagse kunst. Van kunst, op de eerste plaats. Je zou alle kunst animistisch kunnen noemen. Kunst bezielt. Zie het eerdere citaat van Constable. Of de Mona Lisa. Linnen en pigment dat glimlacht. Ook voor wie in god noch ziel gelooft.

Op de tentoonstelling Animisme neemt de tekenfilm, hier om voor de hand liggende reden meestal animatiefilm genoemd, een ereplaats in. In Extra City, waar het tweede deel van de expositie zich afspeelt, is Disney’s meesterlijke Skeleton Dance te zien uit 1929. Ook vertoond wordt het veel mindere bekende werk van Len Lye, een Nieuw-Zeelandse kunstenaar die als een van de eersten abstracte tekenfilms maakte. De scheppingsmythe van de Maori speelt een belangrijke rol in Tusalava, net als Skeleton Dance al uit 1929. De titel betekent in het Samoaans dat alles weer bij het begin terugkomt.

Als het eind van de tentoonstelling zou je de film Soft Materials van de Amerikaanse kunstenaar Daria Martin kunnen zien. Daarin dansen een man en een vrouw met computers, die zij op deze manier les in beweging geven. De locatie is een kamer in het Artificial Intelligence Lab van de universiteit van Zürich. Met de kunstmatige intelligentie komt een eind aan duizenden jaren smachten. Eindelijk een machine met bewustzijn, na de pogingen van Aphrodite en haar beeldhouwer, van de golem, van dr. Frankenstein, komt het door de mens gemaakte bewustzijn steeds dichterbij. Animisme in een moderne variant.

Het vervelendste werk op de tentoonstelling levert het mooiste idee op, dat al een heel oud idee is. Het gaat om Assemblages. Felix Guattari and Animism, 2009-2010 van Angela Melitopoulos en Maurizio Lazzarato, een in opdracht van Franke speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt werk. Het laat op de eerste plaats zien dat niet alle metamorfoses geslaagd hoeven te zijn. Dit is een slechte documentaire vermomd als kunstwerk.

Maar een van de mannen met baarden die er in aan het woord komt, een filosoof, vertelt over de scheppingsmythe van Indianen in het Amazonegebied.

In den beginne was alles mens. In het Amazonegebied is de mens niet de kroon op de schepping maar het begin. Pas later zijn sommige mensen dier of plant of ding geworden. Lianen, jaguars, boten, ringen, begonnen allemaal als mens. Pas laten kozen ze voor poten in plaats van benen, wortels in plaats van benen, geen benen.

Animisme. Antwerpen, M HKA en Extra City, t/m 1 mei. M HKA di t/m zo 11-18 u, do 11-21u, Extra City wo t/m zo 14-19u, do 14-20 u. Inl. muhka.be en extracity.org.