Toerist in munitiebos en werelderfgoed

Waar winden dorpelingen zich over op? In Spaarndam moet een vakantiepark de restauratie van een wereldberoemd fort betaalbaar maken.

Het plan is om het fort te restaureren en er een publiekstrekker van te maken. Om dat te betalen, zou je van het omringende bos een vakantiepark kunnen maken. „Zo blijft het fort voor de toekomst behouden en wordt een recreatieve voorziening gerealiseerd waaraan vele bezoekers plezier kunnen beleven”, stelt projectleider Wim Roozenbeek van het recreatieschap Spaarnwoude.

Projectontwikkelaar ESBI kreeg de opdracht van het recreatieschap. Directeur Mark Petter legt uit dat in het bos naast het fort een kleine veertig gebouwtjes staan waar ooit munitie werd opgeslagen, ook wel plofhuisjes genaamd. Die worden gesloopt. Daarvoor in de plaats wil hij ruim tachtig kleine en grotere recreatiewoningen bouwen. „De hoeveelheid bebouwing blijft gelijk”, zegt hij. De helft van het fort wordt verbouwd tot museum en bezoekerscentrum. De andere helft wil hij ombouwen tot kleine supermarkt voor de gasten van het bungalowpark, restaurantje, opslag van linnengoed en verhuur van fietsen. De helft van het bos wordt gekapt zodat het schootsveld van het fort weer tevoorschijn komt. Op een deel ervan wordt wellicht een kleine golfbaan aangelegd.

Wie zo’n plan maakt, kan rekenen op breed verzet. Het Fort Benoorden Spaarndam behoort tot de Stelling van Amsterdam en deze voormalige militaire verdedigingslinie prijkt op de Werelderfgoedlijst van de Verenigde Naties. Kamerleden van de PvdA hebben opheldering gevraagd aan de minister van Ruimtelijke Ordening en Milieu. „Klopt het dat het hier een rijksbufferzone betreft, waar bouwen niet is toegestaan?” vragen ze. „Vindt u het een goede zaak als de financiële positie van recreatieschappen (en andere bestuursorganen) wordt gelenigd door commerciële ontwikkelingen toe te staan in waardevolle landschappen?” En: „Hoe komt het dat de financiële positie van het recreatieschap zo precair is?”

Omwonenden zijn bezorgd en maken zich boos. Jan Pranger woont op een ark tegenover het fort en maakt deel uit van het Platform Natuurbehoud Fort Benoorden Spaarndam. Hij zegt: „Twee keer per week worden de bewoners van zo’n vakantiepark ververst. Steeds opnieuw gaan de bezoekers de omgeving verkennen. Er komt dus veel meer autoverkeer. Bovendien wil men er een hondvriendelijk park van maken. Dat betekent dat al die mensen hun hond gaan uitlaten op het Landje van Gruijters, het natuurgebiedje hiernaast waar honderden grutto’s zitten. Die worden door de honden afgeschrikt.”

Ook natuurbeschermer Niko Buiten is geschrokken. Hij wandelt langs het fort en vertelt dat hier niet alleen grutto’s rusten en ‘opvetten’, maar dat ook het zeldzame goudknopje er bloeit. Bovendien bedreigen de plannen een veenmosrietland waar de Noordse woelmuis huist. „De panda van Nederland.”

De mannen krijgen bijval van de dorpsraad van Spaarndam. Voorzitter Wineke Toppen: „Spaarndam is een mooi, pittoresk dorp. Veel mensen zullen met de auto naar een kroeg rijden, en een bezoek brengen aan het standbeeld van Hans Brinkers die zijn vinger in de dijk steekt. Onze smalle dijkweggetjes zijn daar niet op berekend.” Ze zucht. „Iedereen verdient aan dit plan, maar niemand neemt de verantwoordelijkheid voor dit gebied. Alles van waarde is weerloos.”

Ook de Stichting Krayenhoff, die zich sterk maakt voor bescherming en behoud van de forten bij Spaarndam, wil weinig van de plannen weten. Conservator Ziegel Ziegelaar: „Dit plan gaat het fort schade toebrengen. Bijvoorbeeld doordat schoorstenen in het dak worden aangebracht en er een keuken wordt gebouwd in een waardevolle ruimte.” Wat het fort ook bijzonder maakt, zegt Ziegelaar, zijn de vele muurschilderingen die hier in de eerste helft van de vorige eeuw zijn gemaakt door soldaten. „Door die tekeningen maak je als bezoeker als het ware een reis door de tijd.”

Is restauratie eigenlijk wel nodig, vraagt Hans Rozestraten zich af. „Dit fort is een van de weinige in Nederland die nog niet stuk gerestaureerd zijn. Je kunt ook gewoon zorgen dat de boel niet instort.”

Alles beter in elk geval dan recreatie ontwikkelen voor bezoekers uit heel Nederland over de ruggen van de omwonenden. Wineke Toppen: „Wij krijgen de lasten en de bezoekers de lusten.”

Het recreatieschap ziet het anders. Het schap biedt „verschillende vormen van recreatie voor zowel omwonenden als niet-omwonenden”, schrijft projectleider Wim Roozenbeek. „Het toegankelijk maken van het munitiebos, het geven van een openbare bestemming aan het fort (werelderfgoed, niet alleen van plaatselijk belang!) en het realiseren van recreatieve voorzieningen passen heel goed in de doelstelling van het recreatieschap.”

Projectontwikkelaar Mark Petter ziet het allemaal nog wel zitten. „Ik heb begrip voor de bezwaren van omwonenden. Daar proberen wij aan tegemoet te komen. En er is politiek draagvlak.”

Maar dat het vakantiepark over twee jaar kan worden geopend zoals de bedoeling was, betwijfelt hij. „Er zullen juridische bezwaren komen.”