Sussen lijmen duwen trekken

Hans Vervoort publiceerde het slot van zijn trilogie over de Weekbladpers. Een meeslepende soap: een bonte mengeling van intriges en misverstanden, successen en teleurstellingen, liefdesperikelen en wraakacties, schandaaltjes en geldkwesties.

Hans Vervoort: Het Bedrijf. Deel 3: Confrontatie. Nijgh & Van Ditmar, 444 blz. € 22,50.

Op 16 mei 1988 schreef Hans Vervoort in zijn functie van uitgever van de Weekbladpers een pittig memo. De aanleiding: moeizame gesprekken met de hoofdredactie van Vrij Nederland over stijgende productiekosten in combinatie met dalende oplagecijfers. In zijn memo deed hij krachtige aanbevelingen om de kosten te drukken.

Het was maar een van de tientallen memo’s die Vervoort in zijn uitgeverstijd schreef. ‘Als hij niet uitkeek’, zo peinsde hij, ‘werd het vanzelf een boek. Een saaier boek dan hij gewend was te schrijven, want terwijl het in romans gaat om conflicten en dramatiek, is men op kantoor altijd bezig elkaar te ontzien en confrontaties niet op de spits te drijven.’

Zo ongeveer, op basis van memo’s, notulen, brieven, vergaderstukken en e-mails moet Het Bedrijf tot stand zijn gekomen, het kantoorepos van Vervoort waarvan nu het laatste deel verschenen is. Zodat er nu een heuse driedelige roman is met veel conflicten en drama’s en confrontaties die op de spits worden gedreven. Allerminst een saai boek dus. Vijfentwintig dienstjaren sleet Vervoort bij de Weekbladpers, van 1975 tot 2000. Eerst als marktonderzoeker, later als directeur van de afdeling cultuurtijdschriften.

Of we het bedrijf in die drie dikke delen nu echt leren kennen, lijkt mij nog maar de vraag. Want het is geen statisch geheel. Het is net zo veranderlijk als de mensen die er werken. Het linkse, democratische elan van de beginjaren maakte langzaam maar zeker plaats voor een meer commerciële en directievere inslag. En in zijn laatste jaren bij de Weekbladpers, als hij zelf geen directielid meer is, doen ‘domheid en arrogantie’ hun intrede, aldus Vervoort, en gaat er een steeds killere managementswind waaien.

We bewegen ons met hoofdpersoon Hans van de ene kantoorscène naar de volgende. Wat hij ons laat zien is een meeslepende soap: een bonte mengeling van intriges en misverstanden, successen en teleurstellingen, liefdesperikelen en wraakacties, schandaaltjes en geldkwesties, ruzies en verzoeningen. Wat overheerst, ondanks alles, is liefde voor de zaak waar Hans zich volledig voor inzet. Hij sust, lijmt, duwt en trekt. Hij voorkomt financiële rampen, blust binnenbrandjes en legt zich, als er tenminste iets te vieren valt, toe op het opwekken van een ‘hoeragevoel’ op de werkvloer.

De vraag dringt zich natuurlijk op hoe Het Bedrijf zich verhoudt tot Het Bureau, die andere, nog veel dikkere kantoorroman-in-delen, waardoor Vervoort zich voor zijn project ongetwijfeld heeft laten inspireren. Op het eerste gezicht zijn er opvallende overeenkomsten: eenzelvige hoofdpersoon, sobere, zakelijke stijl, oog voor het sprekende detail. Maar de verschillen zijn groter. Vervoort baseert zich voor een belangrijk deel op controleerbare feiten, terwijl Voskuil onvermoeibaar het intermenselijk verkeer onderzoekt dat zich in geen businessplan laat uitdrukken. Bij Vervoort draait het, behalve om zoiets als sfeer, vooral om winst- en verliescijfers, lezersaantallen en productiecijfers. Hoofdpersoon Hans kan tevreden vaststellen dat hij problemen heeft opgelost, een nieuw blad op de markt heeft gebracht of een leuke winst heeft veiliggesteld. Hoofdpersoon Maarten is nooit tevreden. Hij is onophoudelijk bezig verantwoording af te leggen van al zijn doen en laten, in de hoop zo ooit nog eens greep op zijn leven te krijgen.

Het Bedrijf is een herkenbaar boek met een journalistieke inslag: amusant en onderhoudend. Het Bureau is niets minder dan een strijd om het bestaan: gek, grillig en daardoor vaak ook onbedaarlijk geestig. We zitten opgesloten in het nurkse hoofd van Maarten die tegen wil en dank aan het sociale leven deelneemt. ‘Ik ben een man in een mangat’, stelt hij grimmig vast, ‘met een mitrailleur.’

En zo hebben we nu twee grote romans die het leven op kantoor van buiten en van binnen beschrijven. Het mooist is natuurlijk om ze naast elkaar te lezen. De ene om inzicht te krijgen in het normale, dagelijkse reilen en zeilen op de werkvloer en de andere om af te dalen in de rusteloze ziel van de klerk in zijn mangat.

De eerdere delen van Het Bedrijf, ‘Opwinding’ (2007) en ‘Betere tijden’ (2008), zijn ook verschenen bij Nijgh &Van Ditmar.