Schrijven is als een weten dat niet goed weet

Erwin Mortier: Wat voorbij is begint pas. Lichtzinnige meditaties over het schrijven. De Bezige Bij, 223 blz. € 18,90

Het is altijd een feest om naar de melodieus klinkende Vlaming Erwin Mortier te luisteren. Of hij nu een toespraak houdt bij het overlijden van Hugo Claus of over zijn intiemste leeservaringen, altijd zijn de woorden zorgvuldig gekozen en is zijn taal ritmisch, poëtisch en beeldend.

Toch kostte het mij moeite de veertien gelegenheidstoespraken en artikelen die Mortier bijeenbracht onder de noemer ‘Lichtzinnige meditaties over het schrijven’ achter elkaar te lezen. Het probleem is dat al zijn teksten zijn geschreven in de lyrische taal van zijn romans, maar wat in zijn romans werkt, wordt in zijn essays snel monotoon.

In zijn Louis Paul Boon-lezing uit 2009, een boeiend en actueel betoog over ‘zin en onzin van geëngageerd schrijven’, beschrijft Mortier een leeservaring die ongeveer weergeeft wat ik hiermee bedoel: ‘Ik herinner me nog dat ik, toen ik voor het eerst de grote werken van Boon las, ontzettend geïntrigeerd maar ook lichtelijk geïrriteerd werd door die unieke schrijversstem, die ondanks alle onwennigheid en ergernis bijzonder hypnotiserend op me inwerkte.’

Bij het lezen van De Kapellekensbaan en Zomer te Ter Muren heb ik altijd alleen maar de hypnotiserende werking ervaren van Louis Paul Boons unieke schrijversstem en hetzelfde gaat op voor de geheel eigen stem van Mortier in diens romans. De irritatie treedt bij mij pas op als diezelfde stem ook buiten de fictie voortdurend resoneert. Dan is de ban verbroken en werkt de hypnose niet.

Vooral in een belangrijk statement als ‘Over de zin en onzin van geëngageerd schrijven’ is het doodzonde dat Mortiers gezwollen en meanderende stijl de aandacht afleidt van de informatie en analyse. Zo geeft Mortier een scherpzinnige uiteenzetting over de betekenis van Louis Paul Boons experimentele romans, die in Vlaanderen pas heel laat werd gezien, zoals er wel meer te laat werd gezien. Hij herinnert eraan dat Vlaanderen amper 25 jaar geleden nog overwoog de staatsprijs voor Hugo Claus’ Het verdriet van België slechts aan de eerste helft van de roman toe te kennen, ‘aangezien de eminente jury het tweede luik te experimenteel achtte’. En, zo voegt Mortier eraan toe, ‘ook de figuur en het werk van de jonge Tom Lanoye kreeg in die tijd vanuit christendemocratische hoek het verwijt volksvreemd en decadent te zijn.’

De vraag wanneer een roman al dan niet geëngageerd is en waarom dat eigenlijk van belang zou zijn, wordt door Mortier niet beantwoord. Wel zegt hij in het titelessay ‘Wat voorbij is begint pas’: ‘Boeken veranderen de wereld niet, de wereld verandert onze boeken, maakt andere schrijvers en lezers van ons’. Al zijn lievelingsschrijvers, essayisten en filosofen, maar ook zijn eigen debuutroman Marcel worden in deze erudiete essays onder de loep genomen.

Mortier is geen liefhebber van een type engagement dat zich manifesteert in straatrumoer of uitgesproken meningen over actuele politieke en morele kwesties. ‘Voor mij is de essentie van het moderne literaire schrijven dat het zich presenteert als een weten dat niet goed weet wat het zal weten, of anders gezegd: een schrijven dat elk voorop gesteld weten afwijst.’

Mooi geformuleerd en ruim tweehonderd bladzijden lang geadstrueerd aan de hand van de invloed van experimentele literatuur (Virginia Woolf, Samuel Beckett, Claus, Boon, James Joyce, Marguerite Duras) en verantwoord in een indrukwekkend notenapparaat. Niet hypnotiserend deze bundel– daarvoor moet je de besproken boeken zelf lezen – maar uitermate leerzaam en bij vlagen inspirerend.