Schimmig

Drie identieke, bleke mannen staan met een hand op de rug voorovergebogen, naar elkaar toe. Ze strekken de andere hand uit, alsof ze gezamenlijk iets optillen. De enige figuur van wie ik het gezicht kan zien, heeft de ogen gesloten. Het ziet ernaar uit dat de mannen hier al heel lang staan. Ze zijn doodop. Wat ze samen optillen, is verdwenen.

Quimper, een kleine stad in Finistère, hangt vol met reusachtige posters waarop de mannen zijn afgebeeld. Op elke muur, bij elke bushalte, in elke etalage is de aankondiging van de Rodin-tentoonstelling te zien, met daarop het gipsen beeld Les Ombres.

Ik vind het mooi dat de mannen die schimmen moeten voorstellen solide zijn. Ze zijn bleker dan mijn benen. Ze zijn gemaakt uit bleekte, gevormd uit gips.

Rodin kreeg in 1880 de opdracht een monumentale toegangsdeur te ontwerpen voor een nieuw te bouwen museum voor toegepaste kunst in Parijs. Hij begon aan een voorstelling van een poort naar de hel, met 180 beelden. Hij zou eraan doorwerken tot aan zijn dood.

Rodin baseerde zich op Dante’s voorstelling van de hel in La Divina Commedia. De drie uitgeputte mannen zouden aan de top van de hellepoort prijken. Ze zouden een waarschuwing symboliseren uit De goddelijke komedie: ‘Laat alle hoop varen, gij die hier binnengaat’.

Degenen die het museum wilden bouwen, hebben deze raad mogelijk ter harte genomen. Het museum is er nooit gekomen.

In 1900 liet Rodin de beelden voor het eerst zien aan het publiek. Hij had de tentoonstelling zelf georganiseerd. Maar vlak voor de opening sloeg de wanhoop toe. Hij verwijderde alle beelden en liet een onwerkelijke ruimte achter.

Wanneer ik me door de posters naar het Musée des Beaux Arts van Quimper laat lokken, zie ik daar een klein beeld. Het reikt niet hoger dan mijn knie. Dit moet een miniatuur zijn, stel ik vast. Ik vraag een suppoost – die me op de voet is gevolgd – waar het origineel zich bevindt.

Hij verzekert me dat dit kleine beeld het oorspronkelijke werk is. Ik blijf hem ongelovig aankijken.

‘Absolument pas’, zegt hij.

Ik blijf naar hem kijken. Hij is tenminste groot. Dat wil zeggen, hij heeft de maat van een volwassen Fransman. Hij is wit als de Schimmen die op een sokkel voor ons staan. Hij blijft in dezelfde houding staan, als versteend onder mijn blik. Ik bekijk hem vanuit verschillende hoeken, en bedenk dat Rodin mogelijk hetzelfde heeft gedaan toen hij een beslissing moest nemen over de houding van de eerste schim.

Hoe langer ik naar het beeld kijk, des te sterker de indruk wordt dat hier niet drie mannen staan, maar dat het een en dezelfde figuur is, gezien vanuit verschillende hoeken. De groep als geheel verbeeldt de aarzeling van de kunstenaar, maar ook zijn weerzin zich te laten beperken door een keuze.

Wanneer er nog iemand de zaal betreedt, en er drie mensen naar het beeld kijken, stel ik me voor dat Les Ombres één enkele figuur verbeeldt die tegelijkertijd door drie mensen gezien wordt. Ik kijk niet naar één beeld maar naar drie impressies van hetzelfde moment.

De Schimmen dragen alles wat ontbreekt. Ze dragen alle hoop die is gevaren. Ze tillen het onvoltooide werk van de kunstenaar en ze torsen het museum dat er nooit is gekomen. Ze dragen alle keuzes die nog niet zijn gemaakt.