Rintje Wonderteckel

‘Ik heb zin om te rennen!’ zegt Rintje. Samen met Tobias en Henriette is hij in het park. ‘Laten we dan tikkertje spelen,’ zegt Henriette. ‘Ik ben hem wel - ik tel tot tien. Een, twee, drie…’.

Als ze allemaal een keer de tikker geweest zijn, gaan ze op hun rug in het gras liggen.

‘Fijn dat het eindelijk lente is, hè?’ zegt Rintje. ‘Niks lekkerder dan de zon zo op je vacht.’

‘Zullen we zo weer verder gaan met tikkertje?’ vraagt Henriette. ‘Ik weet iets veel beters, laten we een wedstrijdje doen wie het allerhardst kan rennen,’ zegt Rintje.

‘Ja leuk!’ zegt Henriette. Ze springt op. ‘Dan is hier het begin.’ Met een tak trekt ze een streep in het zand. ‘En het begin is ook meteen de finish, want we gaan een grote ronde door het park rennen.’

‘Eerst ga ik tegen Tobias,’ zegt Rintje. ‘Henriette is de starter en moet aftellen als we klaarstaan.’ Tobias en Rintje gaan in de starthouding staan. ‘Klaar voor de start,’ roept Henriette. ‘Drie… twee…’

Rintje rent al weg, en Tobias staat nog achter de streep te wachten."‘Valse start!’ zegt Henriette. ‘Opnieuw!’

De tweede keer gaat het wel goed. Rintje en Tobias starten tegelijk en rennen op hun allerhardst. Maar Rintje gaat veel sneller en hij komt veel eerder bij de finish aan.

‘Rintje heeft gewonnen!’ zegt Henriette. ‘Nu ben ik aan de beurt. Ik ga tegen Tobias.’ En weer verliest Tobias. Hij kan Henriette niet bijhouden op zijn korte teckelpootjes. ‘Ben ik nu de kampioen?’ vraagt Henriette.

‘Dat weten we nog niet,’ zegt Rintje. ‘Ik moet eerst een keer tegen jou.’

Henriette en Rintje gaan klaarstaan bij de streep en nu telt Tobias af.

Henriette is het snelst weg, maar Rintje haalt haar in en komt als eerste over de streep.

‘Ik geloof dat Rintje toch wel de snelste is,’ zegt Henriette. Dan ziet ze dat Tobias sip staat te kijken. ‘Wat is er?’ vraagt ze.

‘Ik vind er niks aan,’ zegt Tobias. ‘Met mijn korte pootjes ben ik altijd de langzaamste. Ik wil ook wel een keer kampioen worden.’

‘Kom eens hier,’ zegt Henriette. Ze fluistert iets in Tobias zijn oor. ‘Tobias wil het toch nog een keer proberen,’ zegt Henriette tegen Rintje. ‘Mij best,’ zegt Rintje. ‘Ik loop nog wel een rondje.’ ‘Ik tel af!’ zegt Henriette. ‘Klaar voor de start, drie, twee, een… start!’ Rintje gaat er als een haas vandoor. Maar Tobias blijft staan. Hij zet geen stap. Henriette giechelt. ‘Rintje heeft het echt niet door,’ zegt ze. ‘Kom, we gooien een beetje water uit de vijver over je rug, en nu moet je heel hard hijgen, anders gelooft hij het niet.’

Daar komt Rintje al aan. Hij vliegt bijna over de finish, zo hard gaat hij. ‘Je hebt verloren,’ zegt Henriette. ‘Tobias was er al lang.’Ze wijst naar Tobias die met zijn tong uit zijn bek staat te hijgen.

‘Hoe kan dat nou?’ vraagt Rintje. ‘Ik heb hem helemaal niet voorbij zien komen.’

‘Dat kwam omdat ik zo hard ging dat je me niet eens meer kon zien,’ lacht Tobias. ‘Ik ben een wonderteckel!’

‘Nou, dan ben jij ook een kampioen!’ zegt Rintje. Tobias en Henriette geven elkaar een dikke knipoog.