Column

Recht op rouw

‘Natuurlijk, ik begrijp dat u het slachtoffertje niet gekend heeft, maar uw broer is onderwijzer en mijn vraag is hoe uw broer zou reageren als er op zijn school een meisje vermoord zou worden. Nee, ik weet dat uw broer dat niet heeft meegemaakt, maar het zou natuurlijk een keer kunnen gebeuren en dan is het wel interessant dat u namens uw broer vertelt hoe zijn school zich in zo’n geval zou opstellen. Of er een draaiboek voor dit soort zaken is? Krijgen de andere kinderen rouwvrij? Ik denk dat het voor onze kijkers heel interessant is om te weten of lagere scholen voorbereid zijn op dit soort uitzonderlijke situaties.

Er komen in onze nieuwsrubriek heel veel mensen aan het woord. Een mevrouw, die de oma van het meisje wel eens uit het station heeft zien komen. Ze vertelt dat het een hele gewone opgewekte oma is en ook al kent ze de bejaarde dame niet persoonlijk, ze vertelt zeer emotioneel hoe erg het voor die oma moet zijn. En we praten met een paar oude dames uit het verzorgingstehuis waar die oma verblijft en die vertellen dat het heel erg voor die oma moet zijn.

Waarom? Omdat onze kijkers dat willen weten, sterker nog: we vinden dat onze kijkers er recht op hebben.

Het is een heel verdrietige zaak, die ons erg aangaat omdat we in principe allemaal zo’n buurman zouden kunnen hebben. Daarom vind ik dat onze kijkers het recht hebben om het verdriet te delen. We gaan uiteraard ook rechtstreeks verslag doen van de stille tocht en we hebben nu al gehoord dat er duizenden mensen mee gaan lopen.

Er komen zelfs mensen uit Delfzijl, die zich mede door onze verslaggeving enorm betrokken voelen bij dit grote verdriet. Nee, dat is geen sensatiezucht. Dat is rouw. Het is voor die mensen ook goed om het een plek te geven. Anders zitten ze maar machteloos voor hun televisies en nu hebben ze het gevoel dat ze iets doen.

Straks interviewen we een hovenier, die vertelt dat de natuur na zo’n afschuwelijke zaak gewoon doorgaat. De lente trekt zich er niks van aan. Bottende bomen, koolmezen die onverstoorbaar eitjes leggen en sneeuwklokjes die heel brutaal uit de gazonnetjes kruipen.

We hebben trouwens niet een echte hovenier omdat die niet wilde, maar een buurman met groene vingers en die houdt voor onze kijkers een heel mooi verhaal. Een relaas dat ook weer hoop geeft. Mooi toch?

Net als dat we de wijkagent hebben gesproken. Hij telde maar liefst zevenenvijftig straalverbindingswagens en die stonden in dat kleine wijkje bijna allemaal dubbel of in elk geval illegaal geparkeerd.

We vragen hem of hij keihard parkeerbonnen schrijft of dat hij het in dit uitzonderlijke geval door de vingers ziet.

En we wilden praten met de vrouw van de wijkagent of deze trieste zaak niet een enorme druk op het gezin van de politieman legt, maar zij wilde niet.

Dus nu interviewen we iemand die het gezin van de wijkagent goed kent. Onze kijkers willen dat graag weten en hebben daar ook recht op. Net als op een reactie van de buren, de buren van de buren, de klasgenootjes, de schoolgenootjes van de klasgenootjes, de postbode die de rouwkaarten moest verspreiden, de zwager van de postbode en de man die van de dader ooit een biertje in een café heeft gekregen.

Het levert mooie, emotionele televisie op. De man die het biertje heeft aangenomen vertelt dat hij, als hij toen geweten had dat deze man dit zou doen, dat biertje nooit geaccepteerd zou hebben. Dat vinden wij een moedig standpunt.

En we blijven herhalen dat het een zeer trieste zaak is, maar het levert wel mooie televisie op. Straks nog de begrafenis en dan… dan zal het stil zijn op de redactie… en… je mag het niet zeggen… en ik zeg het ook niet… maar soms denk ik… het zou mooi zijn als… nee, u betrapt me niet op deze woorden, maar… u begrijpt wat ik bedoel!’