Praten met de Talibaan

De Afghaanse president wil vredesonderhandelingen met de Talibaan voeren.

Maar de VS willen eerst militair overwicht bereiken.

De Afghaanse president Hamid Karzai was woedend toen hij vorige maand hoorde dat de nummer twee van de Talibaan, Mullah Baradar, was gearresteerd in Pakistan. Een adviseur van de president legde dinsdag aan persbureau AP uit waarom: niet alleen was de Afghaanse regering verwikkeld in vredesbesprekingen met Baradar, ook had de mullah „groen licht gegeven” voor deelname aan de ‘vredesjirga’ eind april, de conferentie waar Karzai een verzoeningsplan wil opstellen.

Na de arrestatie door de Pakistaanse geheime dienst ISI – die de Talibaan doorgaans juist laat begaan – is het maar de vraag of de Talibaan de jirga zullen bijwonen, redeneert de adviseur. Dat Amerikaanse inlichtingendiensten de ISI hadden geholpen, maakte Karzai alleen maar kwader. Willen de Amerikanen dan geen vrede in Afghanistan?

De nieuwe strategie die de Amerikaanse president Obama in december inzette, heeft de discussie over vredesbesprekingen in een stroomversnelling gebracht. Daarin staat een paradox centraal: Karzais vredesjirga zou te snel kunnen komen, omdat de troepenuitbreiding dan nog te weinig resultaten heeft opgeleverd om de Talibaan in een zwakke onderhandelingspositie te dwingen. Anderzijds is haast geboden, omdat de VS in juli 2011 willen beginnen met de terugtrekking van militairen.

Veel spelers vinden dat de gesprekken nu van de grond moeten komen. „Het is tijd om te praten”, zei scheidend speciaal vertegenwoordiger van de Verenigde Naties Kai Eide. Hij heeft volgens niet-officiële berichten in januari voorbereidende gesprekken gevoerd met Talibaanvertegenwoordigers in Dubai. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Miliband riep vorige week op tot „een politieke oplossing” waar evenveel energie in wordt gestoken als het militaire optreden. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon suggereert in een rapport dat hij gisteren met de Veiligheidsraad besprak om de gesprekken voort te zetten, maar dan in het geheim.

De Verenigde Staten zijn terughoudender. Zij zeggen het te verwelkomen als opstandelingen Al-Qaeda afzweren, de wapens neerleggen en de Afghaanse grondwet accepteren, maar hebben geen vertrouwen in onderhandelingen met de top van de Talibaan, onder wie Mullah Baradar. „Onze bondgenoten spreken niet altijd dezelfde taal”, zei Karzai vorige week, en dat heeft volgens hem de vredesbesprekingen „ondermijnd”.

Commandant van de internationale missies generaal McChrystal heeft volgens persbureau AP nog geen mening over de vraag wanneer en met wie gesproken moet worden. Onbekend is ook welke positie wordt toegedicht aan de twee andere grote opstandelingenbewegingen in Afghanistan: het netwerk van de familie Haqqani en Hezb-i-Islami van krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar.

Maar de meest prangende vraag is welke positie Pakistan zal innemen. De speculatie rond het motief om Baradar te arresteren, illustreert het wederzijdse wantrouwen tussen Kabul en Islamabad. Volgens sommige analisten wilde Pakistan Karzai in de wielen rijden om een plaats aan de onderhandelingstafel af te dwingen. Anderen denken dat de ISI aan de Talibaan heeft willen laten zien wie de baas is voordat de VS uit Afghanistan vertrekken. Pakistan vreest dat rivaal India dan zijn invloed in het land zal uitbreiden.

Er zijn ook berichten van anonieme inlichtingenbronnen dat Talibaan-oprichter Mullah Omar aan de ISI heeft gevraagd om Baradar te arresteren, uit woede over de besprekingen met de regering. Als het waar is dat de top van de Talibaan verdeeld is over de vraag of er überhaupt met Kabul gesproken moet worden, dan is vrede nog erg ver weg.

Het Amerikaanse tijdschrift The Nation heeft een special over Afghanistan. Te vinden via: nrcnext.nl/links