Niet om de koe, het is om Kneppelhout te doen

Om de cryptische titel van het boek te begrijpen – Gekleurd grijs – moet je eerst een paar dingen weten.

Het begrip komt uit de Nederlandse schildersgeschiedenis, jaren zestig van de 19de eeuw, pre-Van Gogh. Het is de tijd van landschapsschilders als Anton Mauve, de gebroeders Maris en August Allebé: halverwege Barbizon en de impressionisten. Het meest belovende talent van de generatie (allemaal rond 1840 geboren) was Gerard Bilders. Hij had behalve z’n beeldende ambities ook literaire aanleg – dat bleek uit de correspondentie die hij voerde met zijn begunstiger Johannes Kneppelhout, die we kennen van Studenten-Typen (pseudoniem Klikspaan), en aan wie we zowel de briefwisseling als Gerards dagboek danken. In één van de brieven – 10 juli 1860; Gerard is dan 22 – legt de jonge schilder heel ambachtelijk uit hoe hij een ‘bruin en tam’ geworden doek geprobeerd heeft te restaureren. Hij schrijft: ‘Eerst verbeeldde ik mij dat de oorzaak aan het inschieten lag, en stak daarom mijn halve vermogen in eieren, om het almaar te eiwitten. Doch illusie, illusie! Alleen de eieren waren geen illusie. Ik zocht toen mijn heil, eerst in zeeschuim, toen in een scheermes, en eindelijk in puimsteen.’ En hij vervolgt: ‘Ik zoek naar een toon, dien wij gekleurd grijs noemen; dat is alle kleuren, hoe sterk ook, zoodanig tot één geheel gebragt, dat ze den indruk geven van een geurig, warm grijs. Doch ik voor mij vind nog maar altijd grijs van keukenmeiden-japonnen, wit en zwart, peper en zout, of op zijn hoogst een melkchocoladekleurtje. Om het sentiment van het grijze, zelfs in het krachtigste groen, te houden is verbazend moeijelijk’.

Wat ‘gekleurd grijs’ is weten we nu, en ontken maar eens dat de jonge briefschrijver stijl had, en die beheerste. Maar wat zegt het gekleurde grijs over zijn persoonlijkheid, of over het talent waardoor hij werd uitgeroepen tot voorloper van de Haagsche School, of over zijn relatie met Kneppelhout? Weinig. Zegt het dan iets over Kneppelhout die zijn royale mecenas was, en die hem tot zijn vroege dood (Gerard werd 26) is blijven volgen en bemoedigen? Ook niet. Of was de titel als metafoor bedoeld voor het omvangrijke boek waarin alle brieven van Kneppelhout en Bilders, en alle dagboekfragmenten van de laatste zijn opgenomen? Of voor de schilderkunst van de 19de eeuw?

Misschien is Gekleurd grijs domweg een ontoegankelijke, onhandige en niet erg wervende titel – maar dan wél eentje voor een integrale en met liefde bezorgde verzameling (ego)documenten uit een verleden dat altijd weer een stuk dichterbij voelt dan je op grond van de oude jaartallen zou verwachten.

Is het een schildersboek? Dat lijkt even, vanwege de vele repro’s: tientallen Gelderse weilanden en boompartijen, inclusief honderden koeien in zwart-wit en kleur: de hele Haagsche School lijkt aangetreden. Maar wat mij betreft is Kneppelhout de onverbiddelijke hoofdfiguur. Hij was rijk. Geïndexeerd naar 2010 maakte zijn vermogen hem tot multimiljonair onder de talrijke dominees van wie hij – als rechtenstudent – de jaargenoot was geweest. Na de niet onaardige Studenten-Typen bleef hij de half vergeten auteur van een bescheiden, deels in het Frans geschreven oeuvre, met een groot internationaal schrijversnetwerk waartoe onder anderen Hans Christian Andersen behoorde. Blijkens een portret van Nicolaas Pieneman (zoon van Jan Willem Pieneman), was hij getrouwd met een aantrekkelijke vrouw, maar hij werd vooral gedreven door een waarschijnlijk platonische ‘knapenliefde’ die op zijn Voorschotense kostschool Noorthey in hooggestemde termen was beleden en gekoesterd: seksualiteit op z’n 19de-eeuws gesublimeerd in vriendschap.

Centraal in z’n levensschets staat een lijst namen van jonge kunstenaars die nooit tevergeefs bij hem aanklopten. Zijn hartstochtelijke steun aan het 12-jarige vioolspelende wonderkind Jan de Graan kwam hem overigens op een beschadigende roddelcampagne te staan. Dat bijna al z’n beschermelingen jong stierven lijkt een opvallende bijkomstigheid. Maar we hebben het ook over de 19de eeuw, de eeuw van tbc.

Kneppelhout blijft het intrigerende personage. Hoe belangeloos was zijn vrijgevigheid? Waarom liet hij na de dood van Gerard alle brieven en dagboekfragmenten in een oplage van twaalf (!) exemplaren drukken, ter inzage voor alleen intimi? Was hij een goedertieren mecenas of een dwingeland die van zijn beschermelingen volgzaamheid eiste?

Bezorgster Wiepke Loos blijft in haar korte biografie terughoudend. De helderste informatie over de schatrijke lettré vindt men in Marita Mathijsens bundel Nederlandse literatuur in de romantiek (1820-1880). En de rest laat zich vermoeden uit Kneppelhouts hoogstformele brieven.

Wiepke Loos (red.): Gekleurd grijs. Johannes Kneppelhout en Gerard Bilders. Brieven en dagboek. Waanders, 496 blz. € 39,50