Niet alleen de standbeelden zijn hol

In het mistroostige universum van Bernlef zijn alle levens net zo vluchtig als de woorden waarmee ze beschreven worden. Lees de drie spannende verhalen in zijn nieuwe bundel.

Bernlef: Geleende levens. Querido, 209 blz. €18,95

Geleende levens: de titel van Bernlefs nieuwe boek, dat uit drie novellen bestaat, is tegelijk een kernachtige samenvatting van de thematiek van zijn hele schrijverschap. De vluchtigheid der dingen, die in zijn poëzie centraal staat, of het samenvallen van herinnering en identiteit in zijn romans, alles draait om dezelfde vraag: valt de mens samen met zijn levensverhaal? En, in het verlengde daarvan; houdt een mens op te bestaan als hij zijn grip op de taal verliest, als hij niet meer in staat is om zijn leven met woorden vorm te geven? In Bernlefs succesroman Hersenschimmen, waarin de hoofdpersoon lijdt aan dementie en zijn belevingswereld langzaam desintegreert, heet het: ‘Een mens hoort van woorden te zijn. Totaal. Zo voor de hand ligt dat.’

In het mistroostige universum van Bernlef zijn alle levens net zo vluchtig als de woorden waarmee ze beschreven worden. En dat is ook precies wat er met de drie hoofdpersonen van Geleende levens aan de hand is. Ze bestaan niet echt, ze leven de verhalen die anderen voor hen hebben bedacht. In de eerste twee novellen van de bundel gebeurt dit wel heel letterlijk. In ‘De rol van zijn leven’ wordt een soapacteur na 20 jaar trouwe dienst uit het script geschreven. Eenmaal op eigen benen blijkt hij met zijn rol versmolten te zijn. Hij krijgt een unieke kans om de draad van zijn leven weer op te pakken als zijn vriendin van twintig jaar geleden zich weer aanbiedt. De vraag is echter of er wel genoeg van hem is overgebleven: ‘Misschien zat er niets meer daarbinnen, was hij een hol vat dat alleen nog met geleende tekst tot klinken kon komen.’ Het lukt hem pas weer om intiem contact met iemand te krijgen als een oude joodse vrouw hem voor haar vroegere minnaar aanziet. Natuurlijk speelt hij de rol klakkeloos mee.

In het tweede verhaal is het niet een soapscript maar de Geheime Dienst die het leven van de hoofdpersoon dicteert. Die moet onderduiken voor een gevaarlijke drugsbaron en krijgt een andere identiteit aangemeten. Ook hier is het de vraag in hoeverre de hoofdpersoon zichzelf kan zijn, alleen worden nu de grenzen bepaald door macht en geweld. In de derde novelle zijn het de ‘grote verhalen’ van de politiek die de identiteit van de hoofdpersonen dicteren. In een voormalig Oostblokland, waar jaren van staatsterreur de hele bevolking hebben murw geslagen, krijgt de hoofdpersoon een baan als bewaker van de ontmantelde standbeelden van de ex-dictator. Enigszins opzichtig herhaald detail is dat de standbeelden hol zijn van binnen.

Met dit soort motieven laat Bernlef zijn verhulde morele boodschap blijken: de wereld zit vol met onderdrukkende mechanismen die ons hol en wezenloos maken, of het nu de politiek, de inlichtingendienst of de entertainmentindustrie is. En de hoofdpersonen zijn stuk voor stuk fatalistisch over het verschil dat zij kunnen maken in hun leven. De soapacteur uit het eerste verhaal baseert zijn passiviteit op de gedachte dat alle herinneringen op een gegeven moment vervormen in je hoofd: ‘Als dat zo was, was je hele persoonlijkheid eigenlijk niets dan een voorbijgaande illusie, dacht hij.’

Maar in Geleende levens presenteert Bernlef ook alternatieven. In de eerste twee verhalen fungeren er robuuste zen-achtige types die duidelijk tegenwicht moeten bieden tegen de immer dreigende uitholling van de persoonlijkheid. In het eerste verhaal is dat een schipper die het Niets Doen tot mantra verheft, Niets Doen met een pilsje erbij, in het tweede is het een kunstschilder die de onthechting predikt: ‘Pas als je alles opgeeft, al die ambitie, al die ijdelheid, krijg je inzicht, zie je de dingen zoals ze werkelijk zijn.’ In beide gevallen gaat de boodschap volstrekt langs de hoofdpersonen heen.

De ideeën overheersen in de drie novellen van Geleende levens. Geen van de karakters komt echt tot leven, wat overigens helemaal aansluit bij het gebrek aan persoonlijkheid waaronder zij lijden. Maar ook het contrast met de sterke persoonlijkheden van de schipper en de kunstschilder komt wat theoretisch over. Daarentegen zijn de beschrijvingen van de omgeving, de details in een interieur, een landschap of een stad, geregeld ijzersterk. ‘Zo viel het hem op hoeveel afsluitlipjes van bier- en limonadeblikjes door autobanden in het asfalt waren geperst. Ze glinsterden zwak en het leek alsof ze daar altijd gezeten hadden.’ Dit soort levendige beelden maken Geleende levens prettig om te lezen. De verhalen hebben thrillerachtige plots, die overigens wel in alle drie de gevallen tot een heel abrupt einde komen. Dat versterkt de indruk dat het Bernlef in eerste instantie niet om de intrige ging, maar om de uitwerking van zijn vertrouwde thematiek van identiteit en vluchtigheid, een thematiek die zo wezenlijk is dat je er met recht eindeloos op mag variëren.