New Delhi wil 55.000 autoriksja's kwijt

New Delhi wil van zijn autoriksja’s af. De groengele gemotoriseerde driewielers zitten niet gemakkelijk, ze vervuilen het milieu en hun bestuurders houden zich niet aan de verkeersregels en schofferen hun passagiers. Eerste minister Sheila Dikshit van de Indiase hoofdstedelijke regio heeft dat deze week gezegd in het lokale parlement.

Officieel rijden er zo’n 55.000 autoriksja’s in Delhi. Dat is het maximaal toegestane aantal, bepaalde het Hooggerechtshof. Vergunningen zijn een kostbaar bezit. Handelaren verdienen er aan: een autoriksja die in de showroom 125.000 rupee kost (2.000 euro) gaat op de zwarte markt voor 450.000 rupee van de hand.

Wanneer de huidige generatie autoriksja’s wordt verbannen, is nog volstrekt onduidelijk. Eerste minister Dikshit sprak over de noodzaak over te schakelen op elektrisch aangedreven vervoer voor de korte afstand – de huidige autoriksja’s in Delhi rijden verplicht op autogas. Gisteravond gaf haar kantoor een verklaring uit waarin staat dat de autoriksja’s fasegewijs verdwijnen „als er een alternatief is gevonden”.

Dikshits verzuchting over de groeiende congestie van het verkeer is begrijpelijk. Op dit moment wordt hard gewerkt aan de aanleg van metrolijnen en uitbreiding van het netwerk voor bussen. Maar met deze inhaalslag wordt de enorme toename van het aantal auto’s in Delhi niet tot stilstand gebracht. Elke dag weer raken de straten verstopt.

Autoriksja’s omzeilen de opstoppingen behendig. Ze wurmen zich door de kleinste gaatjes en vervolgen hun rit desnoods over het trottoir. Juist dat gedrag leidt tot veel klachten van medeweggebruikers. De passagiers klagen over een botte behandeling door de bestuurder en over prijsopdrijving. Volgens de officiële tarieven betaalt men voor de eerste kilometer tien rupee, en daarna 4,50 rupee per kilometer. Onwetende toeristen betalen het veelvoud.