Laks tegenover de gevaren van de zee

De overstroming van de Franse Atlantische kust kwam volgens sommigen aan als een mokerslag. Maar de vrees voor de zee ebt al weer langzaam weg.

Marcel Wagner wil Nicolas Sarkozy even niet meer zien. Koppig beent de gepensioneerde metrobestuurder (70) in zijn regenlaarzen rond zijn verdronken huis in Faute-sur-Mer, aan de Atlantische kust. „Hij daar hoog boven beslist nu wel even wie waar mag wonen. En wie moet de gevolgen dragen? Wij, de lantaarndragers aan het einde van de lijn.”

Twee weken geleden stond Marcel Wagner nog vooraan om de Franse president de hand te schudden. Sarkozy was naar de kuststrook ten noorden van La Rochelle afgereisd omdat daar na de storm Xynthia de meeste van de 53 doden waren gevallen.

La Faute sur Mer was het zwaarst getroffen. Hier verdronken 29 mensen. Een golf zeewater die via de monding van de rivier Le Lay in de bebouwde zandkuilen achter de dijken stroomde. Dertig seconden.

De balans was hoger geweest als de combinatie van storm en springvloed in de zomer was opgetreden. Drie kwart van de huizen is een tweede woning. In de winter wonen hier 1.400 mensen, in de zomer 40.000.

Deze week kwam Sarkozy terug. Met nieuwe regels. Hier en daar worden dijken versterkt, de regels voor bebouwing in overstromingsgevoelige gebieden worden strenger. En bewoners die hun huis hebben moeten verlaten door overstroming, mogen niet terugkeren. Ze worden definitief elders gehuisvest. „We hebben al te lang risico’s genomen, de lokale autoriteiten zijn te laks met de regels omgesprongen”.

Het Franse anti-rampenbeleid staat nu ter discussie. Sinds begin jaren tachtig zijn er steeds nieuwe wetten en regels gekomen na steeds nieuwe overstromingen, in het zuiden langs de rivieren, aan de Middellandse Zeekust, ten noorden van Parijs in de Oise. Sinds 2001 verbiedt een kustwet nieuwbouw binnen 100 meter van lage kust, elke gemeente moet over een risicoplan beschikken.

Maar dat heeft niet geholpen. Het risico in La Faute sur Mer stond beschreven in een rampenplan – heel adequaat, zoals nu is gebleken. Maar een strenger anti-bouwplan bleef steken in de bureaucratische molen, terwijl er ondertussen volop werd door gebouwd.

Bij veel bewoners kwam de aankondiging als een tweede klap: na de vloedgolf nu de politieke schok. Marcel Wagner en zijn vrouw Annick zijn tijdelijk ondergebracht in een vakantiecentrum. „Het is een paniekreactie. Ik woon hier veertien jaar, mijn huis staat hier veertig jaar, alles volgens de regels. En nu moet half La Faute-sur-Mer ineens van de kaart!”

Paniekreactie? „Deze ramp is aangekomen als een mokerslag, misschien gaat de staat eindelijk strenger worden”, zegt Jean Renard, geograaf en kenner van de Frans Atlantische kustlijn. „Want het is een feit dat aan de kust huizen zijn gebouwd waar dat nooit had gemogen. Frankrijk is laks tegenover de gevaren van de zee.”

Laks? Natuurlijk, zegt geograaf Paul Fattal van de Universiteit van Nantes, „Laks want toeristisch. Frankrijk heeft geen cultuur van vrees voor de zee zoals Nederland. De kustlijn is geld: de mensen willen wonen waar ze kunnen pootjebaden.” Fattal is sceptisch over de nieuwe strengheid die wordt aangekondigd. „Ik wil nog wel eens zien wat daar over een of twee jaar van over is.”

Pierre Jaulin wil weg, als de schade maar vergoed wordt. „Niemand heeft mij ooit gewaarschuwd dat het hier onveilig was”, zucht Pierre Jaulin voor zijn verwoeste huisje in de zwaarst getroffen wijk van La Faute. Hij heeft in 2005 ingetekend voor een tweede huisje op een nieuwbouwproject in een zandpan tussen riviermonding en zee. „De prijzen hier liggen zo hoog, dit was het enige wat ik kon betalen toen ik mijn melkveebedrijf had verkocht”.

Nu wijst hij droevig naar de buurhuizen waar de inwoners van verdronken zijn. „Als wij twee weken geleden in ons huisje waren geweest, hadden we hier niet gestaan”.

Zoals bijna overal aan de Franse kust groeide in de Vendée de bevolking de afgelopen jaar gestaag. Het aantal van 605.000 inwoners groeit naar verwachting binnen twintig jaar met nog eens 140.000.

Geograaf Jean Renard denkt dat de gevaren de afgelopen decennia zijn toegenomen door de sociologische verandering. „Eeuwenlang maakten hier boeren de dienst uit die bang waren voor de vloedgolven die elke 10, 15, 20 jaar wel kwamen. Nu zijn het de lokale bestuurders projectontwikkelaars, aannemers of anderszins ondernemers die profiteren van de trek naar de kust.” Met winst in zich verdween het risico van overstromingen uit het lokale geheugen.

Sarkozy was tot twee weken geleden een voorstander van minder regels, om ruimte te maken voor investerende Fransen. „We moeten meer bouwen in overstromingsgebieden”, zei hij. Als de staat echt van beleid zou veranderen, moeten niet alleen de mensen wier huizen al zijn weggespoeld worden geherhuisvest, vindt Paul Fattal. „La Faute sur Mer is niet de enige zwakke plek, het gaat om tienduizenden gezinnen.”