Laat de leraar lesgeven

Competentiegericht onderwijs (cgo) is een vernieuwing voor de middelbare beroepsopleidingen (mbo) die mikt op kennis en vaardigheden in combinatie met een geschikte beroepshouding, als de ‘competenties’ waartoe beroepsonderwijs moet opleiden. Een andere belangrijke verandering is dat er, in plaats van de gebruikelijke algemene exameneisen, per beroepsgroep verschillende eindnormen gesteld zijn, die praktisch worden getest.

De bedoeling was dat in 2011 het cgo voor alle mbo’s verplicht zou zijn, maar de Tweede Kamer heeft de verplichte toepassing ervan controversieel verklaard. Het is het zoveelste uitstel, sinds het cgo in 2004 werd geïntroduceerd. Maar misschien is dat juist wel zo gunstig. Inmiddels draait 84 procent van de mbo’s of roc’s (regionaal opleidingscentrum) met dat cgo. Docenten, directies en leerlingen klagen er hartgrondig en eensgezind over. Bij zulke weerstand is wegkijken onnozel, en lijkt pas op de plaats geen overbodige luxe.

Docenten praten met afschuw over de dwang die ze ondervinden van de vele pagina’s tellende kwalificatiedossiers, die met grote regelmaat worden bijgesteld, uitgebreid en veranderd. Het zijn er inmiddels ruim 700, en ze stellen eisen als „kan zich gedragen in de openbare ruimte”. Anders gezegd: ze schrijven op de vierkante centimeter voor wat er van leerlingen wordt verwacht. Voor een grote greep hebben docenten geen gelegenheid meer, die lopen die dossiers na en registreren de punten waaraan de leerling heeft voldaan.

Leerlingen raken gedemotiveerd. Ze willen les, ze willen boeken, ze willen examens. Ze verlangen naar de duidelijkheid van docenten die hun iets bijbrengen. En ze zien hun inspanningen graag bekroond met een diploma op basis van een herkenbaar eindexamen, niet op grond van de glijdende schaal van praktijknormen.

Deze onderwijsvernieuwing is gebaseerd op een irreëel beeld van de hedendaagse leerling. Als kind van de www-generatie zou die zijn kennis liefst zelf bij elkaar scharrelen. Die bijna religieus aangehangen overtuiging werd vertaald naar een leraar op afstand. Iemand die er niet is om kennis over te dragen, maar met de minutieuze kwalificatiedossiers in de hand optreedt als begeleider van de leerling en bewaker van diens resultaten. Onwerkbaar, zeggen veel schooldirecties en docenten. Onhelder, zeggen de leerlingen, al jaren.

Nu zal het niet zo zijn dat de door MBO-raad, bedrijfsleven en vakbeweging aangestuurde ‘kenniscentra’ de kwalificatiedossiers schrijven om te pesten. Hun bedoeling is om leerlingen een vruchtbare toekomst te garanderen. Hoe beter de schoolverlaters geëquipeerd zijn, des te bloeiender de werkvloer. Maar kenniscentra werken star. De onderwijspraktijk heeft zich maar te voegen en de psychologie van de leerlingen is kennelijk geen maatstaf.

De beste beoordelaars van een onderwijssysteem werken op de scholen. De mbo-scholen hebben recht op ruimte om het cgo aan te passen. Dat zal veel overhoop halen. Maar dat zal iedereen ervoor over hebben, in ruil voor de opluchting.