In Folkwang proberen alle kunstwerken extra op te vallen

De ‘modernen’ keren voor even terug in het Folkwang Museum in Essen, ooit het mooiste museum ter wereld. Het nieuwe gebouw werd ontworpen door de Brit David Chipperfield.

Eva, een aangrijpende sculptuur van Auguste Rodin, staat in het museum Folkwang in Essen in een zaal met doeken van Manet en Renoir. Ze heeft uitzicht op drie late Van Goghs. Het is kunst van wereldfaam in een nieuw maar toch klassiek museumpand, dat dienstbaar is aan de geëxposeerde meesterwerken.

„Het mooiste museum ter wereld.” Zo noemde Paul J. Sachs, medeoprichter van het Museum of Modern Arts in New York, het Folkwang in Essen, midden in het Roergebied. Sachs bezocht het museum in 1932 en was onder de indruk van de collectie met werken van Matisse, Cézanne, Gauguin, Van Gogh en van de Duitse expressionisten.

Vijf jaar later was een groot deel van de verzameling in beslag genomen door de nazi’s: de zogenaamde ‘ontaarde kunstwerken’. Enkele werden vernietigd; de meeste naar het buitenland verkocht. Aan het eind van de oorlog werd het Folkwang door bommen beschadigd. Daarna was het hooguit nog van regionale betekenis.

Eind januari 2010 is het nieuwe Folkwang geopend, naar een ontwerp van de Britse sterarchitect David Chipperfield. Wat ontbrak was een tentoonstelling die het pand recht zou doen; die het zou openen voor de wereld. Die is er gekomen. Vanaf morgen is een expositie in het Folkwang te zien met de titel: Het mooiste museum ter wereld. Het is een reconstructie van het verbluffend fraaie bezit tot de nazi-jaren. De oude, geconfisqueerde en daarna verspreide werken zijn teruggekeerd.

„Museum Folkwang kan zich de komende vier maanden weer het mooiste museum ter wereld noemen”, zegt curator Uwe Schneede met lichte ironie. Voor hem en directeur Hartwig Fischer is dit een memorabel jaar. De nieuwbouw is klaar en de internationale openingstentoonstelling valt samen met de manifestatie Ruhr 2010, waarmee het Roergebied zich als culturele hoofdstad van Europa presenteert.

Fischer zegt dat de expositie „een groot moment van herontdekking” is. „Alles is samengekomen wat hier ooit samen hoorde.” Behalve de moderne klassieken en de expressionisten laten hij en Schneede topstukken van niet-Europese kunst zien: keramiek uit China, maskers uit Japan, beelden uit het Zuidzeegebied en amuletten uit Egypte. Veel van dit materiaal is niet eerder geëxposeerd. Het komt uit de depots van het oude Folkwang. De tentoonstelling omvat in totaal 350 kunstwerken.

Het Folkwang is in 1902 opgericht door de steenrijke bankierszoon Karl Ernst Osthaus. De merkwaardige naam betekent in het oud-Noors ‘hof van de muzen’ of ‘hal van het volk’. Met geld van de erven van staalbaron Alfried Krupp, ooit de ongekroonde koning van het Roergebied, is de nieuwbouw aan de Bismarckstrasse in Essen mogelijk gemaakt.

De hand van architect Chipperfield, de man die ook het Neues Mueseum in Berlijn vorm gaf, is makkelijk te herkennen. De Brit heeft een museumgebouw neergezet dat zelfs zonder collectie een bezoek waard is. Het is een feest van licht en glas, klare lijnen en eerlijke materialen. Chipperfields Folkwang is een kunstwerk zonder het te willen zijn. Het dringt zich niet op, maar dient de cultuur op eigen, soevereine wijze.

Een deel van de meesterwerken die het Folkwang laat zien, komt van over de hele wereld. Veel is openbaar kunstbezit, maar er zijn ook doeken uit privécollecties. Zoals het expressieve Rhätische Bahn (1917), van Ernst Ludwig Kirchner, dat tegenwoordig eigendom is van de Deutsche Bank. Of Emil Nolde’s Das Leben Christi (1912), een uit negen panelen bestaand beeldverhaal over het leven van Jezus Christus, dat van een privéstichting in Seebüll is.

Het geluk van het Folkwang was dat het bij de inspectie door de nazi’s zijn topdoeken uit de negentiende eeuw mocht houden. „De grens lag ruwweg bij begin twintigste eeuw. Het meeste na 1900 was voor de nationaal-socialisten ontaarde kunst”, zegt directeur Fischer. De Van Goghs, Cézannes, Gauguins, Renoirs en Signacs konden blijven hangen. De pech was dat de modernen weg moesten.

Schilders als Nolde en Oskar Kokoschka werden in beslag genomen en verkocht. Zo verloor het Folkwang Kokoschka’s prachtige portret van hertogin Victoria de Montesquiou-Fezensac (1910). Het is nu eigendom van het Cincinnati Art Museum.

Kokoschka, Nolde en vele anderen zijn even terug in Essen. Of het de lichtval is die de architect tevoorschijn tovert of de magie van z’n schijnbaar eenvoudige museumzalen – alle doeken en beelden lijken in het ‘mooiste museum ter wereld’ extra hun best te doen om op te vallen.

Das schönste Museum der Welt. Museum Folkwang, Essen. t/m 25 juli. Inl: museum-folkwang.de