Ik moest leren alleen te zijn

Peter Frey zette in december een punt achter twaalf jaar wethouderschap.

Hij vond zijn nieuwe bestemming op de hei bij Venlo. Als schaapherder.

Zo vlak na het lammeren hupt tot in alle hoeken van de stal van landschapsbeheerder De Wassum in Schandelo (bij Venlo) wollige charme rond. Mooi, vindt ook directeur Sjraar van Beek, die tegelijkertijd waakt voor al te veel sentiment. „Wie zegt zich te hechten aan de schapen, is niet geschikt voor dit bedrijf.” Peter Frey (53) is wat dat betreft een voorbeeldige werknemer. Natuur heeft zijn hart, maar op extreme dierenliefde valt hij niet te betrappen. „Ik heb één kat en elf lamsfiletjes in de vriezer”, zegt hij lachend.

De voormalige GroenLinks-wethouder van Venlo rook de afgelopen weken aan het bedrijf. In april, wanneer de schapen naar buiten gaan, begint zijn echte werk. Dan zal hij de schapen hoeden tijdens hun tochten op de Venlose hei en in de Maasduinen ten noorden van de stad die hij twaalf jaar bestuurde. Frey kijkt ernaar uit: „Het buiten zijn, de natuur om me heen en vooral ook de eenzaamheid, die wil ik heel graag ervaren.”

Eind 2008 besloot hij dat het einde van zijn wethouderschap aanstaande was. Vanwege een gemeentelijke herindeling zouden in november 2009 verkiezingen in Venlo zijn, dus had hij nog een klein jaar te gaan. „Ik ben op een aantal manieren aan de slag gegaan met mijn toekomst. Ik heb een assessment gedaan, een paar cursussen gevolgd en ben met mensen gaan praten die me goed kennen. Een pas gepensioneerde topman adviseerde me om afstand te nemen, eerst een half jaar mijn hoofd leeg te maken. Die gedachte sprak me aan. Een baan als herder bij het bedrijf van Sjraar, dat ik ken zolang het bestaat, leek me heel geschikt.”

Het opzoeken van de stilte past bij de nieuwe Peter Frey, ooit een bestuurder die zichzelf voorbij holde. Tot hij over zijn eigen benen dreigde te struikelen. De omslag kwam in het najaar van 2007. „Met het college van burgemeester en wethouders van Venlo gingen we er tweemaal per jaar twee dagen op uit. We kwamen terecht in Zin, een voormalig klooster in Vught. Ik maakte een moeilijke tijd door. Ik zat middenin een relatiecrisis. Mijn tweede vrouw was net bij me weg.”

De eerste dag hadden burgemeester en wethouders een sessie onder leiding van Wim Verschuren, frater van Tilburg en voorzitter van de Beweging van Barmhartigheid. „Zijn verhaal sprak me ontzettend aan. Hij maakte duidelijk dat leidinggeven betekent dat je anderen ruimte moet geven. ‘Van de tien keer dat ik gelijk heb, hoef ik het zeven keer niet te hebben’, zei hij. Verrek, dacht ik: ik wil van die tien keer élf keer gelijk hebben. Dezelfde dag werd de vraag gesteld wat voor mij de belangrijkste dingen van het leven zijn. Ik kwam erachter dat ik de zaken die ik het belangrijkst vond het minste aandacht gaf. Mijn omgeving leed onder de manier waarop ik mijn werk deed. Mijn eerste vrouw had ik keer op keer beloofd dat het de volgende week rustiger zou worden. Maar dat werd het nooit.”

Niet per se revolutionaire inzichten, maar ze openden hem de ogen. „Die dag emotioneerde me. Met de burgemeester heb ik erover doorgepraat. Die nacht heb ik alleen maar wakker gelegen.”

Waar leidde deze nieuwe kijk toe?

„Ik besloot om de bakens te verzetten. Alle niet strikt noodzakelijke nevenfuncties heb ik opgezegd. Mijn secretaresse kreeg de opdracht voortaan dagen in te plannen van negen tot vijf. Ik was gewend van acht uur ’s morgens tot elf uur ’s avonds te werken. Dus dat was wel omschakelen na twintig jaar: om vijf uur de deur achter me dicht trekken en dan thuis komen in een leeg huis. Ik moest leren alleen te zijn. In Vught had ik ’s avonds een folder zien liggen over een retraite in Assisi met als thema loslaten. De retraite zou worden geleid door frater Verschuren. In april 2008 ben ik ernaartoe gegaan. Daarvoor was ik al bezig met meditatie en met vragen als ‘Waar ben ik mee bezig?’ en ‘Moet ik daarmee doorgaan?’, maar die week was bepalend. Ik ben niet gelovig, maar je voelt daar de geestelijke energie, de eeuwen van spiritualiteit en toewijding. En er gebeurden bijzondere dingen met me.”

Wat hield die retraite in?

„Het was een heel gemêleerd gezelschap. Iedere dag had een apart thema. We stonden ’s ochtends om zes uur op. Dan gingen we naar de basiliek om te mediteren bij de tombe van Franciscus. Bij terugkomst ontbeten we. Daarna gingen we naar buiten met een opdracht. Het was een heel bijzondere sfeer en buitengewoon leerzaam.”

Op welke manier?

„Ik kom uit de sport. Ik heb gevolleybald en voor mijn wethouderschap werkte ik bij NOC*NSF. Met nederlagen kon ik moeilijk omgaan. Ik was niet makkelijk van toegeven of opgeven. Dat maakt dat als dingen niet lopen zoals je wilt, je er heel lang mee blijft worstelen – ik kon zaken niet loslaten. Ik heb daar geleerd dat je eerst moet accepteren voordat je kunt loslaten. Ik herinner me een wandeling naar een beeld van Franciscus en de melaatse. Die liep daar rond met een klepper om de mensen voor zijn komst te waarschuwen. Franciscus liep op hem af, omhelsde hem, waste hem met water en de melaatse genas. Zo moet het ook met tegenslagen en leed dat op je weg komt. Pas als je het omarmt en accepteert, kun je het loslaten. Dat deed ik zelden. Het gekke is dat ik het wel anderen aanraadde. Toen ik in 2007 Prins Carnaval van Venlo was, had ik als motto ‘ut is wie ut is’ (‘het is zoals het is’). Ik sprak daar toen over met een ernstig zieke man. Hij zat zwaar in de put, maar heeft me later gezegd hoeveel troost hij daar aan heeft ontleend.”

Hoe bent u veranderd?

„Bij mijn afscheid heb ik de mensen gevraagd om in plaats van cadeaus te geven, hun herinneringen aan mijn wethouderschap op te schrijven. Dat leverde heel veel reacties en een vrij eenduidig beeld op. Ze vonden me visionair, inspirerend en zeer resultaatgericht, maar ook arrogant, eigenwijs en veeleisend. Die negatieve eigenschappen zijn minder geworden na mijn omschakeling begin 2008. Mijn vrouw Mieke is bij me terug. Maar het mooiste compliment kwam van mijn dochter. ‘Papa is zo lief geworden’, zei ze tegen mijn eerste vrouw.”

Mist u de politiek niet?

„Nog geen seconde. Het is me 100 procent meegevallen. Ik ben nu een paar maanden ambteloos burger en het bevalt me fantastisch. Wat helpt, is dat ik er de afgelopen tijd al zo nadrukkelijk mee bezig ben geweest. Zeker, er worden zaken afgebroken die ik heb opgebouwd of probeerde op te bouwen. Maar dat was de laatste periode al het geval.”

Is een wethouder zomaar geschikt voor het vak van herder?

„Ik kreeg vorig jaar steeds vaker de vraag wat ik ging doen na mijn wethouderschap. Ik word herder, antwoordde ik dan. Omdat me dat wel passend leek en om van de vragen af te zijn. Toen ik het tijdens een etentje met Sjraar besprak was het eerste wat hij zei: ‘dat doen we maar niet’. Hij was bang dat ik me met van alles en nog wat binnen het bedrijf zou gaan bemoeien. Later zei hij dat hij vaker ‘van dit soort gevallen’ over de vloer kreeg. Naarmate de tijd vorderde, kreeg hij er alsnog vertrouwen in. Ik ga straks lopen in een heel mooi stuk natuur, waar ik weinig mensen tegenkom. Het hoeden van een kudde in Venlo zelf zag ik niet zo zitten. Dan zou ik nog de hele dag met mensen aan het praten zijn. Al hebben nu al tientallen mensen gezegd dat ze graag een dag met me mee willen.”