Het is niet het celibaat, stupid

Bij seksueel misbruik wordt altijd naar iets bijzonders gekeken: lakschoenen, hot pants of celibaat. Het gaat gewoon om onmacht, stelt Liesbeth van Tongeren.

NRC Handelsblad onthulde als eerste misbruik in een rooms-katholiek internaat in ’s-Heerenberg. Daarna durfden vele mannen – en enkele vrouwen – van middelbare leeftijd eindelijk het zwijgen te verbreken. In de media werd al snel een link gelegd tussen celibaat en ontucht.

Gek hoe altijd een externe aanleiding gevonden wordt om verkrachting en misbruik te verklaren. Vroeger kon je als vrouw met goed fatsoen geen lakschoenen dragen. Waarom? Je onderbroek zou gereflecteerd worden in de lak en als mannen een onderbroek zien, dan weet je het wel. Tegenwoordig kan je niet door een stad lopen zonder onderbroeken te zien op posters, in etalages en boven broeken uit, maar de mannen lopen allemaal gewoon door.

Na de lakschoenen waren het de hotpants, minirokken of ’s avonds laat op de verkeerde plek zijn. Ook elk meisje dat rode kleren aanhad ‘vroeg erom’.

Met de onthullingen over misbruik binnen katholieke instellingen wordt het celibaat als reden naar voren geschoven. Mannen worden dit keer geen verkrachters omdat ze onderbroeken of rode kleren zien, maar omdat ze zich aan het celibaat proberen te houden. Iemand die niet aan zijn seksuele trekken komt, is de gedachte, wordt vanzelf wel verkrachter.

Deze manier van verklaren is een mechanisme om jezelf en je gezin veilig te wanen. Zonder lakschoenen, rode kleren of zonder een celibaat ben je veilig.

Onderzoek heeft allang vastgesteld dat een gezonde seksuele relatie geen factor is bij het wel of niet plegen van ontucht. Internationaal onderzoek laat zien dat veroordeelde verkrachters eigenlijk in niets verschillen van ‘gewone’ mannen, een heel klein beetje hoger opgeleid en iets vaker een christelijke achtergrond.

Het gaat niet over seks maar over macht en gelegenheid. Dat blijkt al uit het feit dat ontucht in internaten vaak gepaard ging met mishandeling en vernedering. Dat het over macht gaat en vaker voorkomt dan gedacht, werd in de jaren tachtig uitgebreid gedocumenteerd door organisaties als ‘Tegen Haar Wil’.

Slachtoffers zijn mensen die op dat moment minder macht hebben, minder weerbaar zijn en zich niet effectief kunnen verzetten. De vrouwelijke bevolking na een oorlogsoverwinning. Jonge en zwakkere mannen in een Amerikaanse gevangenis. Iemand die zijn baan wil houden. NSB’ers na de oorlog. En kinderen in een internaat.

Er zijn wellicht goede redenen om het celibaat op te heffen, maar seksueel misbruik voorkom je er niet mee. Opletten voor de enge man in de bosjes of nooit bij vreemden in de auto stappen werkt ook niet, want een kind kan iemand al snel niet vreemd of eng vinden. En met een buurman, die ook nog eens politieagent is, loop je als kind zo mee.

Wat dan wel? In Australië was ik vier jaar directeur van een centrum voor slachtoffers van seksueel geweld. Ik heb daar een programma opgezet voor schoolkinderen dat weerbaar gedrag aanleerde. Het ging helemaal niet expliciet over seksueel geweld. Het leerde kinderen op hun gevoel te vertrouwen en ook dat sommige geheimen te erg zijn om geheim te houden. We moedigden kinderen aan om vijf mensen te bedenken met wie ze over moeilijke dingen konden praten.

De rooms-katholieke jongetjes van toen hadden deze mogelijkheden niet. Hun was afgeleerd zelf te voelen wat fijn of onprettig was. Als een van hen iets al aarzelend durfde te melden, werd het niet geloofd. Dit was het echte misbruik: men was ziende blind en horende doof voor het grote onrecht dat weerloos gemaakte kinderen werd aangedaan.

Het is te gemakkelijk om het celibaat de schuld te even. Dan is seksueel misbruik alleen een zaak van mensen met een vreemd archaïsch religieus gebruik.

Liesbeth van Tongeren is oud-directeur van het Melbourne Centre Against Sexual Assault. Nu is zij directeur van Greenpeace.

Lees twee eerdere stukken over het celibaat op nrc.nl/opinieblog.