'Funds of funds' in de problemen door tegenvallende prestaties

De zogenoemde ‘funds of funds’ (beleggingsfondsen die in hedgefondsen beleggen) worden met hun neus op de feiten gedrukt. Het was altijd al lastig om de hoge, extra vergoedingen te rechtvaardigen, maar door de weinig opmerkelijke rendementen is dit nog moeilijker geworden. In combinatie met het grootschalig uitstappen van beleggers veranderen de traditionele vergoedingen – 1 procent van de bezittingen plus 10 procent van de winst, hetgeen bekend staat als ‘1-en-10’ – in rap tempo in ‘1-en-0’ of nog minder.

De dikwijls middelmatig presterende ‘funds of funds’ behaalden vorig jaar een gemiddeld rendement van 13 procent – de helft van het percentage van het gemiddelde hedgefonds met een meervoudige strategie, aldus Morningstar. Dit beeld is de afgelopen twintig jaar – op twee jaar na – eigenlijk niet anders geweest.

Daardoor wordt het verkoopverhaal van deze beleggingsfondsen lelijk uitgehold. ‘Funds of funds’ beweren dat zij hun beleggers een waardevolle diversifiëring bieden, evenals toegang tot exclusieve hedgefondsen en de garantie dat fondsen vermeden worden die frauduleus te werk gaan of slecht worden geleid.

Maar diversifiëring heeft er niet toe geleid dat de prestaties beter zijn geworden. Hoewel een paar hedgefondsen inmiddels opnieuw de deur dichthouden voor nieuwe beleggers, nemen de meeste nog steeds graag van iedereen kapitaal aan. En de claim dat geen belangen worden genomen in twijfelachtige fondsen is onlangs ondermijnd door de aanwezigheid van het fonds van fraudeur Bernie Madoff in diverse portefeuilles.

Grote beleggers kunnen dikwijls meer waar voor hun geld krijgen door consultants in te huren die voor hun de interessantste hedgefondsen selecteren. Beleggers met een kleinere beurs kunnen goedkopere alternatieven vinden, zoals beleggingsfondsen die in hedgefondsen beleggen. Vanuit het gezichtspunt van de hedgefondsmanagers behoorden de ‘funds of funds’ ook tot de minst trouwe beleggers tijdens de crisis.

De uitstroom van beleggers bij de ‘funds of funds’ heeft in ieder geval geleid tot een versnelling van een trend die al was ingezet – een daling van de vergoedingen. Eurekahedge meldt dat de gemiddelde prestatievergoeding is gedaald van 10 procent in 2005 naar 6,6 procent in 2009. Als sommige deskundigen bij banken representatief zijn voor de sector als geheel, is de realiteit inmiddels dat de prestatievergoedingen nagenoeg zijn verdwenen.

Intussen zijn de bezittingen die door de ‘funds of funds’ worden beheerd met bijna 50 procent afgenomen in vergelijking met het hoogtepunt van 800 miljard dollar halverwege 2008, aldus Eurekahedge. Met minder omzet, meer kosten en een missie om te bewijzen dat ze wel degelijk toegevoegde waarde hebben, moeten de overlevende ‘funds of funds’ groeien om te kunnen slagen.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com