Eindspel zorg is blinde gok voor Obama

Staatsmanschap of blufpoker? Obama’s zorgplan staat zondag voor de beslissende stemming. Het lobbyen voor 216 cruciale stemmen gaat door.

Tom-Jan Meeus

Het zijn de dagen van de naamlozen. De Congresleden voor wie normaal geen oog is in de grote politiek. Nu zijn zij de grote politiek. Nu hebben ze het lot van Barack Obama’s belangrijkste binnenlandse project in handen.

Ze heten Stupak of Kucinich of Davis. Ze vormen een dwarsdoorsnede van Amerika. In hun districten leer je de ambivalentie over Obama’s plan voor hervorming van het zorgstelsel begrijpen. De kern daarvan, een polis voor de meeste onverzekerden, vinden ze daar een eigenaardige keuze voor een overheid die de schade van de recessie niet eens weet op te ruimen.

Maar nu de president hoog spel speelt, staan deze Congresleden voor een duivelse keuze. Brand ik mezelf af? Of Obama?

Veel tijd voor nadenken rest ze niet meer. De president heeft de reis naar het land van zijn jeugd, Indonesië, afgezegd: de beslissende stemming is aangekondigd voor zondag.

Obama’s oude pokervriend Terry Link, staatssenator in Illinois, vertelde deze krant in 2008 dat Obama in hun kaartclubje altijd de man was die afwachtte. Voorzichtig met geld, gefascineerd door de kunst van het bluffen – een bedachtzaam stilist.

Het was een te romantisch beeld. De blinde gok is een onlosmakelijk onderdeel van zijn presidentschap gebleken. Hij ging naar Kopenhagen om Chicago de Olympische Spelen van 2016 te bezorgen: de stad vloog er meteen uit. Hij kondigde sluiting van Guantánamo Bay aan en bleek achteraf geen clou te hebben hoe. Hij ging nog een keer naar Kopenhagen, nu om een internationaal klimaatakkoord te redden, en kwam opnieuw met niets thuis.

De zinderende spanning in Washington van de afgelopen week had hier alles mee te maken: bluft Obama opnieuw? Democraten hebben 216 stemmen in het Huis van Afgevaardigden nodig. Aan het begin van de week hadden ze er ongeveer 180. Geen geweldig vooruitzicht. Maar elke dag druppelen sindsdien nieuwe voorstemmers binnen, en aan het einde van de week domineert het beeld dat de gok deze keer ook goed kan uitpakken.

Maar niets is zeker – het politieke klimaat in Washington is zeldzaam instabiel. Neem Artur Davis, een Afro-Amerikaanse Democraat uit Alabama die tot medio vorig jaar niet van Obama’s zijde was weg te slaan.

Vervolg Zorgstelsel: pagina 4

Pas zekerheid bij allerlaatste stem

Net als de president studeerde Artur Davis rechten op Harvard, en in de dromerige dagen na Obama’s verkiezing presenteerde hij een brutaal plan: hij wilde in 2010 de eerste zwarte gouverneur van Alabama worden. Het haalde alle voorpagina’s. Als een Afro-Amerikaan serieus kans had in conservatief Alabama, staat van de Dixiexrats, was dat alweer een mijlpaal.

In één opzicht heeft Davis woord gehouden: hij voert intensief campagne voor het gouverneurschap. Maar om zijn kansen niet te vergooien, is de liefde voor Obama bekoeld. Vorig jaar stemde hij al tegen het zorgplan, tot woede van Jesse Jackson: „Je kunt hier niet tegen stemmen en jezelf zwart noemen.” Maar Davis wijkt niet. Hij voelt niets voor „plannen om de overheid te vergroten”, zegt hij, en zal zondag zijn campagne onderbreken voor de stemming. „Dan ga ik naar Washington en zeg ik: nee!”

Zo zijn veel Democraten afgevallen die in 2008 nog juichten bij Obama’s verkiezing. Onder hen de ex-chauffeur van Bill Clinton, Mike Ross uit Arkansas, nu leider van de Blue Dogs – behoudende Democraten – in Washington. Vorig jaar zomer stemde hij voor een eerste versie van het zorgplan, maar sindsdien doet hij volgens Max Brantley, hoofdredacteur van de Arkansas Times, dagelijks zijn best Rush Limbaugh rechts in te halen: de conservatieve Tea Party doet het erg goed in zijn staat. „En het goede oude opportunisme is bij deze man in vertrouwde handen.”

De gevolgen zijn groot: omdat Ross als Blue Dogs-leider voor altijd heeft afgehaakt, hebben andere gematigde Democraten ook geen alibi meer om de president tegemoet te komen.

Het is de voornaamste reden dat Democraten ondanks hun ruime meerderheid – 77 zetels meer dan Republikeinen – nu de grootste moeite hadden de benodigde 216 stemmen te vinden. En het is de reden dat hun succes nu afhankelijk is van partijgenoten die ze liever hadden overgeslagen.

Het gaat dan om Bart Stupak, een ex-politieman uit Michigan. Als de voortekenen niet bedriegen, is Stupak een van de Congresleden die zondag de stemming beslissen. Zonder zijn steun kan het normaal gesproken niet lukken. En het probleem is dat Stupak een onderwerp belangrijker vindt dan de zorg: abortus.

Sinds hij ging deelnemen aan bijeenkomsten van ‘The Family’, een organisatie van fundamentalistische evangelicals die heimelijk Congresleden rekruteert, is Stupaks afkeer van abortus het thema van zijn leven geworden. Hij is positief over de zorghervorming, maar zal die alleen steunen als er geen federaal geld naar abortus gaat.

Hij eist, met andere woorden, dat vrouwen geen abortus betalen uit de subsidie die ze krijgen voor een zorgpolis. En het was aan het einde van de week niet gelukt met hem een compromis te sluiten. Al hebben ordes die 59.000 nonnen vertegenwoordigen, zich wel achter het plan geschaard.

Maar de hoop groeide dat ze Stupak bij de beslissende stemming misschien toch kunnen negeren. Een van de progressiefste Congresleden, oud-burgemeester Dennis Kucinich van Cleveland (Ohio), die het plan tot nu toe afwees omdat hij het te gematigd vond, gaf alsnog steun aan Obama. Hij maakte het woensdag zelf bekend, en de dagen daarna stapten ook andere progressieve aarzelaars over. Vervolgens bleek gisteren dat het plan volgens voorlopige berekeningen betaalbaar is zonder het tekort op te voeren – ook dat speelde Obama in de kaart.

Zo keerde het optimisme terug in Democratische gelederen. Het kon de knagende onzekerheid niet wegnemen: de wetenschap dat het, zeker in dit geval, pas zeker is als de laatste stem is geteld.