Die Grieken zoeken het dus maar uit

Het Duitse volk is tegen steun aan Griekenland, blijkt uit opiniepeilingen.

Econoom Hans-Werner Sinn noemt Griekenland „een vat zonder bodem”.

Hans-Werner Sinn laat van zich horen. De gezaghebbendste econoom van Duitsland wil dat Griekenland uit de euro treedt. En hij wijst de oprichting van een Europees Monetair Fonds af – landen als Griekenland kunnen zich tot het Internationaal Monetair Fonds wenden.

Sinn is de spraakmakende chef van het Institut für Wirtschaftsforschung (Ifo) in München, een onafhankelijke instelling die economisch onderzoek doet en Duitse regeringen adviseert over economische kwesties. De 62-jarige Sinn wordt regelmatig geraadpleegd door bondskanselier Merkel, die woensdag in de Bondsdag zei dat landen die zich niet houden aan het Stabiliteitspact uit de euro moeten kunnen worden gezet. De huidige EU-regels voldoen volgens haar niet om de crisis van het in financiële nood verkerende Griekenland aan te pakken. Uitsluiting van een land uit de eurozone zou volgens Merkel „een laatste redmiddel” moeten zijn.

Sinn gaat een stap verder: „Hoeveel geld Griekenland ook aan onmiddellijke hulp zou krijgen, het zou niet genoeg zijn. Het is een vat zonder bodem. Dat moet je eerst repareren voordat je het weer kunt vullen. Voor Griekenland resteert slechts de uitweg van de devaluatie. Dat betekent: uittreden uit de eurozone.” Waarmee het land zijn drachme weer terug zou krijgen.

Griekenland moet volgens Sinn het „gigantische tekort” van bijna 14 procent van het bruto binnenlands product wegwerken. Dat betekent devalueren, „want alleen zo kan de import worden teruggebracht en de export, inclusief het toerisme, worden versterkt”.

Devaluatie zou voor de Grieken afscheid van de euro betekenen. Sinn, die veel polemische artikelen over Griekenland heeft gepubliceerd, schrijft in het economische tijdschrift Wirtschaftswoche: „Devaluatie maakt Griekse producten goedkoper zonder dat het aan de binnenlandse verhoudingen veel verandert. De sociale spanningen blijven beheersbaar. Griekenland zou blijvend worden gestabiliseerd. En de euro ook.”

In de Duitse publieke opinie ligt de ‘kwestie-Griekenland’ zeer gevoelig. Opiniepeilingen laten zien dat de Duitsers massaal tegen financiële noodhulp zijn van de Bondsrepubliek aan landen als Griekenland, Portugal of Ierland, met extreem hoge staatsschulden.

Bondskanselier Merkel en haar minister van Financiën Schäuble hebben de afgelopen weken keer op keer herhaald dat Duitsland geen zak met geld voor de Grieken klaar heeft staan. Ze willen het land niet belonen voor wangedrag. Of zoals Hans-Werner Sinn het stelt: „Griekenland heeft onder het mom van de euro ongebreideld op de pof geleefd en zijn schulden verdoezeld.”

Terwijl Sinn de mogelijke oprichting van een Europees Monetair Fonds afwijst, valt dat idee bij Duitse politici juist in goede aarde. Merkel en Schäuble zijn er onder voorwaarden voorstander van. Merkel wil zelfs het Europees Verdrag veranderen om deze pendant van het Internationaal Monetair Fonds mogelijk te maken. Het EMF zou moeten optreden als EU-lidstaten ernstige betalingsmoeilijkheden hebben, zoals Griekenland nu. Hulp van het IMF aan EU-lidstaten wordt algemeen als een blamage gezien. Europa moet zichzelf kunnen helpen, vinden de meeste Europese politici.

Sinn kraakt het EMF echter af. In een opiniebijdrage in de Frankfurter Allgemeine schrijft hij dat financiële steun door het Europees Monetair Fonds wel eens heel kostbaar kan worden. „De harde eisen van onze minister van Financiën zouden in de Brusselse onderhandelingen wegsmelten als sneeuw voor de zon.” En als een nieuw Europees Verdrag het EMF mogelijk zou maken, zouden de EU-landen zich niet aan de regels houden, meent hij. Immers, „ze hebben zich ook niet aan het Stabiliteitspact gehouden”.

Net als een andere gezaghebbende Duitse econoom, de gepensioneerde Ottmar Issing, die lang werkzaam was bij de Europese Centrale Bank, is Sinn voorstander van financiële hulp door het Internationaal Monetair Fonds. Issing zei onlangs tegen Duitse parlementariërs dat de Grieken geen alternatief hebben. Ze moeten zichzelf helpen, en als al sprake is van ondersteuning, dan bij voorkeur door het IMF, aldus Issing.

Sinn gaat nog verder. „We doen er goed aan de in het nauw gebrachte landen naar het IMF te verwijzen. De middelen daarvan zijn onlangs verhoogd met 500 miljard euro. Ik zie niet in waarom we nu een tweede keer moeten betalen [voor bijdragen aan een eventueel op te richten Europees Fonds, red.] en, in tegenstelling tot Duitsland, is het Internationaal Monetair Fonds niet te chanteren. Alleen het IMF houdt stand tegen de toorn van landen die om hulp hebben gevraagd”.

En het gezichtsverlies dat Europa lijdt als het IMF lidstaten van de Europese Unie moet bijstaan? Sinn: „Als hulp van het IMF de ijdelheid van Europese politici kwetst, is dat hun probleem. De zakelijke argumenten wegen zwaarder.”