Daar staat de thee

De politieke tegenstandsters Ayaan Hirsi Ali en Ella Vogelaar publiceren elk een nieuw boek met migratieverhalen. En dan is er nog de tegenstrijdige en moeizame realiteit.

Ayaan Hirsi Ali: Nomade. Augustus, 318 blz. €19,90

Ella Vogelaar:De verborgen kracht van migrantenvrouwen. Balans, 112 blz. € 9,95

Fati Benkaddour: Hoe overleef ik Nederland. Prometheus, 261 blz. €14,95

Renate van der Zee: Een meisje voor dag en nacht. De Geus, € 17,90

Pauline Sinnema: Mijn vader slaat mij niet. Thoeris, 157 blz. €16,50

We waren haar bijna vergeten. Ayaan Hirsi Ali. De asielzoekster uit Somalië die voor de VVD in de Tweede Kamer kwam. De vrouw die met Theo van Gogh de film Submission maakte. De vrouw van wie Rita Verdonk haar Nederlandse paspoort wilde afnemen. De vrouw die naar de VS vertrok toen het kabinet viel over die kwestie.

Ze is terug: haar nieuwste boek Nomade is een vervolg op haar biografie Mijn vrijheid. Ze schrijft in Nomade over haar vertrek (‘verbanning’) uit Nederland, waarna ze gaat werken voor het American Enterprise Institute, een conservatieve denktank in Washington. Ze vertelt ook over haar jeugd, familie en haar vader, die als oppositieleider gevangen werd genomen, ontsnapte en zijn gezin meenam op zijn vlucht naar Saoedi-Arabië, Ethiopië en Kenia.

Al deze verhalen samen vormen één grote aanklacht tegen onderdrukking van de vrouw binnen de islam, vooral in een clancultuur zoals in Somalië. Voor Hirsi Ali zijn die twee verweven. Elk levensverhaal dat Hirsi Ali beschrijft, is een illustratie van dat verstikkende leven waarin mannen en jongens heersers zijn. En de vrouwen en meisjes volkomen ondergeschikt.

De verhalen geven een prachtig beeld van het harde leven van een Somalische nomadenfamilie, waarbij alles wordt bepaald door traditie, de krachten van djinns (geesten) en voorouders. Een meisje wordt daar, vooral na haar eerste menstruatie, zoveel mogelijk verstopt. ‘Als kind werd me geleerd dat mijn maagdelijkheid belangrijker was dan mijn leven’, schrijft Hirsi Ali. Om die maagdelijkheid te bewaken, moeten vrouwen en meisjes zich bedekken. De walging die zij daarover voelt, komt bijna op elke bladzijde terug. ‘De lucht die ze inademt is bedompt, een dikke laag stof drukt op haar oogleden, neus en mond. Alles was ze doet, doet ze verborgen en heimelijk.’

Dat wereldbeeld wordt niet ter discussie gesteld. Een wasmachine wordt door mannen, én vrouwen, veroordeeld omdat dat apparaat meisjes en vrouwen een tijdsbesparing oplevert, waardoor ze tot allerlei ondeugden zouden worden verleid. De geboorte van een jongetje wordt bejubeld. Bij de geboorte van een meisje heerst verdriet; grootmoeder zit dagenlang te mokken onder de talalboom.

De boodschap van Nomade: migranten die zijn opgegroeid in de woestijncultuur en de islam, passen zich in het westen niet aan. Ze kúnnen zich niet aanpassen, zo diep is hun afkeer van de wereld der ongelovigen en afvalligen. Zijzelf is daarop een grote uitzondering.

Ayaan Hirsi Ali is niet de enige die nu met een boek komt waarin integratie in de westerse samenleving, of het gebrek daaraan, het hoofdthema vormt. Ook Ella Vogelaar, oud-minister van integratie, schreef een nieuw boek, De verborgen kracht van moslimvrouwen. Dit is in alle opzichten de tegenpool van Nomade.

Vogelaar is in deze wereld een buitenstaander. Zij heeft zelf de ontworteling die migratie met zich meebrengt niet meegemaakt, ze kwam in contact met migrantenvrouwen als minister. Waar Hirsi Ali onderdrukking ziet, ziet Vogelaar kracht. Zij beschrijft (migranten)organisaties die zich inzetten om de eerste generatie van migrantenvrouwen uit hun geïsoleerde wereld te trekken en (een beetje) op te leiden. Ze vertelt in korte portretten over vrouwen die daardoor meer zelfvertrouwen krijgen. Zoals de importbruid Zakia (34), moeder van drie kinderen. Via de organisatie Wereldvrouwen werd ze gestimuleerd Nederlands te leren en een assistentendiploma te halen. Zakia werd zelfbewuster: eerst was ze bang om de telefoon op te nemen, nu niet meer, als Zakia lesgeeft, moet haar man op de kinderen passen. En als hij thee wil, zegt Zakia: „Je weet waar de thee staat.”

Het stimuleren van migrantenvrouwen om hun leven in eigen hand te nemen, heeft meer effect dan het huidige ‘Integreer- nú-beleid’, vindt Vogelaar. Je ziet de oud-minister bijna met opgestroopte mouwen achter de computer zitten. Ze is tegen het verbieden van aparte vrouwengroepen bij inburgeringslessen of het eindeloos fulmineren tegen het dragen van een hoofddoek. Ze schrijft: ‘Emancipatie is iets van mensen zelf en kan niet van bovenaf worden verordonneerd, hooguit gestimuleerd.’

Hier spreekt de vrouw die als minister zei dat Nederland over een paar eeuwen mogelijk een land is met een ‘joods-christelijk-islamitische traditie’. Hirsi Ali zou Vogelaars ideeën soft noemen. Pappen en nathouden. Ze zou haar een exponent van het oude integratiedenken vinden. En dat is zij ook. Je kunt je afvragen of de integratie snel genoeg gaat, als je pas na tien jaar in Nederland tegen je man durft te zeggen dat hij zelf thee moet zetten. Het is lastig beoordelen, want de portretten zijn kort en oppervlakkig. We leren de vrouwen niet echt kennen.

De boeken van deze twee hoofdrolspeelsters zijn twee uitersten in het hopeloos gepolariseerde islamdebat. Want in Nomade heeft Hirsi Ali helemaal geen oog voor voorbeelden van geslaagde integratie. Ze zijn afwezig, net als de moslims die niet uit een stammencultuur komen. Terwijl die voorbeelden van geslaagde integratie er in overvloed zijn. Dan gaat het niet om de worsteling van de importbruiden zoals Vogelaar die beschrijft, maar om in Nederland opgegroeide kinderen van migranten die hun eigen weg hebben gevonden, een opleiding hebben gevolgd, carrière maken en het liefst niet altijd maar op hun moslimzijn worden aangesproken. Zij zijn Nederlanders, met een geloof.

Het mooiste voorbeeld daarvan is het boek Hoe overleef ik Nederland? van de Marokkaans-Nederlandse Fati Benkaddour. Zij schreef een heldere en nuttige zelfhulpgids voor Marokkaanse jongeren, die werkelijk alles bespreekt, van discriminatie tot seks, zonder scrupules en zonder de achtergrond van Marokkaanse jongeren te veroordelen. Maar wel eerlijk: ‘Iedereen is seksueel! Je ouders zijn seksueel, je buurman, je vrienden. Ja zelfs een imam is seksueel!’ Als dat geen integratie is.

Hirsi Ali is vol van haar eigen voorbeeld, haar bevrijding en de worsteling die daaraan vooraf ging. Na een laatste bezoek aan haar stervende vader in een Brits ziekenhuis, ziet ze op straat gesluierde vrouwen en denkt ze: ‘We waren allemaal ver weg van de plek waar we waren geboren, maar ik was de enige die de cultuur van die plek had achtergelaten. Zij hadden hun web van waarden met zich meegenomen, de halve wereld over.’ Natuurlijk ís Hirsi Ali ook een voorbeeld. Alleen is het de vraag of zij met haar verkettering van de islam wel recht doet aan de dynamiek van de integratie. Niet elke vrouw die

Vervolg op pagina 2

‘Maar jah als u boos wilt blijfen’

een hoofddoek draagt is onderdrukt. Het is vaak genoeg haar eigen beslissing.

Gelukkig is tussen de politieke kemphanen Hirsi Ali en Vogelaar nog iets anders te vinden: de praktijk. Oud-Parool journalist Pauline Sinnema en journalist Renate van der Zee zoomen ieder in op één migrantengezin.

In Mijn vader slaat mij niet volgen we Sinnema in haar twee jaar lange worsteling met het mentorschap van de 12-jarige Abdel (een gefingeerde naam). Sinnema wil iets nuttigs doen in ‘ons multiculturele drama’ en meldt zich aan bij School’s Cool een organisatie die mentoren koppelt aan allochtone achtstegroepers die dreigen uit te vallen op het vmbo.

Een mooi geschreven inkijkje in een Marokkaans gezin via een Marokkaans jochie uit Amsterdam-Noord. Voor wie wil, worden alle vooroordelen meteen bevestigd. Vader is werkloos en heeft een uitkering maar toch geen tijd voor zijn zoon, die juist snakt naar de aandacht en begeleiding van pa. Moeder heeft niets in te brengen, spreekt geen Nederlands en staat vooral in de keuken.

Sinnema staat dichter bij Hirsi Ali dan Vogelaar. Al is ze, net als Vogelaar, toeschouwer en geen onderdeel van het integratieproces. Ze verbaast zich over de afwezigheid van kracht of eigen initiatief bij Abdels moeder. En ze heeft grote moeite met de tweeslachtige houding van vader, die wel in Nederland woont en daarvan de vruchten plukt, maar tegelijk diepe minachting toont voor de wereld om hem heen. Hij lijkt daarin op de vader van Hirsi Ali. Ook die veracht de westerse cultuur, maar vroeg wel asiel aan in Engeland – en kreeg dat ook – om zo gratis gebruik te kunnen maken van de goede gezondheidszorg van de ongelovigen. Hirsi Ali vindt dat verwerpelijk, een gebrek aan moraal dat eigen is aan mensen die niet hebben geleerd onafhankelijk te denken. Sinnema voelt regelmatig grote woede als ze door Abdels vader respectloos wordt behandeld.

Maar ze krijgt wel een band met Abdel. Al komt hij regelmatig een afspraak niet na, ze ziet hem ook vaak wel. Als hij niet is komen opdagen, krijgt ze onbeholpen mails waar ze om moet lachen: ‘Het was niet de bedoeling om u te laten zitten ik was het vergeten en daar kan ik niks aan doen maar jah als u boos wilt blijfen dan kan ik er verder niks aan doen het was de bedoeling om met deze tekst u boosheid te laten zakken.’ Ze ziet dat hij de intelligentie heeft om meer te kunnen dan het laagste niveau van het vmbo. Ze beseft dat zij de enige is die hem een kans kan geven. En dus koopt ze twee abonnementen voor Artis om daar huiswerk te kunnen maken. In het huis van Abdel is daarvoor geen plaats.

Sinnema slaagt erin Abdel een zetje omhoog te geven, maar op de middelbare school gaat het uiteindelijk toch mis. Abdel gaat spijbelen en hij verbreekt het contact met Sinnema. Toch weet Sinnema bijna zeker dat haar inzet voor Abdel zin heeft gehad, schrijft ze aan het eind. ‘Voor hem. En ook voor mij. En hopelijk ook voor de integratie en de preventie.’

Een al even boeiend en meeslepend geschreven inkijkje in een verborgen wereld, is Een meisje voor dag en nacht van Renate van der Zee. We kijken mee met de hoofdpersoon Ibtisam (ook al weer een gefingeerde naam). Ibtisam is een bestaande vrouw van Marokkaanse afkomst, nu agent bij een politiekorps in een grote stad, die Van der Zee bijna vijftig keer interviewde. Ibtisam groeit op in een traditioneel migrantengezin waarin, alweer, de familie-eer afhankelijk is van de kuisheid van de meisjes. De jongens groeien er op als prinsjes die niet worden tegengesproken en ze zijn de baas in huis, waardoor de ouders volledig de grip verliezen als ze ouder worden. ‘Zie je wel!’, horen we Hirsi Ali fluisteren.

En inderdaad, voor Ibtisam heeft de geslotenheid van het gezin, de macht van de mannen en de nadruk op kuisheid noodlottige gevolgen. Ze wordt vanaf haar zesde jaar misbruikt door haar broer. Ze ziet geen enkele uitweg. De schaamte zit zo diep, dat ze niemand in vertrouwen durft te nemen. Ze weet zeker dat zij dan de schuld zal krijgen.

Renate van der Zee snijdt hier een groot taboe aan – seksueel misbruik in migrantengezinnen. Het is een onderschat probleem, schrijft Van der Zee. Marokkaanse kinderen, vooral meisjes, lopen een risico. Allereerst doordat vaak grote gezinnen in kleine huizen wonen, soms nog met inwonende ooms en neven. Ontsnappen wordt dan lastig. Maar vooral omdat de slachtoffers zullen zwijgen. Een geschonden familie-eer is het ergste dat een traditionele migrantenfamilie kan overkomen.

Uiteindelijk, met veel moeite, vindt Ibtisam haar eigen weg. Ze trouwt tegen de wil van haar ouders met een Nederlandse man, maar weet een breuk met haar familie te voorkomen. Het seksueel misbruik komt pas later naar boven als ze zelf moeder is geworden. Dan zoekt ze hulp. Haar ouders vertelt ze niets.

Hirsi Ali en Vogelaar zien de integratie van moslims in Europa precies zoals zij dat willen zien. Zwart en wit. Er is geen plaats voor nuance. Sinnema ziet in de praktijk haar vooroordelen over Marokkaanse gezinnen die mijlenver van de Nederlandse samenleving staan bevestigd, maar ze gaat het gevecht aan, en ze laat zich ook verrassen. Van der Zee laat zien hoe verstikkend migrantengezinnen kunnen zijn, als de ouders zich vastklampen aan die mengeling van traditie, cultuur en religie en zo de ontwikkeling van hun kinderen bemoeilijken. Maar ze laat ook zien hoe glorieus die kinderen daar soms bovenuit kunnen stijgen. De politievrouw Ibtisam is uiteindelijk hét voorbeeld van succesvolle integratie. Zij had niets gekund met de denkbeelden van Vogelaar of Hirsi Ali. Maar als zij een mevrouw Sinnema had gehad die haar wekelijks was komen opzoeken, dan was haar jeugd een stuk makkelijker geweest.

Morgen in Opinie & Debat: interview met Ayaan Hirsi Ali. Op nrcboeken.nl een interview met Renate van der Zee over haar boek.