Bezuinigen, het kan niet eens altijd

Zeker is dat de voorstellen revolutionair zijn. Van de 200 miljard euro aan collectieve uitgaven, onderzoeken ambtelijke werkgroepen 80 procent op zijn merites. Maar de vraag is of een kabinet wel zoveel „beleidsvrijheid” heeft om tientallen miljarden te bezuinigen.

Aan een groot deel van de uitgaven kan niet worden getornd, je kunt niet de helft van de scholen sluiten of de openbare verlichting staken. En zelfs bij ontwikkelingssamenwerking blijken vele uitgaven langdurige contractuele toezeggingen.

„Van de begroting ligt 98 procent op korte termijn vast in een bekostigingssysteem”, zegt hoogleraar bestuurskunde Roel in ’t Veld. Hij zegt dat de vrijheid om beleid te wijzigen steeds groter wordt naarmate je verder in de toekomst kijkt. Maar de wetenschapper spreekt van een complex probleem waar nauwelijks onderzoek naar is verricht. „Ik ken zulke studies niet.”

Het ministerie van Financiën noch de Algemene Rekenkamer heeft cijfers over de totale omvang van de bestuurlijke en juridische verplichtingen van het Rijk.

Ministeries maken jaarlijks slechts over kleine onderdelen van hun begroting bekend in hoeverre die verplicht en daarmee onveranderlijk zijn. Maar iedere politicus die al wat langer meeloopt in Den Haag weet dat de ruimte om beleid te wijzigen altijd tegenvalt.

Hoogleraar bestuurskunde Ko de Ridder wijst erop dat je voor ingrijpende saneringen in de overheidsfinanciën aparte wetgeving nodig hebt. Dat kost al gauw een paar jaar. „Structurele besparingen zijn per definitie besluiten op lange termijn. Ook het zorgpakket is verankerd in een wet. Maar in beginsel is de ruimte die de wetgever heeft om uitgaven te veranderen op lange termijn totaal.”

Het Centraal Planbureau schatte het structurele overheidstekort van de overheid in 2015 deze week op 29 miljard euro per jaar. Als je dat als politieke partij al in één kabinetsperiode wilt inlopen, wordt dat praktisch al heel moeilijk.

Geld rondpompen: pagina 13