Bezuinigen door minder geld rond te pompen

De overheid pompt veel geld rond, via zorgtoeslag, huurtoeslag en een aantal omvangrijke subsidies voor koop- en huurwoningen. Snijden lijkt onafwendbaar.

De enveloppen zijn nog steeds blauw, dezelfde kleur blauw als tien jaar geleden. Maar stonden ze vroeger borg voor „een aanslag” van de belastingdienst, en daarmee voor een onwelkome verrassing, tegenwoordig kan de post van de fiscus net zo goed een aangename steun in de rug zijn. Ruim 5 miljoen huishoudens – drie van de vier in Nederland – ontvangen tegenwoordig zorgtoeslag (een bijdrage van de overheid in de kosten van een ziektekostenverzekering). Ruim 1 miljoen huishoudens krijgen een kindgebonden budget. Eén op de drie huurders ontvangt huurtoeslag en bijna de helft van de Nederlandse huishoudens krijgt subsidie voor zijn woning via de fiscale aftrek van de hypotheekrente.

De overheid geeft en de overheid neemt, maandelijks miljarden euro’s. De ambtelijke werkgroepen die ingrijpende hervormingen bestuderen zullen een aantal verstrekkende voorstellen doen om dit rondpompen van geld te beteugelen. Er bestaat een aparte werkgroep die de ‘toeslagenfabriek’ tegen het licht houdt, een werkgroep voor alle ‘kindregelingen’, een werkgroep ‘wonen’ en een werkgroep die de belastingdienst als uitvoeringsorganisatie bestudeert.

Zeker is dat de Brede Heroverwegingen revolutionair zijn: van de 200 miljard euro aan collectieve uitgaven wordt 80 procent op zijn merites onderzocht. De miljardenbesparingen moeten allemaal gevonden worden op het terrein waar beleidsvrijheid heerst. En die bestaat op vele plekken niet. Aan een groot deel van de uitgaven kan niet worden getornd, je kunt niet de helft van de scholen sluiten of de openbare verlichting staken. En zelfs bij Ontwikkelingssamenwerking blijken vele uitgaven langdurige contractuele toezeggingen.

Het ministerie van Financiën noch de Algemene Rekenkamer beschikt over cijfers wat de omvang is van de bestuurlijke en juridische verplichtingen van het Rijk. Ministeries maken jaarlijks slechts over kleine onderdelen van hun begroting bekend in hoeverre die verplicht en daarmee onveranderlijk zijn. Maar iedere politicus die al wat langer meeloopt in Den Haag weet dat de ruimte om beleid te wijzigen altijd tegenvalt.

„98 procent van de begroting ligt vast in een bekostigingssysteem” zegt hoogleraar bestuurskunde Roel in ’t Veld. De vrijheid om beleid te wijzigen wordt volgens hem groter naarmate je verder in de toekomst kijkt. De wetenschapper spreekt van een complex probleem waar nauwelijks onderzoek naar is verricht. „Ik ken zulke studies niet. Er zijn ook verschillende expertises nodig om hier meer inzicht in te krijgen.”

In ’t Veld wijst er bijvoorbeeld op dat veel Europese subsidies alleen verstrekt worden onder de voorwaarde dat de lidstaat ook zelf bijdraagt. „Als je dan die eigen bijdrage wegbezuinigt, hang je jezelf op.” Hij meent dat de werkgroepen wel enig oog zullen hebben voor deze risico’s, maar hij vraagt zich af of politici dat ook zullen hebben. „Bovendien”, zegt In ‘t Veld, „kun je je afvragen wat je maatschappelijk aanricht met een bezuiniging.” Volgens de hoogleraar staat het onderzoek naar de maatschappelijke kosten en baten van bezuinigingen waar nu op gestudeerd wordt nog in de kinderschoenen.

De woningmarkt zal vanzelfsprekend veel aandacht trekken in de discussie over hervormingen en de conclusies van de werkgroepen die begin volgende maand worden gepresenteerd. De redenen zijn evident. Er gaat schrikbarend veel overheidsgeld als subsidie naar het wonen. Daarnaast is iedereen het erover eens dat de woningmarkt ontwricht is. Zij functioneert niet. Starters kunnen moeilijk een woning vinden, of ze nu kopen of huren, er zijn te veel hogere inkomens die goedkope huurwoningen bezet houden en er wordt te weinig gebouwd wat huizenkopers willen.

De huurprijzen zijn sterk gereguleerd. Maar het maakt in het puntensysteem nauwelijks uit of je middenin de Amsterdamse Jordaan huurt of in Vlagtwedde. Het aantal vierkante meters is dominant bij de vaststelling van het huurtarief, niet de locatie of de marktwaarde van de woning.

De gevolgen zijn bekend: de gemiddelde wachttijd voor een huurwoning in de regio Amsterdam ligt ver boven de tien jaar. Leuk gezinsspelletje: probeer op woningnet.nl de hoogste wachttijd voor een huurwoning te achterhalen. Een galerijwoning in Diemen van 80 vierkante meter levert een score van 52 jaar op. Geen wonder dat een ongereguleerd systeem van onderhuur in de randstad feitelijk de norm is geworden.

Ieder zichzelf respecterend instituut heeft de afgelopen jaren al de noodklok geluid over de woningmarkt. De overheid stimuleert met subsidies en toeslagen de vraag, maar rantsoeneert op lokaal niveau tegelijkertijd het aanbod, want gemeentes zijn tuk op hoge grondprijzen. En op verhuizen zit een forse boete: de overdrachtsbelasting ontmoedigt de doorstroming op de koopmarkt en stimuleert het forensenverkeer in een land dat met files kampt.

Per saldo gaat er dit jaar bijna 13 miljard euro van de collectieve middelen naar de woningmarkt. De overheid betaalt 11,5 miljard van de woonlasten van huiseigenaren via de hypotheekrente die aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting. Er gaat 2,5 miljard naar de huurtoeslag (de voormalige huursubsidie).

Maar indirect is de overheidssteun op de huurmarkt nog veel groter. Nederland telt onevenredig veel sociale volkshuisvesting. Een op de drie woningen is een sociale huurwoning. Met het kunstmatig laag houden van de huren is jaarlijks 14,5 miljard euro gemoeid – nog meer dan met de hypotheekrenteaftrek, schatte het Centraal Planbureau twee jaar geleden. Van die subsidie komt meer dan de helft terecht bij de inkomens waar die eigenlijk niet voor bedoeld is: de midden- en hoge inkomens, bijvoorbeeld door het scheefwonen – met een te hoog inkomen in een te goedkope huurwoning.

De ambtelijke werkgroep Wonen zal over twee weken met varianten komen waarbij meer vrije prijsvorming in de huursector gecombineerd wordt met een versobering van de subsidies op de koopmarkt, zoveel is zeker. In alle gevallen zal dat op een of andere manier versobering van de aftrekbaarheid van hypotheekrente inhouden.

Het zal de positieve variant zijn van het negatieve compromis van Beetsterzwaag. Toen werd liberalisering van de huren (PvdA tegen) weggestreept tegen versobering van de hypotheekrenteaftrek (CDA tegen). De staat kan er miljarden op vooruitgaan, maar voor de burger betekent het een lastenverzwaring.

In het politieke debat over miljardenbesparingen komen bekende ideologische tegenstellingen naar voren. Sociaal-democraten flirten met het idee van een extra belastingschijf van 60 procent. Christen-democraten en liberalen keren zich tegen belastingverhogingen. Zij pleiten voor een vereenvoudiging van het stelsel met minder aftrekposten en een lager tarief: de vlaktaks.

Het belastingstelsel staat in diverse werkgroepen centraal. Er lijkt nu al brede overeenstemming dat de ‘toeslagen’ uit de hand zijn gelopen. Een aparte werkgroep studeert op vereenvoudiging van dit stelsel. Bijna tien jaar geleden voerden Gerrit Zalm en Willem Vermeend een belastingherziening door. Maar sindsdien kwamen er allerhande heffingskortingen en toeslagen bij. De zorgtoeslag en het kindgebonden budget ondersteunen de ‘lagere’ inkomens, maar die definities zijn allengs opgerekt. Voor de ‘kindregelingen’ alleen is al een aparte werkgroep ingesteld: jaarlijks gaat er zo 9 miljard euro naar ouders met kinderen.

De introductie van zulke inkomenssteun heeft ongewenste bijeffecten: het bevordert niet de arbeidsparticipatie en onderzoekers van de Algemene Rekenkamer toonden twee jaar geleden aan dat de heffingskortingen – een soort opvolgers van de vroegere belastingvrije som – onbedoeld de grondslag van AOW-premies uithollen. De (on)betaalbaarheid van de AOW zou zelfs grotendeels veroorzaakt worden doordat inkomenspolitieke regelingen de taart waarover premie wordt geheven hebben verkleind.

Het Centraal Planbureau stelde eind vorig jaar vast dat een burger in 2007 minder profijt heeft van een salarisstijging dan in 2001. Dat komt onder meer door inkomensafhankelijke regelingen. Wie 100 euro meer verdient, verliest bijvoorbeeld 30 euro huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag valt ook lager uit, en dan moet er nog meer belasting betaald worden. De „marginale druk” – dat deel van een bruto loonstijging dat niet terechtkomt in het beschikbaar inkomen – steeg tussen 2001 en 2007 van 45,6 procent naar 48,1 procent, schat het Centraal Planbureau. Zo’n herverdeling van hoge naar lage inkomens kost de economie kracht. Econoom Bas Jacobs noemde het ooit de prijs van gelijkheid. De vraag is of een sanerende overheid bereid is die prijs te blijven betalen.

Dit is het derde en laatste deel van een serie over besparingen. Eerdere delen zijn voor abonnees te lezen op nrc.nl/economie