Barbeel bijvoorbeeld

Het grote verhaal is dat van de leefbaarheid van onze rivieren. Dertig jaar geleden was het een en al pcb’s en zware metalen, tegenwoordig is de waterkwaliteit heel behoorlijk. Trekvissen als zalm buiten beschouwing gelaten, heeft de visstand zich spectaculair hersteld.

De zorgen, die er natuurlijk altijd zijn, gaan nu over het binnendringen en een deels explosieve vermenigvuldiging van grondelsoorten uit het stroomgebied van de Donau – de effecten op inheemse vissen moeten nog blijken. Zorgelijk is ook de sluipende verhoging van de watertemperatuur, vooral door lozing van koelwater en egalisatie van beken en rivieren – met elke extra graad Celsius daalt het zuurstofgehalte. En wat de scheepvaart betreft: met het huidige motorvermogen veroorzaakt die een geweldige dynamiek tussen de kribben – lastig voor opgroeiende beesten. Het luistert allemaal nauw. Barbeel bijvoorbeeld. Barbeel leeft uitsluitend in riviervakken met zandige bodems. Voor zijn paaibed heeft hij grindbanken nodig op een diepte van 40 tot 60 cm bij een stroomsnelheid van 20 à 30 cm per secondes

Zo kom ik op het kleinere verhaal: een dagje varen in het kader van een onderzoeksprogramma. De IJssel bij Doesburg. De winter nog in de wind, de lente al in het zonlicht.

We visten met een boomkor. De eerste trek die aan boord werd gehaald klonk naar uitdruipende modder. Maar de tweede werd gelost met luid geratel van grind en schelpen – dat beloofde barbeel, en dat brácht barbeel.

Er werd die dag nog veel meer gevangen (blankvoorn, brasem, baars, snoekbaars, winde, serpeling, sneep, alver en pos heb ik genoteerd, en ik kan nu bevestigen dat spiering naar komkommer ruikt). Er werden die dag zelfs grotere barbelen gevangen. Maar ik beperk me tot de eerste.

Zesenvijftig komma vijf centimeter. Een fantastisch gestroomlijnd lijf, dakpansgewijs bedekt met fijngetekende schubjes. Een zweem van groen op de rug en iets rossigs in de vinnen. Een harde, onderstandige bek. En vooral die baarddraden – twee aan de mondhoeken en twee aan de bovenlip. Deze geven hem iets voorwereldlijks. Of een aura van oosterse wijsheid, het hangt maar net van je bui af.

De barbeel is stevig en sterk. Ik bedoel, het is één ding om over een stevige en sterke vis te lezen, het is een heel ander ding om een stevige en sterke vis in bedwang te houden als hij niet van jouw bewondering gediend blijkt te zijn.

En misschien was dit voor de barbeel zelf juist wel het grote verhaal: de ontdekking dat er een wereld boven water bestaat, en hoe benauwd een normaal dier het daar heeft. Dat was dan iets om over na te denken toen hij terug mocht naar de bodem van de IJssel.

Met dank aan Jan Kranenbarg en Frank Spikmans van RAVON en Kees Baaij, schipper op de Schollevaar van RWS).