Architect moet de wereld redden

It’s the end of the world as we know it’, zegt de sonore stem dreigend. Je bent nog niet eens binnengestapt bij de tentoonstelling Architectuur als noodzaak en de toon is al gezet. In korte scherpe flitsen worden de crises opgesomd waar we nu voor staan: voedsel, economie, gezondheid, ruimte, energie, samenleving. Maar er is hoop: „De architectuur is het platform waarop deze mondiale problemen kunnen worden aangepakt.”

Directeur Ole Bouman van het Nederlands Architectuur Instituut heeft hoge verwachtingen van het vak: dat kan, nee moet de wereld redden. De boodschap is verfrissend en bedrukkend tegelijk.

De tentoonstelling (t/m 16 mei) laat werk zien van liefst 24 bureaus die in dat werk antwoord zoeken op de mondiale problemen. Het bureau 2012 bijvoorbeeld gebruikt alleen gerecyclede materialen. Doepel Strijkers Architecten zet de gebruikelijke gang van zaken in de stadsontwikkeling op z’n kop. Je moet niet kijken hoeveel woningen je op x aantal vierkante meter kwijt kunt, legt Duzan Doepel uit in een video-interview, je moet uitgaan van wat de ecologische omstandigheden ter plekke kunnen dragen.

Onder de noemer ‘neo-localism’ heeft het Rotterdamse bureau ZUS zichzelf als proefkonijn opgeworpen: voor het pand aan de Schiekade waar het zelf inzit, heeft het een ontwikkelplan opgesteld dat moet aantonen dat het socialer én rendabeler is om het bestaande gebouw opnieuw te gebruiken dan om het te slopen en er iets nieuws voor in de plaats te zetten, zoals de gemeente wil.

Het bureau Onix kijkt niet meer naar de genius loci, de geest van de plek, maar naar wat het de ‘scenius loci’ noemt, de manier waarop de gebouwen kunnen inspelen op veranderende gebruiksscenario’s. Met zijn Pig City wil MVRDV aantonen dat het concentreren van varkens op vervoer, energie en afvalverwerking bespaart. Niet alle goede bedoelingen komen uit. Het Groningse bureau De Zwarte Hond bijvoorbeeld heeft meegewerkt aan De Blauwe Stad, die het arme noordoost-Groningen nieuw leven moest inblazen met recreatie en woningbouw aan een nieuw meer – maar nergens wordt vermeld dat het project maar niet van de grond wil komen.

We worden nu doodgegooid met duurzaamheid, een begrip waarvan niemand precies weet wat hij zich erbij moet voorstellen. Het opbeurende van dit mission statement van het NAi is dat er veel kan en er in de praktijk al veel gebeurt.

Architectuur als noodzaak – die voor het gemak architectuur, ruimtelijke ordening, stedenbouw en landschapsontwerp op één hoop gooit – heeft messianistische trekjes. Bouman spreekt zijn vakgenoten aan op hun verantwoordelijkheid, maar hij legt ook een loden last op hun schouders. Architecten, stedenbouwers en landschapsontwerpers werken niet in een vacuüm, hoe kunnen zij als verlosser van alle problemen van de wereld optreden? Het werk is bemoedigend, maar de missie laveert tussen romantisch idealisme en hoogmoed.