Almeers jongetje denkt: ik moet het land uit

De komst van de PVV in Almere zet leerkrachten voor het blok. Wilders zegt dingen die indruisen tegen de schoolregels. Wat doe je als een leerling spreekt over ‘Marokkanentuig’?

Een jongen met kort, bruin haar en een witte trui steekt zijn hand op. „Meester, waarom pakt Wilders alleen de Marokkanen en hoeft een Fransman niet het land uit?”

Het is vrijdagochtend negen uur, anderhalve week nadat de PVV de grootste partij van Almere werd bij de gemeenteraadsverkiezingen. Negentien jongens van groep zeven en acht van de islamitische basisschool Al-Iman in Almere krijgen ‘dienles’ van godsdienstonderwijzer Mohammed Kaaouass. De gehoofddoekte meisjes zijn zojuist vertrokken naar de gymles. Die krijgen de jongens en meisjes gescheiden.

In het lokaal van groep acht hangen verkiezingsposters, tekeningen van moskeeën en posters waarop open dagen van middelbare scholen staan vermeld. Vandaag gaat de les niet over de islam, zoals gewoonlijk, maar over de politiek.

„Dat Wilders groot is geworden, heeft met ons te maken,” zegt Kaaouass – baard, krijtstreepbroek, en lila trui. „Ik ben in 1985 in Zeist komen wonen. Als de melkboer langskwam en mensen waren niet thuis, zette hij de melk voor de deur. Toen kwamen wij, Marokkaanse jongens. We gingen kranten lopen en we zagen de melk voor de deur.” Kaaouass doet alsof hij langs een deur loopt en iets op de drempel ziet staan. Hé, drinken, zegt hij verbaasd. Hij pakt de denkbeeldige flessen op. De jongens lachen.

Dus wat denken jullie?, vraagt Kaaouass. „De hangjongeren, de berovingen waar ze over schrijven in de krant, is dat waar?”

Een kilometer verder schrijft sportleraar Joël de Bruijne – rood capuchonvest, joggingbroek en gympen – de maandag erop met grote letters het woord ‘multi-culti-knuffelaar’ op het schoolbord. Tegenover hem zitten dertien jongens en zeven meisjes in een kring. Het is kwart voor tien. Klas ‘M1B’ – de eerste mavo-klas b – van scholengemeenschap Echnaton krijgt mentorles.

Wie weet wat dit is?, vraagt de sportleraar. Een leerling zegt: iemand die vreemdgaat. Een ander: iemand die te veel knuffelt. De Bruijne geeft zijn klas twee keer per week mentorles. Hij praat over omgangsvormen, keuzes maken, respect. Maar ook over Fitna, het hoofddoekenverbod en de gemeenteraadsverkiezingen. Vandaag is ‘beleefdheid’ het thema.

Wouter Bos kennen we allemaal?, gaat De Bruijne verder. Van de PvdA, roept er een. Die met het geld, zegt een ander. Goed, zegt De Bruijne. „Die is nu opgevolgd door Job Cohen.” Hij schrijft de naam op het bord. „Dat is de burgemeester van Amsterdam. Wilders zegt over Cohen dat hij een multicultiknuffelaar is omdat hij met mensen van alle culturen thee drinkt.”

De opkomst van de PVV houdt de kinderen bezig op deze twee scholen in Almere. De leerkrachten moeten uitleggen en geruststellen, maar hoe verklaar je als leerkracht dat Wilders dingen mag zeggen die op school niet worden getolereerd?

Volgens een woordvoerder van de Algemene Onderwijsbond is het belangrijk dat leraren een onderwerp bespreekbaar maken, maar moeten ze het ook op tijd weer aan de kant zetten. „Leerlingen zijn er soms erg veel mee bezig. Als docent moet je dan grenzen stellen.”

Harry van der Bijl is de meester van groep acht op Al-Iman. Hij houdt toezicht op het schoolplein terwijl de kinderen ‘jongens pakken de meisjes’ spelen. Van der Bijl werkt al tien jaar op Al-Iman. Hij heeft in die tijd elf september, de moord op Theo van Gogh en nu de komst van de PVV meegemaakt.

„Als docent probeer ik onpartijdig te zijn”, zegt hij. Hij legt zijn klas uit waarom het goed is dat Wilders mag zeggen wat hij zegt. Waarom het goed is dat hij een partij mag oprichten en mensen op hem mogen stemmen. „Maar de manier waarop hij moslims aanvalt, kan ik niet verdedigen voor de klas.” De juf van groep zes, Fatiha Bousandrous, kan haar klas niet uitleggen waarom hun moeders geen hoofddoeken zouden mogen dragen. „Dat snap ik als leerkracht ook niet,” zegt Bousandrous, zelf hoofddoekdrager.

De Bruijne van het Echnaton: „Op de pabo leren we dat je gedrag mag afkeuren, maar nooit de persoon zelf. Wilders stigmatiseert bevolkingsgroepen.”

Op de dag van de verkiezingen kwam De Bruijne op de gang van zijn school twee jongens tegen. Dat „Marokkanentuig” moet het land uit, hadden ze in de les gezegd. Ze waren de klas uitgestuurd. Onterecht, vonden de jongens. Wilders mag dat toch ook zeggen? Een raar voorval, vindt De Bruijne, want de jongens hebben gelijk: een politicus moet je kunnen citeren. Maar de PVV doet uitspraken die volgens de sportleraar indruisen tegen de schoolregels. Respect voor elkaar, dat staat op de scholengemeenschap met kinderen uit alle windstreken voorop. Termen als ‘Marokkanentuig’ en ‘kopvoddentaks’ getuigen daar niet van, zegt De Bruijne. „Gelukkig kan ik zeggen dat Wilders zich nog moet verantwoorden voor zijn uitspraken, omdat er een rechtszaak tegen hem loopt.”

De dag na de gemeenteraadsverkiezingen in Almere waren kinderen van groep zes op Al Iman boos en bang, zegt juf Bousandrous. De kinderen vroegen: hoe kan dat nou? Waarom moet mijn moeder haar hoofddoek afdoen? Waarom praat hij niet met ons? Bousandrous liet haar klas een dag kalmeren en legde daarna uit dat ze niet bang hoeven zijn. We leven in een democratisch land. Als Wilders iets roept, gebeurt het nog niet gelijk, hield ze de kinderen voor. Fatma Batuk stelde haar tienjarige zoontje op eenzelfde manier gerust, zegt ze als hem bij school aflevert. Haar zoontje was al aan het wikken of Turkije of België beter was om te wonen, want ze moesten weg, dacht hij.

Ook op het Echnaton dachten sommige leerlingen dat alle donkere kinderen weg moeten, zegt De Bruijne. De eerste mentorles na de gemeenteraadsverkiezingen begon hij met een rekensom. Zes op de tien mensen in Almere hebben gestemd. Van hen stemde een op de vijf op de PVV. Hoeveel procent van heel Almere is dat? Twaalf. Is dat zo veel?

Op Al-Iman steekt een jongen met beugel en groene trui zijn hand op. Hij reageert op de vraag van de onderwijzer, of het waar is wat de kranten schrijven over Marokkaanse jongens. „Meester, ik ben het een klein beetje niet met u eens. Er zijn toch ook Marokkanen die het goed doen?”