Werkloos op Sicilië, met dank aan Obama

Het autoconcern Fiat sluit wegens overcapaciteit in Italië fabrieken. De eerste bij Palermo. „Dit is winst voor de maffia.’’

De Siroccowind jaagt over de betonvlakte voor de kust. Golven beuken op olieleidingen in zee. Afval dwarrelt over het verlaten industrieterrein. Hier was veertig jaar geleden een prachtig strand, zegt vakbondsman Roberto Nastro Simone. In de vlakte naar de bergen verbouwde men sinaasappels en artisjokken. Dit had een prachtige toeristische trekpleister kunnen zijn. „Maar er werd anders besloten.”

In 1970 opende Fiat met forse staatssubsidies een autofabriek bij het stadje Termini Imerese, aan de noordkust van Sicilië, vlakbij Palermo. Nu gaat de grootste industriële werkgever op het eiland weg. Omdat de productie niet meer rendabel is, én dankzij Barack Obama, denken ze op Sicilië.

Dat zit zo. Fiat-topman Marchionne besloot met zijn succesvol gesaneerde bedrijf – Fiat wordt wereldwijd bewonderd om zijn zuinige dieselmotoren – op overnamepad te gaan. Hij had een lege kas. Maar hij wist de Amerikaanse president Barack Obama zodanig te verleiden, dat Fiat zonder een euro te investeren het op sterven na dode Chrysler kon overnemen. Fiat kreeg toegang tot royale Amerikaanse staatssubsidies en gunstige leningen die Fiat in Italië niet makkelijk meer los weet te krijgen. Met de Italiaanse techniek en het Amerikaanse geld moet Fiat-Chrysler nu de wereldmarkt veroveren.

Obama heeft als eis gesteld dat de werkgelegenheid in de VS bewaard blijft. Vanaf 2011 zullen in de VS Alfa Romeo’s en later ook Fiats worden gemaakt. Wegens de overname van Chrysler heeft Fiat nu zelf te veel productiecapaciteit. En dat maakt de fabriek op Sicilië, de minst rendabele, overbodig.

De fabriek ligt maandelijks al twee weken stil, zegt vakbondsman Nastro Simone. De arbeiders blijven nu met staatsubsidie thuis. „Per niet gewerkte week krijgen ze 100 euro netto minder dan normaal.’’ Achter de hekken staan de nieuwe Lancia’s Ypsilon in gelid. „Goede auto’s’’, zegt de vakbondsman. De op Sicilië gemaakte Fiats hadden altijd al een goede naam. De arbeiders hier staan hoog aangeschreven.

Veertig jaar geleden had men bedacht dat industrialisatie werk en ontwikkeling naar Zuid-Italië zou brengen. Een hele generatie Sicilianen werd van boer tot industriearbeider omgeschoold. Ze hoefden niet meer met hun kartonnen koffers naar het noorden af te reizen om daar in de Fiatfabrieken hun geluk te zoeken. Fiat zocht hen thuis op.

Al sinds de zomer circuleerden er geruchten over sluiting. Maar toen de jobstijding in december kwam, kwam deze hard aan. Een op Sicilië geproduceerde auto is 1.000 euro duurder dan de elders gemaakte auto’s, zei Fiat-topman Sergio Marchionne. Alle onderdelen moeten vanuit het noorden naar het eiland worden verscheept. Het was goedkoper iedereen tot zijn pensioen door te betalen dan om de fabriek open te houden, zei hij. Het Italiaanse autoconcern zal eind 2011 Sicilië definitief verlaten. Arbeiders van Fiat demonstreerden in Rome en in Palermo. Tienduizenden werknemers van de andere Fiatvestigingen staakten een dag uit solidariteit. Demonstrerende arbeiders drongen door tot op het podium van het populaire liedjesfestival van San Remo. Maar uiteindelijk legden ze het hoofd in de schoot en heerst er gelatenheid.

„Eerst zijn de mensen hier verleid, nu worden ze gedumpt’’, zegt pastoor Francesco Anfuso, die met Nastro Simone de strijd tegen Fiat aanvoerde. „De Sicilianen zijn verleid met een nieuw en modern leven. Ze verlieten hun velden, en hun werkplaatsen en werden industriearbeiders. De velden liggen nu onder het beton van het industrieterrein en de oude ambachten zijn de arbeiders niet meer machtig.’’ Burgemeester Totò Burafato van Termini Imerese beaamt het: „Er wordt ons een zekerheid ontnomen, zonder dat er een andere voor in de plaats komt. De kustlijn was een van de mooiste van Sicilië. Hij is door Fiat verkracht.’’

Pastoor Don Anfuso staat op de trap van het stadhuis met uitzicht op de palmbomen van het plein en zijn barokke kerk: „Gisteren hoorde ik van wat vrouwen dat hun mannen in de VS zijn om hun Amerikaanse collega’s daar te leren hoe ze een Fiat moeten maken.’’ De uitzending naar de VS zal hun laatste klus worden, zo is de vrees in het stadje (27.500 inwoners). Families wenden zich uit wanhoop tot Don Anfuso. „Gezinnen die net een hypotheek hebben afgesloten weten niet hoe ze die straks moeten aflossen”, zegt hij.

Pietro Scaletta (30) werkt nog maar sinds tweeënhalf jaar aan de lopende band voor Fiat. Hij is de laatste arbeider die werd aangenomen. Hij heeft twee kinderen, verdient 850 euro per maand en komt met de gezinstoeslag van de staat tot 1.100 euro. Hij is bezorgd: „Er is geen perspectief. Er is hier niks, de enige mogelijkheid om te werken is Fiat.’’ Voordat hij deze baan had, verkocht hij fruit op straat – zwart. Nu de fabriek al half dicht is, helpt hij een groentehandelaar en krijgt hij wat geld en fruit. Maar zich helemaal onderhouden met de fruithandel is niet meer mogelijk. ,,Ik weet niet wat te doen. Emigreren heeft geen zin. Ik heb al gebeld met mijn familie in het noorden. Daar is ook geen werk meer. Zij willen terugkomen.’’

Na de sluiting in 2011 wacht de arbeiders een paar jaar lang een werkloosheidsuitkering. Er bestaat geen bijstand, zoals in Nederland.

Gino Cosenza (40) werkt al dertien jaar voor Fiat en voelt zich verraden: „We moeten met alle kracht Fiat blijven overtuigen’’, zegt hij tegen de buitenlandse journalist. Zo niet dan verliezen 2.500 arbeiders, van wie bijna de helft in het stadje zelf woont, plus hun families hun inkomsten. Hij zegt het met wanhoop in zijn ogen.

Volgens burgemeester Burafato wordt door de sluiting de jeugd van zijn stadje het toekomstperspectief ontnomen. „Drie van de vier jongeren tussen de 18 en 25 heeft hier geen werk. Onze hoop was altijd dat zij over enkele jaren de plaatsen van de Fiat-arbeiders zouden kunnen innemen die met pensioen gaan. Dat kan nu niet meer.’’

De laatste strohalm voor de Fiatarbeiders is de hoop dat een ander bedrijf de fabriek overneemt. Begin van de maand liet de Italiaanse minster van Industrie en Economische Ontwikkeling weten dat er zestien bedrijven interesse hebben getoond. Maar nog geen enkel voorstel is concreet.

De burgemeester en de vakbondsman zijn sceptisch. „Wij willen eerlijk werk”, zegt Nastro Simone. Maar als dat er niet is, zullen sommigen in de handen van de maffia vallen. Ze zullen zich lenen om het vuile werk voor de georganiseerde criminaliteit op te knappen: bedreigen, drugshandel, afpersen. „Het verlies van Fiat is winst voor de maffia’’, beaamt burgemeester Burafato.