Wat zeg je je kind over Milly?

Kinderen horen over de moord op Milly door haar buurman.

Het is belangrijk om hun een balans tussen vertrouwen en wantrouwen te leren.

Ieder kind heeft buren. Buren die weleens aanbellen. En vrijwel ieder kind weet dat de politie er is om voor veiligheid te zorgen.

Hoe ga je dan als ouder met het verhaal van de 26-jarige Sander V. om? De agent van het korps Rotterdam-Rijnmond heeft bekend dat hij zijn buurmeisje Milly Boele (12) heeft vermoord. Moeten kinderen beschermd blijven tegen dit soort waarheden?

Al zou je dat willen, het kan niet, zegt Doret de Ruyter, hoogleraar pedagogiek aan de VU Amsterdam. Kinderen krijgen op het schoolplein halfvage verhalen te horen. En de fantasie van een kind kan nog gruwelijker zijn dan de waarheid.

Het beste is dus als ouder zelf te vertellen wat er is gebeurd, zegt De Ruyter, dan heb je de regie in handen over wat het kind te horen krijgt. „Het is onmogelijk om details verhuld te laten. Kinderen vanaf een jaar of zes horen dit toch wel via klasgenoten. En daarbij nog eens al die media-aandacht.”

Lotte Stegeman, hoofdredacteur van jongerenkrant 7days en kinderkrant Kidsweek Junior, koos er gisteren voor om het verhaal wel in 7days te zetten, maar niet in Kidsweek Junior. „Toen de Junior gisteren naar de drukker moest, was er geen licht te bekennen aan het einde van de tunnel van dit verhaal. Het is echt alleen maar gruwelijk. Dat boezemt de doelgroep, en vooral kinderen tussen de acht en elf jaar, alleen maar angst in.”

Voor 7days, bedoeld voor jongeren van twaalf tot achttien jaar, was de afweging anders: dit is hét verhaal op het schoolplein. Juist omdat andere kranten alle gruwelijke feiten naar buiten brengen, zegt Stegeman, pakt 7days het anders aan: „We brengen kort de feiten, maar gaan op andere zaken dieper in. Hoe de klasgenoten van Milly met hun verdriet omgaan, bijvoorbeeld. En we laten heel duidelijk zien dat dit een verschrikkelijk incident is, maar ook een heel zeldzame gebeurtenis. Iets waarvoor je niet bang zou moeten zijn dat dit jezelf zou overkomen.”

Om kinderen wel de waarheid te kunnen vertellen, maar hen niet bang te maken, is het cruciaal om het incidentele aspect van deze moord te benadrukken, zegt ook pedagoog Bas Levering. „Het idee dat een bekende buurman én een politieman tot zoiets in staat is, zet alles op zijn kop. Dus kun je niets anders doen dan vertellen dat dit een absolute uitzondering is. Dat de meeste mensen, buren en politiemannen, wél gewoon te vertrouwen zijn.”

Voer verder geen overdreven rituelen uit met de kinderen, zoals bloemen brengen bij het huis van Milly, adviseert Levering: daarmee maak je het te veel je eigen probleem. „Afstand nemen is belangrijk. Dit soort nare zaken gebeuren, maar zie het tegelijk te relativeren.”

Relativeren? De garantie geven dat dit een ander kind níét overkomt, is onmogelijk. „Daarom moet je een kind ook, naast vertrouwen, een gezond wantrouwen aanleren”, zegt Levering. „Kinderen moeten natuurlijk niet blind zijn voor zaken die niet in de haak lijken. Geen snoepjes van vreemden aannemen dus, eenvoudig gezegd.”

Die balans tussen vertrouwen en wantrouwen moet je voor kinderen in één adem noemen, denkt ook hoogleraar pedagogiek Micha de Winter. „Ja, je moet je kinderen wapenen tegen dit soort gekken, op je hoede zijn. Niet met vreemden meegaan. Als ouder moet je ook nog je vijftienjarige pubermeisje hiervoor waarschuwen. Ze ouderwets vertellen dat je nooit in je eentje mee moet gaan met iemand die je niet kent.”

Tegelijk is het nodig om dat te koppelen aan de boodschap dat gelukkig de meeste mensen wél normaal zijn en niet zulke misdaden begaan: „We leven gelukkig nog altijd in een vertrouwensmaatschappij. De angst laten overheersen, is slecht voor de ontwikkeling van een kind.”

Op het Dordtse Insula College overheerste gisteren niet de angst, maar zijn de leerlingen gewoon verdrietig en verbijsterd, vertelt rector Mariet van Goch aan de telefoon. Milly Boele zat op het Stedelijk Dalton Lyceum, maar sommige kinderen van het Insula College zaten bij haar in de klas op de basisschool. Of ze wonen bij haar in de straat. Net als sommige leraren.

Eén leraar vertelde hoe zijn dochter direct riep dat ze de deur nooit meer opendeed voor iemand – zelfs niet voor de collecte. „Ja, er zijn kinderen bang. Maar dan benadrukken we maar dat het om één persoon gaat, één individu die zoiets bizars heeft gedaan.” De angst en ongerustheid zijn bij haar op school nu niet het belangrijkst, zegt Van Goch: „We delen in de eerste plaats ons verdriet om Milly.”