Wadden werelderfgoed, nu ook in Denemarken?

Op het Duitse Sylt praten Nederland, Duitsland en Denemarken over de Waddenzee. Minister Verburg koestert hoop dat de Denen de Wadden op de werelderfgoedlijst willen.

Het eerste succesje is binnen. Demissionair minister Verburg (LNV, CDA) vloog gisteren naar het Duitse Waddeneiland Sylt. Daar vernam ze al na een uur dat Denemarken serieus overweegt om, na Nederland en Duitsland, ook het Deense deel van de Waddenzee aan te melden voor de prestigieuze Werelderfgoedlijst van de Unesco – erkenning van dit waardevolle gebied.

„Hier heb ik hem”, zegt de minister in een hoekje van het congrescentrum op Sylt. Ze haalt een brief tevoorschijn waarin de Deense regering laat weten de oproep van Duitsland en Nederland om ook mee te doen, als een „stimulans” te ervaren. Verburg: „De deur staat op een kier. Dit is een betekenisvolle stap voorwaarts.”

De Deense aansluiting bij het werelderfgoed is een van de vele onderwerpen waarover de drie Waddenlanden het eens proberen te worden op Sylt, een 35 kilometer langgerekt toeristisch eiland, vanouds vooral in trek bij welgestelde vakantiegangers. Eens in de vijf jaar komen de landen bijeen. Gisteren is alvast een nieuwe, algemene verklaring ondertekend over de trilaterale samenwerking voor de Waddenzee. Die verklaring behelst vooral een verbreding van de samenwerking die eind jaren zeventig begon.

Verburg somt de prioriteiten op. Er moet overeenstemming komen over gezamenlijke scheepvaartroutes en over een gezamenlijke strategie om de scheepvaart veiliger te maken, „zodat bijvoorbeeld niet langer containers overboord kunnen slaan”. Overeenstemming over eisen aan de havens aan de Waddenzee om milieuvriendelijk te werken en over de strategie om alle eilanden in 2030 „klimaatneutraal” te laten zijn. Wetenschappers kunnen nog nauwer samenwerken. En er moet meer worden overlegd over misschien wel de grootste bedreiging van de Waddeneilanden; dat ze uiteindelijk zullen wegspoelen door de stijging van de zeespiegel. Nederland wil in de strijd tegen klimaatverandering vanaf 2020 jaarlijks een miljard euro vrijmaken, misschien zouden Duitsland en Denemarken dit voorbeeld moeten volgen.

Lastiger is de kwestie van de Eems-Dollard, het estuariene natuurgebied op de grens van Nederland en Duitsland. De Duitsers zijn dol op de natuur in de Waddenzee, maar ze hebben grote economische belangen met drie havens, en wilden het Duitse deel van het natuurgebied buiten de natuurwetten plaatsen. Het Europese Hof van Justitie dacht daar anders over en nu is het zaak, aldus de Nederlandse delegatie op Sylt, met de Duitsers te komen tot een beheersplan voor de natuur in het estuarium. Verburg: „De uitdaging is met behoud van economische dynamiek een gebied te creëren waar het goed wonen, werken en recreëren is.”

En dan de eilandrijke Denen, voor wie de Waddenzee traditioneel minder belangrijk is dan voor Nederlanders en Duitsers, en die tot nu veel weerstand hebben tegen het aanwijzen van hun deel tot werelderfgoed. Verburg: „In Denemarken heerst de angst dat de Waddenzee daardoor op slot gaat, dat er niets meer mogelijk is, dat je iets door de voordeur binnenhaalt waar je via de achterdeur last van krijgt. Met die angst hadden we in Nederland ook te maken. Maar economie en ecologie blijken goed samen te kunnen gaan.”

Dat Denemarken een draai lijkt te maken, heeft misschien ook te maken met Hamburg, de stad die voor 1,4 procent eigenaar is van de Waddenzee en die lang heeft getwijfeld over lidmaatschap van de werelderfgoedclub. Hamburg besloot toch de procedure in gang te zetten. Zelfs een grote havenstad kan kennelijk bestaan in de nabijheid van een natuurmonument.