Van Mierlo's erfenis heeft toekomst

De ideeën over staatsrechtelijke vernieuwing blijken ook buiten D66 weerklank te vinden. De vorige week overleden Hans van Mierlo maakt het niet meer mee.

Op de dag dat Hans van Mierlo wordt begraven, lijken zijn ideeën over staatsrechtelijke vernieuwing aan een tweede leven begonnen. Zelfs in het CDA, de partij die altijd het felst gekant is tegen hervormingen van de staatsinrichting, krijgen Van Mierlo’s ideeën over institutionele vernieuwing plotseling bijval. Voormalig partijvoorzitter Marnix van Rij schreef dinsdag in deze krant dat „de turbulente politieke gebeurtenissen van de afgelopen tijd” het gelijk van Van Mierlo bewijzen.

Van Rij geeft steun aan wat de ‘kroonjuwelen’ van D66 gingen heten, waaronder de gekozen minister-president en burgemeester, een correctief referendum en de invoering van een districtenstelsel, of ten minste een milde vorm daarvan. Deze bestelwijzigingen zijn nodig omdat het huidige „vermolmde” politieke bestel, zo luidde de analyse van D66’ers als Van Mierlo, te veel politieke partijen baart die na verkiezingen, in gedwongen coalitievorming, te weinig recht kunnen doen aan hun principes en verkiezingsbeloften. Resultaat: tanende geloofwaardigheid van politici en een groeiend wantrouwen onder burgers.

De analyse van Van Mierlo is volgens partijleider van D66 Alexander Pechtold nu nog actueler dan in 1966. Vandaag zal hij bij de begrafenis een opmerking van zijn illustere voorganger memoreren: „D66 is eigenlijk veertig jaar te vroeg opgericht.”

En toch leken de kroonjuwelen in de afgelopen jaren van het politieke toneel verdwenen. In de Eerste Kamer blokkeerden in 1999 en 2005 de senatoren Hans Wiegel (VVD) en Ed van Thijn (PvdA) respectievelijk het correctief referendum en de gekozen burgemeester. Sindsdien kozen D66-politici eieren voor hun geld.

Pechtold, die als laatste minister voor bestuurlijke vernieuwing ook geen noemenswaardige veranderingen wist door te voeren, wordt niet moe te zeggen dat de kroonjuwelen van D66 nog altijd „op voorraad leverbaar” zijn, om daar steevast aan toe te voegen: „Maar ze staan niet meer in de etalage”. En dat terwijl geesten buiten de partij nu juist rijp lijken voor de plannen van Van Mierlo. Naast CDA’er Van Rij liet ook VVD-coryfee Hans Hoogervorst, voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten, van zich horen via de opiniepagina van deze krant. De voormalige minister pleit voor het invoeren van een kiesdrempel, waardoor het aantal partijen vermindert en de mogelijkheid tot het vormen van een stabiele coalitie wordt vergroot.

Vervolg Van Mierlo: pagina 6

D66 twijfelt aan plotse steun

Twee weken eerder verscheen een alarmerend rapport van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB), onder leiding van PvdA’er en oud-minister Jacques Wallage. Om het vertrouwen van de burger in de politiek te herstellen meent de ROB dat burgers hun burgemeester rechtstreeks moeten kunnen kiezen, dat een wijziging van het kiesstelsel burgers meer invloed moet geven op de keuze van hun leider en dat bestuurders bij grote plannen tussentijds referenda moeten uitschrijven. „Niets doen is geen optie”, aldus de Raad.

Binnen D66 wordt met gemengde gevoelens gereageerd op de bijval van oud-politici als Hoogervorst, Van Rij en Wallage. „Ze willen met terugwerkende kracht staatsman zijn”, zegt Pechtold. „Dat is een bekend fenomeen. Maar het gaat er natuurlijk om dat actieve politici bereid blijken op de momenten dat het er toe doet, maatregelen te nemen die de invloed van burgers vergroten en de machtspositie van de eigen partij aantasten.”

Vooral van CDA’ers wordt weinig verwacht. Hans Engels, staatsrechtgeleerde aan de Universiteit van Groningen en D66-senator, heeft ze meegemaakt bij de Nationale Conventie, een gezelschap van staatsrechtgeleerden, historici en politicologen dat zich in 2006 boog over de gebreken in de Nederlandse democratie. „Zo iemand als Jan Schinkelshoek – huidig Tweede Kamerlid voor het CDA – weet het allemaal heel chic te verwoorden, dat de representatieve functie van het parlement zo prachtig is, maar in feite zegt hij gewoon: niets mag anders, want wij, het CDA, varen wel bij de status quo.”

En daarom zal het voorlopig wel blijven bij het bewijzen van lippendienst aan de idealen van Van Mierlo, denkt ook Jan Vis, staatsrechtdeskundige en voormalig senator namens D66. Hij meent dat het eerst „nog veel erger moet worden” voor de gevestigde orde bereid zal zijn macht uit handen te geven. Pechtold ziet dat ook zo: „In een cynische bui denkt ik wel eens: alleen een catastrofe kan genoeg mensen de ogen openen. Echte veranderingen komen met oorlogen, epidemieën of revoluties.”

Maar terwijl dit inzicht Pechtold teneerslaat, biedt ze Vis hoop: „Na de verkiezingen krijgen we door de versplintering een vier-of vijfpartijenkabinet dat op zijn hoogst een jaar standhoudt.” Omdat burgers niet meer gezagsgetrouw terugkeren naar de oude partijen uit de tijd van de verzuiling, zal dit daarna niet anders zijn. Mooi, zegt Vis, want „is de situatie eenmaal rampzalig, dan zullen mensen teruggrijpen op de ideeën zoals Van Mierlo die heeft ontvouwen.”

Politicoloog André Krouwel (Vrije Universiteit) onderzoekt de veranderende rol van politieke partijen in Europese democratieën. Hij deelt de analyse van Pechtold en Vis dat het nog erger moet worden, voor het beter zal gaan. Voordat het tot echte hervormingen komt, zegt hij, zal het Nederlandse partijenstelsel moeten imploderen. „Zoals in Italië is gebeurd, waar vele kleine splinterpartijen nu lijken op te gaan in één groot rechts en één groot links blok.”

Het zal niet lang meer duren, voorziet Krouwel. De snel opkomende, massale steun voor anti-establishmentpolitici als Pim Fortuyn en Geert Wilders noemt hij „een wanhoopskreet van het electoraat.”

De populariteit van Wilders leidt niet bij iedereen tot deze conclusie, zo ziet D66’er Engels. „Tragisch genoeg, maakt het sommigen zelfs nog angstiger voor meer directe vormen van de democratie. Terwijl het andersom zou moeten zijn. Hierin volg ik Van Mierlo volledig: maak de invloed van burgers groter en je zult zien dat dat ze zich ook verantwoordelijker zullen gedragen. Ook in het stemhokje.”