't Kan verkeren

Dat ik uitgerekend uit een Engelse krant moest vernemen dat Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, onlangs een „zeer belangrijke” rede had gehouden, een rede die niet probeerde de problemen van de Europese Unie te „verbergen achter een masker van weinig overtuigend optimisme”, maar „echt de diepte inging”.

En om dit te bewijzen haalde de Brusselse correspondent van de Financial Times deze passage aan: „Hoe meer de EU te maken krijgt met buitenlandse zaken, des te zekerder is het dat bepaalde verschillen tussen de lidstaten naar boven zullen komen. Geschiedenis en geografie spelen een belangrijke rol in de buitenlandse politiek. Zulke verschillen zijn reëel en gaan niet zo maar weg.”

Twee gewaarwordingen kreeg ik toen ik die woorden las. Hoon was mijn deel – zelfs van een exact denker als Jelle Zijlstra – wanneer ik vroeger precies hetzelfde zei. Anti-Europeaan werd ik genoemd, terwijl ik slechts euroscepticus was. Op z’n best kreeg ik een medelijdend lachje mee, omdat ik het licht nog niet gezien had. En nu zegt de voorzitter van de Europese Raad dit! Het kan verkeren.

De andere gewaarwording was deze: ik meende in de aangehaalde passage de hand te herkennen van Luuk van Middelaar, die een van Van Rompuys medewerkers was geworden, nadat vorig jaar zijn hoogst originele en belangrijke boek De passage naar Europa was verschenen. Van Middelaar schreef ook ruim een jaar een column op deze pagina.

Om dat te verifiëren vroeg ik de volledige tekst van de rede op. Die bleek Van Rompuy op 25 februari te hebben gehouden voor het Europacollege te Brugge, de kweekschool voor echte Europeanen, opgericht door de Nederlander Hendrik Brugmans. Zouden de oren van zijn toehoorders hebben getuit, zoals ze getuit hadden toen Margaret Thatcher in 1988 op dezelfde plaats een rede hield die veel ophef maakte?

Blijkbaar niet, want nergens in de binnen- en buitenlandse pers, anders dan in de FT, heb ik enige verwijzing naar Van Rompuys rede gevonden. Zijn de mensen zó murw geslagen door de wederwaardigheden van de afgelopen 22 jaar? Het Franse en Nederlandse neen van 2005 tegen de Europese ‘grondwet’ wijst daar op. Van Rompuy begint tenminste met beide voeten op de grond. Het Europa van vandaag is een ander Europa dan dat van 1950 of zelfs van 1988.

Maar waarin verraadt zich Van Middelaars hand in die rede, behalve in Van Rompuys stelling dat het opbouwen van één Europese markt wezenlijk anders is dan het vormen van een Europese politieke eenheid, zoals Van Middelaar ook in zijn boek en columns voortdurend had betoogd? De goede lezer ontdekt ook andere aanwijzingen.

Zo vergelijkt Van Rompuy op een goed ogenblik de Europese Unie, wat haar buitenlandse politiek betreft, met een konvooi: „een konvooi van 27 schepen dat zijn weg door de geopolitieke golven moet vinden – ieder onder eigen vlag én die van de EU”. Waar was ik die vergelijking eerder tegengekomen? In een column van Van Middelaar in deze krant op 16 november van vorig jaar.

Daarin schreef hij: „Men kan de lidstaten van de EU [...] vergelijken met een konvooi van 27 schepen dat zijn weg zoekt op de geopolitieke baren. Je ziet de 27 schepen voor je, alle met een nationale én een Europese vlag in top. Je voelt hoe ze soms door de wind uiteen worden geblazen, soms dezelfde koers inslaan.

„Je beseft dat er een verschil is tussen grote en kleine boten, tussen schepen aan de binnen- of de buitenzijde van het konvooi en hun gevoeligheid voor de wind. En wat je niet ziet, maar wat de 27 nationale kapiteins annex regeringen heel goed weten, is dat hun schepen onder water economisch en monetair stevig met elkaar verbonden zijn.”

Van Middelaar schrijft erbij dat hij dit beeld ontleent aan een toespraak die E.P. Wellenstein, Europeaan van het eerste uur, op 8 oktober 2009 hield op een symposium ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag. En inderdaad, daar zei Wellenstein: „Wij navigeren al decennia in konvooi. Dan is het ook zaak om dat zonder mitsen en maren aan het electoraat uit te leggen en onze internationale inspanningen op het op het wél-varen van ons konvooi te richten.”

Daarmee lijkt Van Rompuy begonnen te zijn.

Wellenstein begon zijn toespraak met een citaat uit Shakespeares Julius Caesar: „There is atide in the affairs of men.” En hij voegde daaraan toe: „Wij leven te midden van historische stromingen. Inzicht in die getijden is een voorwaarde voor succesvol buitenlands beleid; navigatie op de politieke wereldzee vergt soms een ingrijpende verlegging van de koers.”

En ook het citaat uit Shakespeare vinden wij in Van Rompuys Brugse rede terug. Is het te ver gezocht om ook hier Van Middelaars hand te vinden – nu als middelaar tussen een overlevende uit Europa’s beginjaren en de voorzitter van zestig jaar later? Maar uit het citaat blijkt dat het konvooi ook kan stranden. Volledig luidt het:

„There is a tide in the affairs of men,/ which, taken at the flood, leads on to fortune; /omitted, all the voyage of their life/is bound in shallows and in miseries.” (In de vertaling vandr. L. A. J. Burgersdijk: „In mensenzaken is er eb en vloed; /bedien u van de vloed, gij hebtgeluk; / verzuim die, en de grote levensvaart / wordt eng en hach’lijk, banken, noden dreigen.”)

Hoop dus, vergezeld van de waarschuwing: ’t kan altijd verkeren.

Wilt u reageren? U kunt de auteur mailen via dezerdagen@nrc.nl of online reageren via nrc.nl/heldring