Ruzie met Israël is gevaarlijk

Een diplomatiek conflict met Israël is in de VS riskante binnenlandse politiek.

President Obama ontdekt nu hoe krap zijn politieke speelruimte op dit punt is.

Het was „ongehoord” en „schokkend deloyaal”, zegt Steven Clemons. Hij vertelt dat een oud-medewerker van Donald Rumsfeld, David Schenker, nu werkzaam voor de Israël-lobby, dinsdag tijdens een debat over het Midden-Oosten zei dat er „een verband is tussen de verslechterde Amerikaans-Israëlische betrekkingen en de vraag of de hervorming van het zorgstelsel doorgaat”.

Daarmee suggereerde hij dat Congresleden hun steun aan het zorgplan van Barack Obama zouden opgeven – de beslissende stemming wordt eind deze week verwacht – om de regering te straffen voor de verslechterde relatie met Israël.

Clemons, buitenlandspecialist van de gematigde New America Foundation en auteur van The Washington Note, een van de best gelezen blogs over buitenlandse politiek in de Amerikaanse hoofdstad, was ontdaan. „Dit is iets wat mensen achter de schermen zeggen. En misschien werkt het daar ook zo”, zegt Clemons. „Maar als mensen dit openlijk uitspreken is het wel heel erg mis in de relatie.”

Het voorvalletje typeert het ongemak in Washington over de opgelopen spanning met Israël. Minister van Buitenlandse Zaken Clinton en Obama’s strateeg Axelrod uitten in het weekeinde hun woede en frustratie, omdat Israël tijdens een bezoek van vicepresident Biden vorige week de bouw van 1.600 appartementen in bezet Oost-Jeruzalem aankondigde. Terwijl de VS de Palestijnen net hadden overgehaald tot indirecte vredesbesprekingen. Dinsdag stelde speciaal afgezant George Mitchell zijn geplande vertrek naar Israël uit.

Maar ruzie met Israël is riskante binnenlandse politiek in de VS. Een Amerikaanse politicus die zijn vriendschap met Israël niet koestert houdt het zelden lang vol. En de Israël-lobby staat altijd klaar dit onder de aandacht te brengen. Dinsdag bleek dat weer. Republikeinen klaagden over „beschadigende” uitspraken over Israël. Gematigde Democraten bekritiseerden de eigen regering, en Clinton matigde haar toon.

Het laat zien hoe beperkt de speelruimte van de regering-Obama is. Ruimte die later dit jaar kleiner wordt als Democraten naar verwachting de Congresverkiezingen verliezen. Tegelijk vragen sympathisanten van Obama’s beleid, zoals Clemons, zich af wat de regering denkt te bereiken. „Woede is in het algemeen geen effectieve diplomatieke strategie.”

Obama gaf Israël vorig jaar volgens Clemons de ruimte die het nu neemt. In een strategie die Obama persoonlijk uitdokterde met zijn (Joodse) stafchef Rahm Emanuel, eiste de regering snel na haar aantreden dat Israël de bouw in nederzettingen stopzette. Israël sloeg de eis in de wind – en Obama liet het op zijn beloop. „Israël heeft Obama’s optreden geïnterpreteerd als teken van zwakte.”

Volgende week, als de Israël-lobby zijn jaarlijkse bijeenkomst houdt, moet volgens hem blijken wat de woede van de Amerikaanse regering voorstelt. De Israëlische premier Netanyahu en Hillary Clinton spreken allebei. „Als zij dan niet met een nieuwe strategie komt, als het opnieuw blijft bij de bekende vrijblijvende uitspraken, dan weten we dat dit hele verhaal op niets uitloopt.”

Intussen zou het wel kunnen, zegt Clemons, dat de Israël-lobby zijn hand in de VS aan het overspelen is. De belangrijkste organisatie van de lobby, AIPAC, legde dit weekeinde de schuld van de recente problemen bij de regering-Obama. Daar kwam veel kritiek op. Een „minachtende” reactie, zegt Clemons. Vergelijkbaar met de uitspraken van Schenker deze week. „Als je openlijk aangeeft dat je invloed denkt te hebben op het zorgdebat, creëer je ook argwaan.”

AIPAC is verreweg de rijkste en invloedrijkste pro-Israëlische lobbygroep in de VS, nauw verwant met de Israëlische regeringspartij Likud. Terwijl de Joodse gemeenschap in Amerika in 2008 in ruime meerderheid voor Obama stemde. Sinds kort bestaat ook J Street, een gematigde Joodse lobbygroep „die minder geld en macht heeft maar wel het monopolie van AIPAC heeft doorbroken’’, zegt Clemons.

Het neemt niet weg dat de Israël-lobby zijn invloed blijft aanwenden, zoals blijkt uit het verhaal van Donna Edwards. Een getalenteerde Afro-Amerikaanse opbouwwerker uit Maryland die in 2008 voor de Democraten in het Congres kwam. Sinds zij vorig jaar steun onthield aan een motie waarin het Israëlische recht op zelfverdediging werd bevestigd, is haar politieke carrière in gevaar.

Diverse Joodse organisaties spraken onmiddellijk hun ongenoegen uit. En zoals in het verleden vaker voorkwam met politici zoals zij, wacht haar later dit jaar een tegenkandidaat in de voorverkiezingen: haar opponent, Herman Taylor, verklaarde vorig jaar al in de nieuwssite Politico dat hij „veel vrienden in de Joodse gemeenschap heeft”.

Zo moet Edwards onverwachts alle zeilen bijzetten om haar zetel te behouden. „Erg onverdiend”, zegt activist en supporter Art Brodsky. Hij belegt dit weekeinde een donorbijeenkomst voor haar. Hij is Joods. AIPAC maakt het meeste geluid, zegt hij, AIPAC heeft het meeste geld. „Maar ze spreken niet namens mij. Ze spreken maar voor een klein deel van de Joodse gemeenschap.”

Lees een verhaal uit NRC Handelsblad uit 2006 over de Israël-lobby: nrcnext.nl/links