Ook misbruik op blindeninternaat

In blindeninstituut Sint Henricus in Grave zijn in de jaren zestig blinde en slechtziende kinderen langdurig seksueel misbruikt door zes Fraters van Tilburg.

Het misbruik was intern bekend, zeggen betrokken leerlingen, maar ging de doofpot in. Met een melding in 1985 van een oud-leerling deed de orde niets.

Dat blijkt uit het onderzoek van NRC Handelsblad en de Wereldomroep naar misbruik in katholieke internaten, seminaries en scholen, nadat slachtoffers zich, na eerdere publicaties, hadden gemeld.

Jan Koppens, hoogste bestuurder van de Fraters van Tilburg, noemt het misbruik „misdadig”. Het blindeninstituut voor jongens stond tot in de jaren 80 onder leiding van de fraters. Sint Henricus is het derde internaat waarover in korte tijd gedocumenteerde beschuldigingen worden geuit. Eerder kwamen Huize Don Rua in ’s-Heerenberg en pensionaat Eikenburg in Eindhoven in opspraak.

Dit keer getuigen vier oud-leerlingen van Sint Henricus, die er vanaf 1962 verbleven. Onafhankelijk van elkaar zeggen ze vanaf hun zesde jaar regelmatig seksueel misbruikt te zijn door de fraters.

„Het gebeurde enkele keren per week in de klas – de andere kinderen konden het toch niet zien – of in een opslaghok”, zegt Peter Dijcks (54), beleidsmedewerker bij het ministerie van Sociale Zaken. Het misbruik ging bij hem drie jaar door. Oud-leerling Theo Carpentier (54) meldt „herhaaldelijk” te zijn lastiggevallen. Peter Verhoeven (53), nu IT’er bij Océ in Venlo, overkwam het wekelijks, ook jarenlang. Een vierde – die niet met naam in de krant wil – werd vier jaar seksueel misbruikt.

De leerlingen noemen vijf fraters die zich aan hen vergrepen. Verschillende andere fraters mishandelden de kinderen. Dit was bekend bij de orde, maar die gaf er geen ruchtbaarheid aan.

Vervolg Misbruik: pagina 2

Overste Fraters wacht onderzoek af

Ouders en autoriteiten werden niet geïnformeerd. Wel werd een frater overgeplaatst naar een school in Suriname.

Dijcks keerde in 1985 terug naar het instituut om zijn verhaal te doen. „Ik kreeg de bevestiging dat men het al die tijd geweten had”, zegt hij. „En niet alleen van die ene frater, ook van anderen. Men was echter niet van plan er iets mee te doen. Ik moest de zaak maar laten rusten. Een aanbod om mijn jarenlange therapie te betalen, deden ze niet. Ik had, en heb, het er moeilijk mee. Ik weet nog hoe eenzaam en verlaten ik me voelde.”

Verhoeven voelde zich hulpeloos. „We mochten maar vier keer per jaar naar huis; waren dag en nacht overgeleverd aan de fraters. Zoals frater D., die tegen mij aan ‘reed’. Of frater R. die me bij zich in bed nam, frater Y. die de bijnaam ‘lullengraaier’ had en frater F. die geen grens kende tussen genegenheid en seksueel misbruik.”

De komst van leken in het instituut, eind jaren zestig, was een omslag. Verhoeven: „Toen nam de druk van de fraters af.”

De betrokken fraters zijn overleden, bevestigt de orde. Provinciaal overste Koppens (76) verwerpt het misbruik van blinde kinderen krachtig. Hij wil niet ingaan op het beleid in die dagen. „Wij staan open voor persoonlijke gesprekken met de slachtoffers. Maar we reageren niet naar buiten toe, in afwachting van de resultaten van het extern onderzoek naar het misbruik binnen de Kerk.”

De orde van de Fraters van Tilburg bestaat sinds 1844 en houdt zich wereldwijd bezig met onderwijs en opvoeding. De fraters trokken zich in de jaren tachtig terug uit het blindeninstituut.

Ook in hun andere instellingen heersten wantoestanden in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Deze krant registreerde afgelopen weken 23 meldingen van mishandeling en seksueel misbruik in internaten van de fraters.

Reacties: misbruik@nrc.nl

Lees achtergronden op nrc.nl/misbruik-kerk