Onderwijs gaat bij Zimbabweaan voor alles

Het onderwijs in Zimbabwe was het beste van Afrika, maar raakte in verval. Nu komt het weer tot leven. „Mugabe heeft nog steeds een zwak voor onderwijs.”

Robert Mugabe bracht Zimbabwe het beste onderwijs van Afrika. Voordat hij het kapotmaakte.

Meneer Jeke, het 59-jarige plaatsvervangend schoolhoofd van Seke 1 High School in de grote zwarte woonwijk Chitungwiza in de hoofdstad Harare, is een product van Mugabes in de jaren tachtig wereldwijd geprezen onderwijsbeleid. Ondanks alle politieke en economische stormen die Zimbabwe de laatste jaren troffen, probeerde meneer Jeke de school open te houden. Desnoods zonder schoolboeken, desnoods zonder pennen en schriften. „Kinderen hebben recht op goed onderwijs”, zegt hij in een donker kantoortje voorin het schoolgebouw. „Daarom proberen we een minimum aan discipline te handhaven. Maar gemakkelijk is het niet.”

Van de 83 docenten die hij nodig heeft, vertrokken er in de laatste twee jaar 36 naar buurland Zuid-Afrika. „Ik begrijp dat wel”, zegt meneer Jeke vanachter zijn bureau vol paperassen. „Ze kunnen daar veel meer verdienen.” Alle ambtenaren, dus ook leraren, krijgen van de regering van nationale eenheid 155 dollar (112 euro) per maand. „Dat is op als de telefoon- en elektriciteitsrekening betaald zijn.”

Op sommige overheidsscholen betalen ouders de leraren extra geld om ze voor de klas te houden. Of dat op Seke High ook zo is, laat meneer Jeke in het midden. Maar die ouders, zegt hij, zijn evengoed het product van ‘de grote onderwijzer’, zoals Mugabe in de jaren tachtig wel genoemd werd: goed onderwijs is voor hen een eerste levensbehoefte. Trots toont hij de laatste examenresultaten. „Kijk hier, van de 77 middelbare scholen in Harare zijn we nummer 19.”

2008, dat was in Zimbabwe het ‘rampjaar’, het jaar waarin het land bijna volledig tot stilstand kwam. Rondom de zwaar bevochten presidents- en parlementsverkiezingen was er veel geweld. Een cholera-epidemie kostte duizenden levens en de Zimbabweaanse dollar werd ieder uur minder waard. Voor leraren was het lucratiever om de straat te vegen of auto’s te bewaken, dan om voor de klas te staan. Achtduizend scholen lagen plat. „Bijna het hele jaar zijn we dicht geweest”, erkent ook Jeke. „We konden niet anders.”

Zelfs hij heeft toen even overwogen om de oversteek naar Zuid-Afrika te maken. Met bedrukt gezicht vertelt hij erover. „Ik had alle papieren al rond. Maar mijn familie wist me hier te houden.”

Zo’n twintigduizend leraren gingen wel. Over de precieze aantallen zijn vakbonden en de overheid het niet eens, maar na een door de overgangsregering aangekondigde amnestieregeling zijn in het afgelopen jaar veel docenten teruggekeerd. Hoe laag hun salaris ook mag zijn, dankzij de harde dollars en een smeekbede van premier Morgan Tsvangirai staan ze nu weer voor de klas. Sommige leraren werken in de weekenden en ’s avonds om de in 2008 opgelopen achterstanden in te halen.

Onderwijs en gezondheidszorg voor de zwarte bevolking van Zimbabwe waren Mugabes twee prioriteiten toen hij na een bloedige oorlog in Zimbabwe aan de macht kwam. Zelf had hij degelijk missieonderwijs gevolgd en als politieke gevangene behaalde hij de ene na de andere universiteitsgraad. In 1980, bij zijn aantreden, volgde 5 procent van de zwarte kinderen lager onderwijs, in 1993 was dat 95 procent. Nergens in zwart Afrika kunnen zo veel mensen lezen en schrijven.

„Maar in de jaren negentig ging het mis”, zegt Fay Chung, die in Mugabes eerste jaren minister van Onderwijs was. Door de zogenaamde Structurele Aanpassingsprogramma’s van het IMF moest Zimbabwe ouders schoolgeld gaan vragen. „En terwijl de bevolking en de economie groeiden, bleef het onderwijsbudget gelijk”, zegt ze.

Er speelde ook nog iets anders. Met het goede onderwijs „creëerde Mugabe zijn eigen oppositie”, glimlacht Chung in het duister van een hotelbar in Harare. „Mensen lazen de krant, ze leerden kritisch denken. Dat was natuurlijk niet de bedoeling.” In 2000 verloor Mugabe een referendum over een nieuwe grondwet. „De partij gaf leraren de schuld voor de steun van jongeren aan de oppositie”, zegt Chung. „Onderwijs kwam zo in een slecht daglicht te staan. Maar het systeem overleefde omdat de ouders het steunden.”

Toen vorig jaar David Coltart, een voormalige oppositiepoliticus, minister van Onderwijs werd trof hij op het departement „een totale chaos”. Er was geen water, de toiletten waren verstopt en veel ambtenaren zaten thuis. Voortvarend probeert Coltart nu de machinerie weer aan de praat te krijgen. Dat lukt redelijk, zegt hij, omdat in het kabinet van nationale eenheid onderwijs een van de weinige beleidsterreinen is waarover overeenstemming bestaat.

„Mugabe heeft nog steeds een zwakke plek voor onderwijs”, zegt Coltart. „Ik ben het op veel punten fundamenteel met hem oneens, maar ik denk dat hij ziet dat ik voor het onderwijs de juiste dingen doe.” Financiering blijft echter een probleem. „Geld voor hogere salarissen is er gewoon niet.”

Als bij Seke High in Chitungwiza de middagpauze voorbij is, maakt meneer Jeke een ronde langs de klaslokalen. Overal zitten groepjes kinderen, keurig in uniform, in boeken en schriften gedoken. Hij toont een klas voor kinderen met leerproblemen en hij laat het lab zien waar natuurkundelessen worden gegeven. „De atmosfeer was atmosferisch”, staat er in schoonschrift op een schoolbord.

Is dat misschien van toepassing op Zimbabwe? „Het is moeilijk in het onderwijs door te gaan als je zo weinig verdient”, zegt meneer Jeke onverstoorbaar. „Maar deze school moet gewoon een van de beste van de stad blijven.”

Dit is het laatste deel van een drieluik over Zimbabwe. Abonnees kunnen alle drie de delen teruglezen op nrc.nl/buitenland