Ombudsman Brenninkmeijer: overheid moet leren relativeren

De overheid, schrijft Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer in zijn jaarverslag, laat zich te vaak verleiden door incidenten. Ze moet leren relativeren en deëscaleren.

Die boodschap is opvallend, omdat Brenninkmeijer de afgelopen jaren zelf onderwerp was van een conflict met de overheid. In de Max van der Stoellezing had de ombudsman, een Hoog College van Staat, eind vorig jaar vraagtekens geplaatst bij het politieoptreden bij de rellen in Hoek van Holland. Niemand minder dan toenmalig vicepremier Wouter Bos (PvdA) noemde zijn optreden „onverantwoord en ongepast”. Brenninkmeijer, die als Nationale Ombudsman burgers beschermt tegen onbehoorlijk overheidsoptreden, verweet op zijn beurt het kabinet verhoudingen nodeloos op scherp te zetten. Hij ergerde zich aan het feit dat het kabinet reageerde op mediaberichten en geen wederhoor had gepleegd. Oftewel: de ombudsman voelde zich onbehoorlijk behandeld.

Het was niet de eerste keer dat Brenninkmeijer onder vuur van de politiek kwam te liggen. Eerder botste hij met premier Balkenende (CDA), minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie). Hoewel het kabinet en Brenninkmeijer zich na het conflict haastten te benadrukken dat zij de strijdbijl hadden begraven, lijkt het alsof de Nationale Ombudsman er in zijn jaarverslag nog één keer op wil terugkomen. Een behoorlijke overheid, schrijft Brenninkmeijer, moet „kwesties niet op de spits drijven, niet op de persoon spelen en durven relativeren”. „De overheid heeft op dat gebied nog te leren.” De vraag is nu of het demissionaire kabinet deëscalerend zal reageren op het jaarverslag, dat heel toepasselijk Voorbij het conflict heet.