OM eist vrijspraak in de zaak-Lucia de B.

De Haagse verpleegkundige Lucia de B. moet worden vrijgesproken. Dat heeft het Openbaar Ministerie gisteren geëist. Als het hof in Arnhem vonnist conform de eis, zal de zaak-Lucia de B. de geschiedenis ingaan als een van de grootste gerechtelijke dwalingen ooit.

Lucia de B. (46) kreeg in 2004 in hoger beroep levenslang voor zeven moorden en drie pogingen tot moord. Ze bracht ruim zes jaar door in de cel. In 2008 besloot de Hoge Raad dat haar zaak moest worden herzien.

Advocaat-generaal J.W. Rijkers stelde dat een natuurlijke dood van de patiënten die De B. volgens eerdere vonnissen zou hebben vermoord „niet meer kan worden uitgesloten”. Dit zou uit nieuwe deskundigenrapporten blijken van onder meer hoogleraar klinische toxicologie Jan Meulenbelt, die ter zitting ook als getuige-deskundige werd gehoord.

Rijkers lijkt enig begrip te vragen voor de rechters die De B. eerder tot levenslang veroordeelden. Hij schetst het dilemma van de rechtspraak, die altijd tot een uitspraak moet komen, ook als rechters hun kennis moeten baseren op „waarnemingen en constateringen die zich niet met een wiskundige zekerheid kunnen presenteren”. Vervolgens ontzenuwt Rijkers in zijn requisitoir echter systematisch de bewijsredenering van het Haagse gerechtshof, dat in 2004 de zaak in hoger beroep behandelde.

Het hof gebruikte het bewijs voor twee veronderstelde moorden als zogeheten schakelbewijs: als De B. deze patiënten had gedood, zou ze ook wel verantwoordelijk zijn voor de rest. Rijkers noemt dit een „bijzondere bewijsconstructie”.

Een grote rol speelde volgens Rijkers ook een aantekening in het dagboek van De B. op de dag dat een oudere patiënt was overleden. De B. noteerde dat ze die dag „weer had toegegeven” aan haar „compulsie”. Volgens het OM en rechtbank ging het daarbij om de drang tot doden. Het Haagse hof zag hierin haar motief. De B. hield vol dat het ging om het leggen van tarotkaarten.

Rijkers ging aan de hand van nieuwe deskundigenrapportages uitvoerig in op de twee gevallen van „moord” die de grondslag van de veroordeling vormden. Inmiddels staat volgens hem vast dat andere oorzaken dan menselijk handelen niet kunnen worden uitgesloten. Het Haagse hof sloot die wel uit.

Uitspraak volgt op 14 april.