Meer mogelijk maken met minder

Bij Sociale Zaken gaat het meeste geld om, dus daar is veel te halen als er moet worden bezuinigd. Maar hoeveel verantwoordelijkheid voor zwakkeren kan de staat uit handen geven?

Gaat het mes in de verzorgingsstaat? Of worden de besparingen aangegrepen om de sociale zekerheid te verbeteren en passend te maken voor de moderne arbeidsmarkt? Demissionair minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) zoekt in zijn jongste brief over de arbeidsmarkt met de titel ‘Op weg naar herstel’, die hij vorige week naar de Tweede Kamer stuurde, een andere balans tussen flexibiliteit en sociale zekerheid.

Voor Jetta Klijnsma, oud-staatssecretaris (PvdA), is het de kunst maatregelen te presenteren om kwetsbare groepen die nu een uitkering krijgen, aan enige vorm van werk te helpen. Als een deel van die 600.000 mensen het minimumloon zou verdienen, met of zonder subsidie van een uitkering, is een wereld gewonnen en wordt ook bespaard.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is met een budget van ruim 77 miljard euro (inclusief sociale premies) het ministerie waar het meeste geld omgaat. Aan bezuinigen valt niet te ontkomen. Maar de werkgroepen die voor 1 april ruim 6 miljard aan besparingen gevonden moeten hebben, is door de minister uitdrukkelijk gevraagd deze te verbinden met langetermijnmaatregelen.

De arbeidsmarkt van de toekomst vraagt om een andere inrichting van de sociale zekerheid. Het huidige wringt. Zo vallen zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) buiten collectieve regelingen voor arbeidsongeschiktheid en pensioenvoorzieningen. Een flexibele werknemer zonder vast contract hoeft om scholing niet bij zijn werkgever aan te kloppen. Een oudere werknemer die wordt ontslagen, is vrijwel kansloos als hij dingt naar een vaste baan.

De afgelopen twintig jaar is het nodige gebeurd om het Nederlandse sociale model leniger te maken. De regelingen voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en bijstand zijn aangepast, waardoor veel meer mensen zijn gaan werken. Ook is er meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt gekomen. „De sociale zekerheid is niet meer het kernprobleem van Nederland zoals in de jaren tachtig”, stelde Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau, gisteren vast.

Maar de moderne arbeidsmarkt vraagt wel om een nieuwe balans tussen flexibiliteit en sociale zekerheid, tussen bescherming van werknemers met en zonder vast arbeidscontrast. De arbeidsmarkt van de toekomst vraagt ook om een grotere beroepsbevolking. De babyboomers gaan met pensioen en na de crisis zullen opnieuw grote tekorten aan vakmensen ontstaan (zorg, onderwijs, techniek).

Daarom moet in het beleid meer nadruk worden gelegd op voorzorg in plaats van nazorg, stelt de Tilburgse arbeidsmarktdeskundige Ton Wilthagen. Scholing en verbetering van vaardigheden zijn nodig, opdat werknemers gemakkelijker elders aan de slag kunnen. Vergroting van de inzetbaarheid, noemt Donner dat.

„Zolang niets wordt ontwikkeld om die voorzorg concreet te maken, moet je erg oppassen met het snijden in de sociale zekerheid”, waarschuwt Wilthagen. Anders wordt al snel het hart van de sociale zekerheid geraakt.

De twee werkgroepen die de begroting van Sociale Zaken tegen het licht houden, proberen besparingen hand in hand te laten gaan met verbeteringen van het stelsel. De ene werkgroep (Werkloosheid) werkt aan voorstellen om de duur van de werkloosheidsuitkeringen te verkorten, de uitgaven aan reïntegratie te verminderen en het geld daarvoor doelmatiger te gebruiken. De andere werkgroep (Op afstand van de arbeidsmarkt) onderzoekt hoe een deel van de kwetsbare groepen die op een bijzondere uitkering zijn aangewezen, aan het werk is te krijgen. Duidelijk is al dat de drempels voor jonge gehandicapten om een Wajong-uitkering te krijgen sterk verhoogd worden, aangezien deze groep snel groter wordt sinds ook jongeren met psychische problemen voor de uitkering in aanmerking komen. In totaal is met uitkeringen aan kwetsbare groepen (Wajong, bijstand, sociale werkvoorziening, arbeidsongeschiktheid) 19,5 miljard euro gemoeid.

Versobering en bevordering van eigen verantwoordelijkheid is de opdracht waarmee de werkgroepen op pad zijn gestuurd. Alleen, hoe sober kunnen regelingen worden van werklozen die nergens worden aangenomen? Een deel van deze mensen zal niet altijd zelf een minimumloon bij een normale werkgever kunnen verdienen, zegt Klijnsma. Hoe ver reikt de eigen verantwoordelijkheid van een jonge man die als gevolg van zijn verstandelijke handicap bij geen bedrijf wordt aangenomen?

„Het geld voor reïntegratie van werklozen kan in ieder geval gerichter en selectiever worden ingezet”, meent Eddy van Hijum, Tweede Kamerlid voor het CDA. Wat laat je aan de staat over en wat aan de honderden particuliere reïntegratiebedrijven? Er heeft volgens Van Hijum de afgelopen jaren een „sluipende nationalisatie” plaatsgevonden van de reïntegratie, waarbij de uitkeringsinstelling UWV veel naar zich toe heeft getrokken. Dat was volgens de CDA’er nooit de bedoeling.

De Tweede Kamer heeft al langer kritiek op het reïntegratiebeleid, omdat er naar verhouding veel geld mee gemoeid is en de resultaten matig zijn. De PvdA heeft meer moeite met al te grote efficiencyoperaties bij reïntegratie. „Sociaal bezuinigen staat voorop”, zegt Kamerlid Roos Vermeij. Als ministeries de slag kunnen maken naar een „cultuur van zuinigheid” is volgens haar al een deel van de besparingen verkregen.

Over hervorming van de WW wordt volop nagedacht. De ambtelijke werkgroep Werkloosheid heeft een model op tafel liggen waarbij de duur van de werkloosheidsvoorziening, die maximaal 38 maanden bedraagt, korter wordt. Wel is dan de uitkering, naar Deens voorbeeld, in het begin hoger. Ook wordt onderzocht werkgevers te betrekken bij het eerste traject om overtollige werknemers bijvoorbeeld via scholing aan een andere baan te helpen.

De PvdA ziet weinig in verkorting van de WW, die al van vijf naar drie jaar is teruggebracht. „Echte winst is te behalen in de eerste maanden van ontslag”, zegt Vermeij. De PvdA onderzoekt of het mogelijk is werknemers en werkgevers voor de WW verantwoordelijk te maken. „Het voorkomen van langdurige WW en het goed toerusten van werknemers om snel weer aan de slag te gaan is het allerbelangrijkste”, zegt Vermeij. „Daar zullen werkgevers en werknemers meer verantwoordelijkheid voor moeten nemen en krijgen.”

En een versoepeling van het ontslagrecht die werkgevers ongetwijfeld in ruil daarvoor zullen vragen? Voor de PvdA moet de preventieve toets bij de rechter of het UWV Werkbedrijf overeind blijven. Wel kunnen ontslagvergoedingen worden ingezet om werknemers van werk naar werk te leiden, zegt Vermeij.

Of de politiek de vele miljarden aan bezuinigingen daadwerkelijk bij het ministerie van Sociale Zaken zal zoeken is twijfelachtig. CPB-directeur Teulings stelde deze week vast dat de sociale zekerheid door diverse hervormingen (WAO, Ziektewet) al een stuk bescheidener is geworden. De belangrijkste besparing bij Sociale Zaken blijft verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar – ook een optie van de werkgroepen. Daarmee kan krapte op de arbeidsmarkt worden opgevangen, en het levert 4 miljard op. Langer werken is een van de weinige maatregelen op het gebied van Sociale Zaken die niet omstreden is bij een grote meerderheid van de Kamer. Alleen over de manier waarop verschillen de meningen.

Dit is het tweede deel in een serie over bezuinigingen. Het eerste is voor abonnees te lezen op nrc.nl/economie

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In de graphic bij het artikel Meer mogelijk maken met minder (donderdag 18 maart, pagina 17) kloppen de cijfers in de linker taartgrafiek niet. Het totaal aan met premies gefinancierde sociale zekerheid bedraagt niet 50,5 miljard euro, maar 40,0. De uit premies gefinancierde AOW bedraagt niet 29,9 miljard, maar 19,8. De uit premies gefinancierde arbeidsongeschiktheidsregelingen bedragen niet 11,3 miljard, maar 11,0. En de Algemene Nabestaandenwet niet 1,1 maar 1,0 miljard euro. In het artikel zelf staat dat het totale budget van Sociale Zaken (inclusief premies) ruim 77 miljard euro bedraagt. Dit moet ruim 67 miljard euro zijn.