Je benen vol laten tatoeëren leek me nogal een project

‘Waar is-ie? Waar is-ie?’ zei de ene vriendin tegen de andere. Het was vroeg op de ochtend. Ze hadden elkaar net begroet in een café.

„Hier”, zei de vriendin, en rolde haar mouw op. Op haar arm zaten een stuk of tien tatoeages. Eentje, bovenaan, glom heel erg. Dat was de nieuwe. Nu ik goed naar haar keek, zag ik dat ze onder de tatoeages zat. Tot achter haar oren.

De tatoeageloze vriendin bewonderde de nieuwe tatoeage.

„Deed het pijn?”

Ja, knikte de tatoeagevrouw.

„Heel veel pijn?”

Ja, knikte ze. Heel veel pijn.

Ik at mijn ontbijt en keek toe.

Er ging nu een broekspijp omhoog. Nog een nieuwe aanwinst. Op haar been zat een glimmende draak.

„Pijn?” vroeg de tatoeageloze vriendin.

Ja, ook weer veel pijn.

Ze gingen over andere dingen praten, maar het thema tatoeages kwam steeds terug. Het leek me dan ook een belangrijke dagbesteding van de tatoeagevrouw.

De tatoeageloze vriendin had ook plannen. „Zeg”, zei ze, „ik wil allebei mijn benen vol laten zetten met tattoos. Maar hoe doe ik dat in de zomer, als ik een rokje aan wil? Op mijn werk mogen ze het niet zien”.

Je benen vol laten tatoeëren leek me nogal een project, iets waar je jaren over doet, of, als je matroos bent, een hele leven vol wereldreizen lang. Maar zij ging het geloof ik in één dag volbrengen.

„Doe je gewoon een legging aan”, zei de tatoeagevrouw.

„O ja”, zei de tatoeageloze vriendin.

Toen bleek de tatoeageloze vriendin ook iets te hebben. Iets wat ik nog nooit gezien had. Ze stroopte haar mouw op. Boven haar pols zat een glinsterend diamantje, alsof het de kop van een spijker was die iemand in haar arm geslagen had.

„Ik stootte er laatst tegenaan. Pijn!” zei ze.

Ja, knikte de tatoeagevrouw. Zij wist alles van pijn.

„Maar nu wil ik een hele rij”, zei de tatoeageloze vriendin. Ze wees naar een plek vijf centimeter boven het diamantje. „Hier wil ik er een... en hier... en hier...” Tot aan haar schouder wees ze plekken op haar arm aan.

De tatoeagevrouw knikte. Ach ja, waarom ook niet, straalde ze uit.

„Ik moet je eigenlijk even helemaal naakt zien!” zei de tatoeageloze vriendin. „Want je hebt zo veel nieuwe!”

Daarop verlieten ze het café. En het was raar, maar ik kreeg er een vrolijk lentegevoel van.