Grote rode storm op Jupiter heeft warm hart

Door het rode oog van Jupiter zouden drie aardes tegelijk kunnen kruipen. Zo groot is deze storm, die al honderden jaren in de een of andere vorm hoog in Jupiters atmosfeer woedt.

De Grote Rode Vlek wordt sinds het einde van de negentiende eeuw voortdurend vanaf de aarde in de gaten gehouden. Maar het blijkt niet de uitgestrekte, vlakke ovaal waarvoor hij al die tijd werd gehouden.

Dat laten de allerlaatste waarnemingen zien met het VISIR-instrument op de Europese Very Large Telescope in Chili. De temperatuurkaart die met dit infraroodinstrument gemaakt is (zie kleine foto) toont voor het eerst aan dat deze stabiele storm erg ingewikkeld in elkaar zit.

De temperatuurkaart, waarin ook eerdere meetgegevens met andere aardse telescopen zijn verwerkt, laat zien waar warmere gassen kolken en waar de koelere gebieden zijn. Dat gebeurt met zoveel detail dat de kaart, als eerste, rechtstreeks vergeleken kon worden met opnames van de Hubble-ruimtetelescoop (grote foto).

Zo viel meteen op dat het roodste deel van de Grote Rode Vlek, het hart, drie tot vier graden warmer is dan de rest van de storm – die koeltjes wervelt bij zo’n -160 graden Celsius. Dat kleine temperatuurverschil is groot genoeg om ervoor te zorgen dat het hart van de storm langzaam met de klok mee draait, terwijl de rest van de storm in de Grote Rode Vlek juist tegen de klok in wervelt.

De vergelijking met de Hubbleplaat maakt ook duidelijk dat er een rechtstreeks verband is tussen zulke circulatiepatronen (‘het weer’ op Jupiter) en de kleuren in en rondom het rode oog. Die kleuren ontleent de storm aan zwevende deeltjes die de wervelwinden uit diepere lagen van Jupiters atmosfeer mee omhoog sleuren.

Op de opnames zijn ook twee kleinere, maar evengoed reusachtige stormen te zien: Oval BA (schuin onder de Grote Rode Vlek) en de Kleine Rode Vlek (links daarvan).