Gelukkige mensen zijn juist helemaal niet oppervlakkig

Gelukkige mensen voeren vaker gesprekken die echt ergens over gaan.

Dat blijkt uit onderzoek met steekproefsgewijs opgenomen gesprekken.

Het is een hardnekkig stereotype: dat gelukkige mensen oppervlakkig zouden zijn. Maar het tegendeel is waar. Gelukkige mensen voeren juist vaker gesprekken die echt ergens over gaan (politiek, filosofie, religie, etcetera) dan mensen die ongelukkig zijn. Ongelukkige mensen zijn dus degenen die het vaker over oppervlakkigheden hebben.

Dat blijkt uit een onderzoek waarbij mensen een opnameapparaatje meekregen dat overdag elke twaalfeneenhalve minuut gedurende dertig seconden het geluid om hen heen registreerde – een willekeurige steekproef van momentopnamen. De onderzoekers, psychologen van de Universiteit van Arizona in Tucson en van Washington University in St. Louis, hadden hun opnameapparaat Electronically Activated Recorder genoemd, zodat ze er (grappig) de afkorting EAR voor konden gebruiken.

De proefpersonen, 32 mannelijke en 47 vrouwelijke studenten, droegen het elektronische ‘oor’ vier dagen lang bij zich. Dat leverde de onderzoekers gemiddeld 75 geluidsfragmenten per proefpersoon per dag op. Van dertig seconden. Dat lijkt heel kort, maar als je het probeert, blijkt: daar kun je nog heel wat in zeggen. En de onderzoekers konden er dus ook heel wat uithalen. Waren de studenten alleen of spraken ze met iemand? En was dat dan een oppervlakkig gesprekje – „Wat heb je daar? Popcorn? Lekker!” – of ging het dieper: „Zij werd verliefd op je vader? En gingen ze snel daarna scheiden?”

Een groot deel van de tijd waren de proefpersonen trouwens helemaal niet in gesprek. „Ongeveer tweederde van ons akoestische sociale leven is in feite niets anders dan achtergrondgeluid”, mailt Matthias Mehl desgevraagd. „Maar er zijn wel enorme verschillen tussen mensen onderling.” Mehl is de eerste auteur van het artikel dat binnenkort wordt gepubliceerd in Psychological Science.

De onderzoekers deelden de fragmenten waarin wel werd gesproken, in categorieën in. Triviale onderwerpen, zoals het weer. Praktische zaken: wie zet de vuilnis buiten, wie haalt de kinderen op. Substantiële onderwerpen: ideeënuitwisselingen over iets niet-triviaals. En persoonlijke ontboezemingen: gesprekken over gevoelens.

De proefpersonen hadden ook enkele simpele vragen beantwoord over hoe gelukkig ze waren, hoe tevreden met het leven. Dat hadden de onderzoekers ook over hen gevraagd aan mensen die hen goed kenden. De antwoorden van de proefpersonen zelf en hun bekenden liepen nauwelijks uiteen, dus de onderzoekers hadden een goed beeld van het geluksniveau van de deelnemers.

En wat bleek: bij de allergelukkigste deelnemers was circa 10 procent van de gesprekken oppervlakkig en 46 procent substantieel; bij de ongelukkigste deelnemers was 28 procent van de gesprekken oppervlakkig en 22 procent substantieel. De onderzoekers hadden de gesprekken over praktische zaken en over gevoelens hierbij overigens buiten beschouwing gelaten. Maar bij die typen gesprekken was er ook geen verschil tussen gelukkige en ongelukkige mensen. En of de onderzoekers die gesprekken nu wel of niet in hun statistische analyses betrokken, altijd gold: hoe gelukkiger mensen waren, hoe minder ze aan small talk deden.

Dit is niet het eerste stereotype over gelukkige mensen dat ontkracht is. Eerder sneuvelden al: gelukkige mensen zijn lui (ze zijn juist productiever in hun werk) en gelukkige mensen denken alleen aan zichzelf (ze zijn juist socialer en behulpzamer).

Maar worden mensen nu gelukkig van het voeren van gesprekken die ergens over gaan, of leiden geluksgevoelens ertoe dat mensen diepere gesprekken gaan voeren? Daar kunnen de onderzoekers op basis van deze studie nog niets over zeggen. Het kan in principe allebei, schrijven ze. Aan de ene kant is het waarschijnlijk gemakkelijker om over wezenlijke zaken te praten met een gelukkig, sociaal persoon dan met een somber type. De gelukkige mensen waren dan ook minder vaak alleen en spraken gemiddeld meer met anderen dan de ongelukkige mensen.

Aan de andere kant: als mensen met iemand over belangrijke dingen praten, geeft dat vaak een prettig gevoel van verbondenheid. Misschien kunnen mensen dus wel gelukkiger worden als ze zichzelf ertoe brengen om minder over koetjes en kalfjes te praten en vaker over dingen die er echt toe doen. „Een interessante mogelijkheid”, schrijven de onderzoekers.