En toen veranderde de grijze kist in een bekende

Op 4 februari is 2010 is Lieke d’Hont (19) omgekomen bij een brand in een studentenhuis in Groningen. De eerstejaars student technische bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen kwam oorspronkelijk uit Utrecht. Het bericht over haar vermissing, en uiteindelijk haar dood, verspreidde zich binnen een paar uur onder vrienden van vroeger. Anne Meijnderts is een oud-teamgenoot en vertelt hoe dat ging.

Donderdag 4 februari

13.23 u.

Mileen (18) zit in de trein terug naar Utrecht. Ze heeft geluncht bij een middelbareschoolvriendin, die voor haar studie is verhuisd naar Den Haag. Tijdens de lunch had ze een verontrustend telefoontje gekregen: oud-teamgenootje Lieke werd vermist na een brand in een studentenhuis. Nu ging de telefoon weer: dezelfde vriendin, die blijkbaar nieuws heeft over Lieke. Zodra Mileen de telefoon opneemt, wordt haar vrees bevestigd: Lieke heeft de brand niet overleefd. Een man een paar stoelen verderop kucht en zegt luid: „Mag ik sommige mensen hier eraan herinneren dat dit een stiltecoupé is?” Hij kijkt geïrriteerd, waarop Mileen snel ophangt. Bij het uitstappen wordt ze aangesproken door een onbekende die in dezelfde coupé zat: „Veel sterkte!”

14.21 u.

Maret (17) kijkt na de geschiedenisles op haar telefoon: zes gemiste oproepen van Mileen. Ze belt terug. Op haar middelbare school is bellen ten strengste verboden, maar blijkbaar heeft Mileen echt iets belangrijks te melden, dus neemt Maret het risico. Als ze het nieuws hoort, weet ze niet wat ze moet zeggen. Een meisje uit haar klas komt de gang op gerend en, in de hoop dat de leraar haar hoort, roept overdreven hard: „Maret, je mag hier niet bellen!”

20.57 u.

Anne (18) wordt door twee bedrukte gezichten begroet als ze aan komt lopen voor de volleybaltraining. Nog voordat ze iets kan zeggen, vraagt een teamgenoot „of ze het al heeft gehoord van Lieke”. Als Anne een vragend gezicht trekt, begint een ander meisje te huilen, terwijl Anne het nieuws hoort dat Lieke is omgekomen bij een brand in Groningen. In een flits denkt Anne terug aan college vanmiddag, toen de jongen naast haar het nieuws checkte op zijn laptop. Ze had gezien dat er een brand was geweest in een studentenhuis in het noorden. Dat er zelfs iemand was omgekomen. Ze had zich voorgenomen thuis nog even rustig te kijken wat er precies was gebeurd. Maar eenmaal thuis was ze overgegaan tot de orde van de dag en dat voornemen al weer vergeten. Tot nu. Haar vroegere trainer Ferdinand loopt langs en slaat even zijn arm om haar schouder: „Erg, hè?” Hij loopt weer door.

21.15 u.

Wilco (29) en Ferdinand (28) zouden aan het trainen moeten zijn. Alleen Ferdinand is er. Hij heeft, voordat hij thuis wegging, het journaal gekeken en gezien hoe er een lichaam uit het studentenhuis in Groningen werd gedragen. Een grijze kist, meer niet. Een paar uur later veranderde de grijze kist in een meisje dat hij samen met Wilco jaren training had gegeven. Wilco is niet op training. Hij heeft de hele dag naar de radio geluisterd, hij heeft de brand in Groningen op de voet gevolgd. Hij heeft in zijn studententijd in diezelfde straat gewoond. Als zijn telefoon gaat, krijgt hij te horen dat hij niet alleen de straat kende, maar ook het slachtoffer.

Vrijdag 12 februari

13.07 u.

„Kindjes mogen niet dood”, begint Liekes vader Sebastiaan, „en dat heb ik ze ook duidelijk gezegd.” De kerk zit vol. Er zijn grote hoeveelheden stoelen en banken extra neergezet, maar er staan desondanks rijen mensen aan de zijkanten. Alle generaties zijn ruim vertegenwoordigd en veel van Liekes medestudenten zijn aanwezig. Ons hele oude team zit naast elkaar tijdens de dienst. Van overal en nergens waren we hierheen gekomen om erbij te zijn. Voor de begrafenis hebben we gezamenlijk thee gedronken, een hapje gegeten en een kaart geschreven voor de familie. Iemand merkte terecht op dat het „een fijne reünie, maar om een vervelende reden” was. We zijn, wegens de verwachte hoge opkomst, ruim op tijd naar de kerk vertrokken voor Liekes dienst. Als Liekes vader de laatste woorden van zijn verhaal uitspreekt, vullen de klanken van het eerste liedje de kerk. Twee teamgenoten die elkaar al meer dan een jaar niet hebben gezien, zitten naast elkaar. De een begint te snikken. De ander legt een hand op haar been. Er volgen meer sprekers: directe familie, jaarclubgenoten en vriendinnen van vroeger – een vroeger dat maar zo kort geleden is. Herinneringen worden opgehaald, verdriet over Liekes dood wordt beschreven en tranen vloeien rijkelijk. Maar wanneer er anekdotes verteld worden over haar en haar leven, verschijnt op menig betraand gezicht toch een waterige glimlach. Als de dienst ten einde is, vormen haar vrienden met bloemstukken een grote haag langs het gangpad, waardoor Lieke de kerk uit gedragen wordt. De familie volgt, daarna de rest. Eenmaal buiten blijken er bussen te zijn geregeld vanaf de kerk naar de begraafplaats. Niet omdat die twee zo ver van elkaar afliggen, maar omdat veel van haar vrienden uit Groningen komen en daarom geen fiets hebben in Utrecht. Wij pakken onze fietsen, drinken snel nog een kopje thee onderweg en gaan naar de begraafplaats.

14.57 u.

De hoeveelheid mensen op de begraafplaats is overdonderend. De kou doet stampvoeten, maar er heerst een ontzagwekkende stilte. Er wordt een sonnet voorgedragen van Herman de Coninck. Als Liekes familieleden de kist in het graf hebben laten zakken, krijgt iedereen de gelegenheid om afscheid te nemen van Lieke. Alleen of met een groepje schuifelen mensen naar haar graf. Wij zijn aan de beurt. Wilco legt zijn hand even op Ferdinands rug. Maret legt haar hoofd op Mileens schouder. Anne krijgt een kneepje in haar hand. We doen niets. We gooien geen roos, geen afscheidsbrief en ook geen schepje aarde in het graf. We staan er – en dat is het. 

Anne Meijnderts (18) liep een dag stage bij NRC Handelsblad. Korte tijd daarna kwam het nieuws over de brand in het studentenhuis in Groningen waarbij Lieke d’Hont om het leven kwam.