De geboorteplaats van Elsschot

In Rotterdam kwam de Antwerpse schrijver Willem Elsschot tot bloei. Zijn leven daar nu is nader in kaart gebracht en beschreven.

In 1907 verhuisde de Antwerpse kantoorbediende Alfons de Ridder van Parijs naar Rotterdam. Vier jaar later zou hij de stad verlaten als Willem Elsschot, schrijver van de roman Villa des Roses en het mooiste deel van zijn Verzen van vroeger.

In Antwerpen had hij een opleiding aan het Hoger Handelsinstituut (‘Handelsgesticht’, zoals hij zelf schreef) voltooid en was hij na een aantal kortstondige kantoorbaantjes in Parijs in dienst getreden als secretaris van de Argentijnse zakenman Alfredo H. Bustos, die als gevolmachtigde de handelsbetrekkingen van zijn land met West-Europa onderhield.

Een bezoek aan de Schiedamse scheepswerf Gusto, waar schepen voor Argentinië werden gebouwd, leidde voor de rusteloze De Ridder tot de aanstelling van chef-correspondent aldaar. Hij verbleef enige tijd in een pension voor hij inwoning vond bij het Antwerpse echtpaar Van Laarhoven, beide adressen op de Claes de Vrieselaan, in de wijk Middelland in het westen van Rotterdam. Kort daarna trouwde hij, zoals hij in zijn ‘Biografie in briefvorm’ schreef, „met de moeder van den jongen die in 1901 geboren was en bracht moeder en kind van Berchem bij Antwerpen naar Rotterdam over”. Het gezin betrok een woning in de nabijgelegen Snellinckstraat 7a waar het nog twee keer van woning veranderde. Er werd zoveel verhuisd dat zijn vrouw ‘de juffrouw zonder gordijnen’ werd genoemd omdat ze geen tijd had ze op te hangen. Op zijn laatste adres in Rotterdam, Snellinckstraat 49a, vermeldt een plaquette: „In dit huis woonde van 1909-1911 de schrijver Willem Elsschot, 1882-1960, hier schreef hij zijn roman Villa des Roses.” Vijftig meter verderop, op de hoek met de ’s Gravendijkwal, woonde de destijds bekende schrijver en journalist M.J. Brusse, auteur van Boefje (1903). Het is niet bekend of de twee schrijvers elkaar hebben ontmoet. Wel liet Elsschot zijn manuscript lezen aan de romancier-journalist Johan de Meester die in de Kortenaerstraat bij het centrum woonde. „Na zes maanden trok ik mijn stoute schoenen aan, want die De Meester was toen iemand, en ging op een avond bij hem aanbellen. Hij had een verdomd mooie dochter, dat herinner ik mij nog.” De Meester bleek zijn manuscript niet te hebben gelezen en hij kon het ook niet meer vinden. „Gelukkig was het getijpt en had ik er een doorslag van anders zou het een mooie geschiedenis geweest zijn.” In een lezing die Elsschot bij de verschijning van zijn Verzameld Werk in 1957 in de nieuwe Bijenkorf in Rotterdam hield, herinnerde hij zich zijn Rotterdamse periode als de mooiste jaren van zijn leven. Het was literair gezien een vruchtbare periode. Zijn collega op kantoor, juffrouw Van der Tak, spoorde hem aan de verhalen die hij over zijn leven in Parijs vertelde op te schrijven. In 1913 verscheen Villa des Roses, over het tweederangs Parijse pension van de famille in de rue d’Armaillé, „in dankbare opdracht van Mej. Anna Christina van der Tak mijn trouwe vriendin”. Elsschot in Rotterdam. Zijn verblijf in de stad is meermalen summier beschreven. In het onlangs verschenen Cahier 8 van het Willem Elsschot Genootschap volgt tekstbezorger Peter de Bruijn de sporen die Alfons de Ridder in de geboorteplaats van Willem Elsschot heeft nagelaten.

Voor meer over het Elsschot Genootschap en Cahier 8, zie: www.weg.be